Column

‘Pilletje?’, vroeg de vriendin van Casey

©

Casey Schwartz, een Amerikaanse psycholoog en journalist, was twintig toen ze voor het eerst Adderall slikte, een medicijn tegen ADHD. Ze studeerde aan Brown University in Providence en had nog een half etmaal om een paper te schrijven over een boek dat ze niet gelezen had. „Pilletje?”, vroeg een vriendin. Casey kon de hele nacht doorwerken en leverde op tijd haar werk in. Het was het begin van een verslaving die tien jaar zou duren en haar diep ongelukkig maakte.

Zaterdag publiceerde The New York Times het verontrustende verhaal dat ze erover schreef. In Nederland wordt het onder studenten zonder ADHD ook normaal gevonden om voor een tentamen Ritalin te slikken. Op Amerikaanse colleges is Adderall nu, na marihuana, het populairste geestverruimende middel. En geen enkel bewijs dat je prestaties erdoor verbeteren, schrijft Casey, nu ze er zelf vanaf is. Misschien als je echt ADHD hebt. Maar niet als je je normaal toch al goed kunt concentreren.

Een jaar na die eerste nacht gaat ze in Los Angeles naar de psychiater voor een recept, want waarom zou ze afhankelijk blijven van „ADHD-kids” die voor duur geld hun pillen op de zwarte markt verkopen? Ze vertelt hem hoeveel moeite het haar kost om te studeren en hoe goed ze is in baantjes met veel afleiding, zoals serveerster. Niks van waar, maar ze heeft zich goed voorbereid en weet wat de criteria zijn. Binnen een uur staat ze buiten met de gewenste diagnose. Geen arts die er daarna een probleem mee heeft om haar opnieuw pillen voor te schrijven.

Op een dag zit ze huilend in de spreekkamer van een psychiater in New Haven. Ze wil zo graag stoppen, maar het lukt haar niet. Hij schrijft haar Wellbutrin voor, een antidepressivum dat de ontwenningsverschijnselen moet onderdrukken. Niet lang daarna is ze aan beide medicijnen verslaafd en vraagt ze zich wanhopig af wat er mis is met haar: artsen hebben haar tot dan toe verteld dat Adderall een relatief onschuldig middel is waar je gemakkelijk vanaf komt. Waarom zij dan niet?

Ze gaat in New York naar een maatschappelijk werkster die gespecialiseerd is in verslavingen. Het venijnige van Adderall is, zegt die, dat het geassocieerd wordt met hoge productiviteit, iets bereiken, succesvol zijn. Jonge mensen die onder druk staan om te presteren zijn bang dat ze zonder pillen zullen mislukken. Uiteindelijk – nu wordt het verhaal erg Amerikaans – komt Casey bij een „briljante psychiater” die geen pillen voorschrijft, maar met haar práát. „Ik geloof dat zij mijn leven heeft gered”, schrijft ze. Geen toeval, denk ik, dat Casey Schwartz nu een boek heeft geschreven over freudiaanse psychoanalyse en of je met hersenscans kunt bewijzen of die werkt.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.