Column

Reëel met robot

Kunst en de feiten. Melanie Bonajo. Selma van Carolijn Visser. Agniet Snoep. Robbie Cornelissen.

Melanie Bonajo zette een videoclip op YouTube en ik bekijk ‘m meteen. Haar clip bij haar onsterfelijke nummer ‘Pee on Presidents’ (altijd actueel) was hilarisch en beeldschoon: een trage collage van Bonajo’s foto’s van wildplassende vriendinnen.

Deze is totaal anders en weer raak. „I am a secret robot…” zingt ze, met haar elfjesstem. Ze waart als robot, een model van karton en aluminiumfolie, door een bejaardenoord en koestert

bijna-honderdjarige mannen en vrouwen. Die worden in de clip niet geïdealiseerd of gemystificeerd en schattig zijn ze ook niet. Ze zijn zichzelf in Bonajo’s visioen over de waarde van lang geleefde levens. Het filmpje is grappig maar geen grap. Lief maar niet zoet. Reëel met robot.

Toevallig heeft Bonajo nu een tentoonstelling in het Amsterdamse Fotografiemuseum FOAM. Weerloos glimlachend - ik lijk wel een stonede hippie, maar ik kan niet anders - bekijk ik de video’s waarvoor ze aan de slag ging met lichaam en geest (neem dit zo letterlijk mogelijk!) van allerlei activisten. Melanie Bonajo bestudeerde hun werkelijkheid. Ze dook in de wereld van exotische drugs, van sexual healers, van een overtuigde varkensknuffelaarster. Zodra ze weet waar ze het over heeft, dondert ze er haar jubelende filmstijl overheen. Het resultaat is hosanna – maar altijd op basis van de feiten.

Over feiten gesproken, intussen lees ik een boek over een Nederlandse vrouw die in Peking te maken kreeg met de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie: Selma van Carolijn Visser. Als buitenlandse (per definitie verdachte) echtgenote van een Chinese intellectueel (ook dat nog) overleefde Selma de Rode Gardisten niet. Zij sloot haar ogen voor de evidente ijselijkheid van Mao’s China. Dat deden er meer, denk aan Joris Ivens. Maar zij zat niet veilig in Nederland maar er middenin. Ze keek weg, ontkende de feiten.

Schrijfster Carolijn Visser spert haar ogen juist open. Interpreteren doet ze niet. Ze spit de feiten op en geeft ze door. Dat voelt kil. Maar allengs blijkt dat juist die naakte feitelijkheid Selma’s drama openbaart.

Feiten zijn de bouwstenen van de werkelijkheid. Een kunstwerk is een toegevoegd feit.

In het voormalige officiersverblijf op het Marineterrein achter het Amsterdamse Scheepvaarthuis, word ik op de tentoonstelling Inner City opgeslokt door een potloodtekening. Drieënhalve meter lang, tweeënhalve meter hoog. Grijs. Hij verbeeldt de kamer in een Amerikaanse gevangenis waar de terdoodveroordeelde op een brits wordt gegespt en zijn dodelijke injectie krijgt. Tekenaar Robbie Cornelissen werkte naar voorbeeld van een foto, vertelt hij. Dit is een geweldige tekening, zeg ik. „En niemand wil hem hebben”, zegt Cornelissen geamuseerd. Geen wonder. Hij voegde niets toe aan de werkelijkheid, hij deed er wel iets af: kleur. Zo ontkent hij het licht en houdt hij de kale aangekondigde dood over. En die is een ondraaglijk feit.

Op dezelfde expositie blijf ik hangen bij een hallucinante video. Obsidian van Agniet Snoep: in de welvingen van een stuk obsidiaan, verschijnt iets paradijselijks. Een universumpje met water en groen. Met opwaartse sneeuwvlokken., Met een figuurtje, ze lapt een onzichtbaar raam. En kijk, er ligt hier ook een tastbaar feit, op een sokkeltje: dat brok obsidiaan. Ik pak de zwarte steen op, herken plooien en vlakken die ik in de video zag. Ik wrijf hem. Er gebeurt niks. Alleen in Snoeps video wordt hij wakker.