WNF: wereld op rand van massale uitstervingsgolf

Biodiversiteit De populatie-omvang van dieren is met 58 procent gedaald, zegt het WNF. Veel ecologen zijn kritisch over de alarmistische toon.

Een schubdier met jong in een dierentuin op Bali. Het dier wordt veel illegaal verhandeld, met name voor de Chinese markt. Foto Firdia Lisnawati/AP

Planeet aarde wordt een mensenplaneet. Terwijl de wereldbevolking sinds 1970 is verdubbeld, zijn populaties van wilde dieren meer dan gehalveerd. De populatieomvang van zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën is wereldwijd met 58 procent afgenomen. Dat schrijft het Wereld Natuur Fonds donderdag in het Living Planet Report, een tweejaarlijks rapport.

Volgens het WNF staat de wereld op de rand van een massale uitstervingsgolf, de zesde in de geschiedenis. „Verstoppen is er niet meer bij”, schrijft WNF-directeur Marco Lambertini, „de wetenschap is definitief.”

Maar is die wetenschap wel zo definitief? Ecologen hebben in de praktijk tientallen manieren om biodiversiteit meten. De meeste daarvan laten geen afname zien, en zeker niet van 58 procent.

Het WNF gebruikt sinds 1997 de living planet index als ecologische graadmeter. Zoals het bruto binnenlands product (bbp) de economie peilt, geeft de living planet index een inschatting van hoe de natuur ervoor staat.

Achter die index gaat een immense databank schuil, mede verzameld door onderzoekers van de Zoological Society in London. Inmiddels omvat het project telgegevens van 14.152 populaties van 3.706 diersoorten.

Aaibare dieren

Probleem is dat aaibare en bedreigde dieren oververtegenwoordigd zijn in de databanken. Er zijn tellingen van vijftig verschillende populaties tijger. Maar het schubdier, een schuw zoogdiertje dat in Azië intens bejaagd wordt om zijn schubben, is maar één keer geteld. Op dezelfde manier is er weinig aandacht voor winnaars van de nieuwe aarde, zoals kwallen.

„We moeten ons ook niet blind staren op die 58 procent”, zegt statisticus Arco van Strien van het CBS. „Het gaat om de trend, en die is neerwaarts.” Van Strien heeft de Living Planet Index onlangs zelf gebruikt om te peilen hoe Nederlandse natuur ervoor staat. Van Strien vond een lichte algehele stijging onder Nederlandse dieren, tegen de mondiale trend in.

Maria Dornelas, ecoloog bij St. Andrews, is kritischer. Dornelas schreef vorig jaar een artikel over maar liefst vijftien manieren waarop ecologen biodiversiteit kunnen meten. In een e-mail noemt ze het rapport ‘incompleet’ en ‘in strijd met andere ecologische indicatoren’. „Er zijn veel plekken waar het goed gaat, waar de biodiversiteit stabiel is of zelfs toeneemt”, laat Dornelas weten.

Van Strien en Dornelas zijn het erover eens dat de nadruk op totale afname afleidt van wat er wél goed gaat. Van Strien: „Ik mis de lichtpuntjes.” Dornelas: „Mensen zijn eerder geneigd hun gedrag te veranderen als ze oplossingen geboden worden, in plaats van angstscenario’s.”

Natasja Oerlemans, onderzoeker bij het WNF, laat in een reactie weten dat het rapport ook oplossingen voor de biodiversiteitscrisis aanbiedt. „We kunnen de negatieve effecten op biodiversiteit verminderen door bijvoorbeeld versneld om te schakelen naar groene energie, of door een dagje minder vlees te eten.”