Overleeft het Strafhof dit wel?

Internationaal Strafhof Er dreigt een Afrikaanse uittocht uit het Strafhof. VS, Rusland en China deden al niet mee. Wat blijft er over?

Foto Martijn Beekman / ANP

Na Burundi en Zuid-Afrika heeft dinsdagavond ook het West-Afrikaanse land Gambia zijn vertrek uit het Internationaal Strafhof in Den Haag aangekondigd. Hoewel Gambia maar een klein land is, met bijna twee miljoen inwoners, versterkt zijn stap de vrees voor een Afrikaanse uittocht uit het Strafhof. Genoemd worden onder andere Oeganda en Kenia.

Het wegvallen van meerdere belangrijke Afrikaanse landen zou een onherstelbaar prestigeverlies tot gevolg hebben. Het Strafhof, dat in 1998 werd opgericht in Rome en in 2002 van start ging, is het eerste internationale permanente tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdaden, misdaden tegen menselijkheid en genocide in de wereld. Van de 122 landen die het Rome-statuut hebben geratificeerd, komen er 34 uit Afrika. Het continent is daarmee het grootste blok.

De verrassende Gambiaanse aankondiging duidt tegelijkertijd ook op groeiende verdeeldheid binnen Afrika zelf. Een groot aantal (kleinere) landen steunt het Strafhof juist wel. Onlangs vroeg bijvoorbeeld Gabon het Strafhof nog om onderzoek te doen in het land.

Dat Gambia het statuut van Rome niet langer wil onderschrijven is in het bijzonder een drama voor de uit dat land afkomstige hoofdaanklager Fatou Bensouda. Bensouda (55) ging in 2004 aan de slag bij het Strafhof, en werd in december 2011 met unanieme steun van de Afrikaanse landen gekozen tot opvolger van de Argentijn Luis Moreno-Ocampo, de eerste hoofdaanklager van het Strafhof.

Opvallend is dat Bensouda als minister van Justitie in Rome namens Gambia meeonderhandelde over de totstandkoming van het Strafhof. Dat deed ze op verzoek van sterke man Yahya Jammeh, die in 1994 de macht had gegrepen in Gambia en nu een van de langszittende leiders is in Afrika. Als minister viel Bensouda al snel in ongenade bij Jammeh, omdat ze niet gehoorzaam genoeg was.

Namens Jammeh maakte de Gambiaanse minister van Informatie, Sheriff Bojang, het besluit tot terugtrekking dinsdagavond bekend op de staatstelevisie. „Dit besluit is gerechtvaardigd omdat het Strafhof, ondanks dat het een Internationaal Strafhof wordt genoemd, in feite een Internationaal Kaukasisch (blank) Hof is voor de vervolging en vernedering van gekleurde mensen”, zei hij.

Met deze woorden haakte hij in op het sentiment dat breder in Afrika wordt uitgedragen over ‘racistische’ vooringenomenheid van het Strafhof. Feit is dat van de negen landen waar momenteel zaken lopen van het Hof, er slechts één (Georgië) buiten Afrika ligt. Maar feit is ook verreweg de meeste zaken zijn aangedragen door de betrokken Afrikaanse landen zelf, naast de twee (Darfur en Libië) die zijn verwezen door de Veiligheidsraad.

Tegelijkertijd geldt dat de Verenigde Staten, Rusland en China – alle lid van de Veiligheidsraad – de universele jurisdictie nooit hebben erkend, en dus van meet af aan aan de zijlijn zijn blijven staan, net als Syrië en Irak.

Afrikaans verzet

Het Afrikaanse verzet tegen het Stafhof kwam de afgelopen jaren op gang door het uitvaardigen van het arrestatiebevel (maart 2009) tegen de Soedanese president Omar Hassan Ahmad Al Bashir (wegens genocide in Darfur) en de (overigens mislukte) processen tegen de Keniaanse president Uhuru Kenyatta en vice-president William Ruto (wegens slachtingen en verkrachtingen na verkiezingen in december 2007). Volgens waarnemers werd daarmee voor alle zittende Afrikaanse leiders duidelijke dat ook zij niet immuun zijn voor eventuele vervolging.

In Burundi, waar het Strafhof in april begon met onderzoek, zijn sinds vorig jaar meer dan 500 mensen gedood en verdwenen door milities, gelieerd aan president Pierre Nkurunziza. President Zuma van Zuid-Afrika kreeg vorig jaar, ook in eigen land, scherpe kritiek op de weigering de bezoekende Soedanese president Bashir te laten arresteren. Zijn besluit uit het Strafhof te stappen stuit ook op kritiek.

De volgende diplomatieke gevechtsronde over het Strafhof is komende maand in Den Haag, als vertegenwoordigers van de 122 aangesloten landen bijeenkomen voor hun jaarlijkse conferentie. De lidstaten bepalen het beleid van het Strafhof.

De Senegalese minister van Justitie Sidiki Kaba, momenteel voorzitter van de conferentie, zei afgelopen maandag nog de aangekondigde terugtrekkingen (die formeel na een jaar van kracht worden) van Burundi en Zuid-Afrika ten zeerste te betreuren. Critici zeggen dat de Afrikaanse reputatie op het gebied van mensenrechten wordt ondermijnd door het Strafhof te verlaten.