Ook Aziaten eisen nu rollen

Aziatische acteurs zijn nog veel slechter vertegenwoordigd in Hollywood dan zwarte acteurs en openen nu de aanval: ook naar aanleiding van ‘Doctor Strange’.

©

Arme Tilda Swinton. De Schotse actrice is een soort uithangbord voor genderfluïde diversiteit. Dus vond Swinton haar rol als ‘The Ancient One’ in superheldenfilm Doctor Strange een doorbraak: de 600-jarige leermeester in occulte vechtkunst uit de gelijknamige strip werd in de film een vrouw. En nog wel „een vijftigjarige vrouw, niet in bikini”, beklemtoonde de actrice vorige week in Hongkong.

Toch kreeg Swinton een golf kritiek over zich heen nadat ze was gecast. Was dat geen voorbeeld van ‘witwassen’, een blanke actrice die een schaarse Aziatische rol in Hollywood inpikt? In de strip Doctor Strange is The Ancient One een Chinese grijsaard. Activist George Takei, majoor Sulu in de eerste Star Trek-reeks, schreef op Facebook dat studio Marvel Swinton castte „omdat ze geloven dat blank publiek louter blanke gezichten wil zien (…) waardoor Aziaten onzichtbaar blijven in Hollywood.”

In Doctor Strange laat iemand nadrukkelijk vallen dat The Ancient One van Keltische komaf is. Maar dan is Swinton wel erg ver van huis in haar oosterse tempel te Kathmandu en haar samoeraikleding. Ze moest wel Keltisch zijn, zei regisseur Scott Derrickson vorige week, anders wordt het ‘yellowface’. Eerder tweette Derrickson dat hij alle begrip had voor de „rauwe woede/pijn over witwassen, stereotypering en uitwissen van Aziaten in Hollywood.”

Oogcontourprotheses

Want niemand kan ontkennen dat Azië ondervertegenwoordigd is in Hollywood. In het klassieke Hollywood mochten Aziaten hooguit opdraven voor etnische karikaturen: opiumschuivers, decadente concubines, wrede mandarijnen, domme koelies. Zo snel de rol prominent werd - Mr. Moto, Charlie Chan, Madame Butterfly - nam een blanke acteur in ‘yellowface’ het over: met foundation, latex oogcontourprothese en een mal accentje. Het beste waarop een Aziaat mocht hopen, was een rol als mysterieuze butler of sidekick.

Dat bleef de praktijk nadat ‘blackface’ allang taboe was: Peter Lorre of Yul Brynner speelden Thaise koning in Anna and the King of Siam (1946), John Wayne - zeer komisch - de Mongoolse veldheer Djengiz Khan in The Conqueror (1956). Sterren als Katharine Hepburn, Fred Astaire, Marlon Brando, Ingrid Bergman, Shirley MacLaine en Anthony Quinn acteerden in yellowface, tot dat in de loop van de jaren tachtig problematisch werd. Nu zie je yellowface alleen nog in satirische of zelfbewuste context.

Drie keer yellowface in Hollywood. De tekst loopt door onder de slideshow.

Onzichtbare Aziaten

Maar het taboe op yellowface en discussies over ‘kleurenblind casten’ hebben Aziaten niet verder geholpen in Hollywood. Dat werd dit jaar een issue toen zwarte acteurs stennis maakten onder het motto #OscarsSoWhite. Zij waren gebelgd omdat er voor het tweede jaar op rij geen zwarte acteurs voor Oscars waren genomineerd, waarna de pers aan het rekenen sloeg. Met een aandeel van 12,6 procent in de bevolking had zwart Amerika het in de 21ste eeuw niet slecht getroffen: 9 procent van de toprollen, 10 procent van de Oscarnominaties, 15 procent van de Oscars, berekende The Economist. Hispanics waren pas mager bedeeld: 17,4 procent van de bevolking, 17 Oscarnominaties in dertig jaar.

En Aziaten? Onzichtbaar: 5,6 procent van de bevolking was in dertig jaar drie nominaties toebedeeld - zes als je de half-Indiase Brit Ben Kingsley meerekent. En wel aan twee Japanners en een Iraniër, geen enkele Aziatische Amerikaan.

Daar kwam die tactloze grap van de zwarte presentator Chris Rock op het 88ste Oscargala in februari bovenop. Nadat hij Hollywoods blanke establishment de mantel had uitgeveegd, riep hij drie Aziatische kinderen met koffertjes op het podium als „bankiers van PricewaterhouseCooper” en nodigde beledigde Aziaten uit een protest op hun smartphone te tweeten, „die door deze zelfde kinderen zijn gemaakt”. Regisseur Ang Lee en 25 Aziatische Academyleden beklaagden zich in een open brief over „smaakloze, beledigende grappen.”

Witwassen

Daarmee lijkt een nieuw front in Hollywoods identiteitsstrijd geopend. Yellowface is dan wel verleden tijd, ‘witwassen’ niet: het blank maken van oorspronkelijk Aziatische helden zoals in Doctor Strange. Studio’s zeggen geen Aziaten in hoofdrollen te casten omdat hun dure spektakelfilms niet zonder (blanke) sterren kunnen, Aziatische acteurs werpen tegen dat ze nooit filmster worden als niemand ze cast.

Een kip-of-eikwestie, maar de Aziatische gemeenschap is hoe dan ook wakker. De blonde Emma Stone, die in Aloha de kwart Hawaiiaans, kwart Chinese Allison Ng speelt, kreeg onlangs de wind van voren, evenals Scarlett Johansson, die in een remake van de Japanse anime Ghost in the Shell cyborg Kusanagi speelt. En de politiek heel correcte Matt Damon als blanke redder van Chinezen in The Great Wall. En de nieuwe Bruce Lee-biopic, Birth of a Dragon, die de kungfu-legende bekijkt door de ogen van een blanke leerling.

Het altijd behoedzame Disney beloofde onlangs een Chinese actrice te casten voor de hoofdrol in zijn epos Mulan. Want een complicatie is dat ook Aziaten aan witwassen doen. The Great Wall met Matt Damon is een Chinese film van Zhang Yimou, Scarlett Johansson lijkt wel degelijk op het personage Kusanagi: zoals veel Japanse animehelden oogt die met haar ronde ogen nogal Europees.

Toch lijkt het onvermijdelijk dat een film als Doctor Strange, die drijft op oosterse mystiek, in de toekomst meer Aziaten cast. Nu is dat beperkt tot figuranten en bibliothecaris Benedict Wong. Wat op zich al een promotie is: in de strip is Wong een ondoorgrondelijke butler. Thee hoeft hij nu niet meer te zetten.