Te weinig hbo’ers werken in de ouderenzorg. Dat is een probleem

Verpleging

Verpleeghuizen komen personeel tekort. Er werken vooral te weinig hogeropgeleiden. „We zien dat het lastig is om hbo’ers de juiste stageplekken te bieden.”

Foto ANP / Roos Koole

Oude mensen uit bed halen, wassen en helpen met eten. Velen hebben nog altijd dat beeld van het werk in een verpleeghuis, ook een deel van de toekomstig verpleegkundigen in het hbo. Daarom zoeken maar weinigen na hun studie een baan in de ouderenzorg. Terwijl juist hbo’ers hard nodig zijn in de verpleeghuizen.

Vanuit de ouderenzorg klinkt deze dagen veel steun voor het zorgmanifest van Hugo Borst. De columnist van Algemeen Dagblad heeft samen met Carin Gaemers, lid van de cliëntenraad van de Rotterdamse zorginstelling Laurens, tien punten opgesteld waarop de zorg in verpleeghuizen verbeterd kan worden. De twee roepen de politiek op zo snel mogelijk goede zorg voor kwetsbare ouderen te waarborgen.

De Tweede Kamer sprak deze maand nog met staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) over onderbezetting bij verpleeghuizen. Een deel wil een bezettingsnorm, opgesteld door de beroepsgroepen. Die komt er voorlopig niet.

De ouderenzorg verbeteren kan als er meer geld zou zijn, stelt onder meer Actiz, de brancheorganisatie van werkgevers. Ook wordt het tekort aan personeel in de sector als nijpend probleem gezien. Verpleeghuizen hebben soms tientallen vacatures – en dus wel het geld om die in te vullen.

Vooral voor de functies voor hbo’ers is weinig belangstelling. Voor 2017 is een tekort verwacht van 5.800 hbo-verpleegkundigen in de ouderenzorg, blijkt uit prognoses van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn. Actiz schatte het aantal verpleegkundigen met een hbo-opleiding in verpleeghuizen in 2014 op 5 procent.

Dat gebrek aan hbo’ers is een probleem, omdat de zorg in verpleeghuizen ingewikkelder is geworden. Elke nieuwe cliënt heeft complexere zorg nodig dan zijn voorganger. Dat komt doordat ouderen langer thuis blijven wonen. Verpleeghuizen hebben nu de zorg voor ouderen met zware dementie, of een combinatie van lichamelijke en psychische problemen.

Zorg complexer

Dat vraagt andere scholing, zegt Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg aan de Universiteit Maastricht. „Nu komt het voor dat een oudere thuiszorg krijgt van een hbo-opgeleide wijkverpleegkundige. Als diegene naar een verpleeghuis gaat omdat de zorg complexer is geworden, staan er vooral verzorgenden aan het bed, met een mbo-opleiding van 25 jaar geleden. Hoe bevlogen ook, het hart op de goede plaats is niet meer voldoende.”

Hamers is een van de auteurs van het in juli verschenen rapport Meer is niet per se beter. Daarvoor werden ruim 180 wetenschappelijke publicaties onderzocht. Een van de conclusies: er is geen relatie tussen de omvang van het personeel en de kwaliteit van zorg. „We roepen snel om meer geld en personeel, maar dat is maar ten dele terecht.”

Veel belangrijker is het volgens Hamers om te streven naar een mix van competenties onder het personeel. „Leiderschap blijkt cruciaal in verpleeghuizen die de boel op orde hebben. Hbo’ers zouden meer een coachende rol moeten hebben, naar verplegend personeel en mantelzorgers toe. Nu doet familie bijna niks meer nadat iemand in een verpleeghuis is opgenomen, omdat verzorgenden veel taken overnemen. Terwijl we hulp van buiten juist moeten omarmen.”

De wens van een gemengd personeelsbestand komt ook uit polls van V&VN, de beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden. Die voerden al eerder campagne voor meer personeel in de ouderenzorg. „Maar we zien dat het lastig is om hbo’ers de juiste stageplekken te bieden, en ze daarna te behouden”, zegt directeur Sonja Kersten. „Verpleegkundigen krijgen allerlei hand- en spandiensten te doen en werken onder hun niveau. Zo houd je het beeld in stand dat de zorg in verpleeghuizen laagcomplex is.”

Dat leidt ertoe dat weinig hbo’ers een baan in de ouderenzorg ambiëren, zegt Bianca Buurman, lector transmurale ouderenzorg van het AMC en de Hogeschool van Amsterdam. „Veel studenten verstaan onder hoogcomplexe zorg de technische handelingen uit een ziekenhuis. Terwijl de combinatie van fysieke problemen en gedragsproblemen, kwaliteit van leven en het levenseinde de zorg in een verpleeghuis complex en uitdagend maken.”

De oplossing ligt voor een deel bij de opleidingen, zegt Buurman. „Hbo-v’ers doen al in hun eerste jaar een basisstage in een verpleeghuis, gekwantificeerd als laagcomplexe zorg. Ze komen er weinig rolmodellen tegen. Ook gaat het in het curriculum veel over ziekenhuizen. Dat de ouderenzorg alleen maar negatief in het nieuws is, helpt niet. We zouden meer nadruk moeten leggen op de dynamiek, op de breedte van de ouderenzorg.”

Aan het bed

Buurman benadrukt ook het belang van bijscholing van mbo’ers die al jaren in een verpleeghuis werken. „Artsen moeten accreditatiepunten halen, voor verpleegkundigen en verzorgenden is dat niet verplicht. Maar deskundigheid delen hoeft niet alleen via cursussen te gebeuren. Dat kan ook door elkaar aan het bed te laten zien wat je moet doen bij een wond of bepaald gedrag. Daar kunnen hbo’ers een rol in spelen.”

De beroepsvereniging verzet zich al langer tegen het gebrek aan bijscholing. Directeur Kersten: „Als het al gebeurt, is het vaak in eigen tijd en met eigen geld. Dat moet echt veranderen. De sector is weer in opbouw, na jaren van kaalslag. Naast instroom zouden we ook aan opleiding moeten denken.”

Alia Tanwir (20), eerstejaars |
‘Ik vind het goed dat school ons erheen stuurt. Iedereen wordt oud’

Fleur West (18), eerstejaars |
‘Eerst dacht ik dat je alleen maar billen af zou vegen’

Jonne Cretier (17), eerstejaars |
‘Bij mij in de klas wil niemand echt graag in de ouderenzorg werken’

Cas van den Hoven (25), derdejaars |
‘Je krijgt maar vijftien minuten om een luier te verschonen’