Neocons? Dat zijn nu Democraten

Amerikaanse presidentsverkiezingen Clinton wil een assertieve VS in de wereld. Dat trekt neoconservatieven die Trump isolationistisch vinden.

Clinton tijdens een VS-Golfstaten-top met een Koeweitse (l) en Saoedische (r) minister. Foto Brendan Smialowski/AFP

Er zijn al zoveel Republikeinen uit het Bush-tijdperk overgelopen naar Hillary Clinton, dat de desertie van Colin Powell amper opviel. Powell, minister van Buitenlandse Zaken in Bush’ eerste termijn, sprak zich dinsdag voor een besloten gezelschap uit voor Clinton. Hij maakte er een kwestie van karakter van. Donald Trump zou als president de VS ,,internationaal te schande maken”, zei Powell. Clinton is ,,evenwichtig, uitgebalanceerd. Ze heeft uithoudingsvermogen”.

Maar deze steunbetuiging staat voor veel meer dan dat. In groten getale zijn de afgelopen maanden neoconservatieve Republikeinen naar het Clinton-kamp getrokken. Voor Powell zijn stap openbaar maakte, zaten de meeste architecten, denkers en uitvoerders van het buitenlands beleid tijdens de Bush-jaren (2001-2009) al in het Democratische kamp. De reden: Clinton staat veel dichter bij de interventionistische politiek van Bush dan Trump. De Democratische Partij is het nieuwe huis voor de neocons geworden.

Het begon met de steun van de neoconservatieve ideoloog Robert Kagan, een van de architecten van de Irak-oorlog in 2003. Kagan verzet zich tegen de grote weerzin onder Amerikanen om zich nog langer met wereldcrises te bemoeien. ,,Supermachten gaan niet met pensioen”, schreef hij. Om die reden krijgt Clinton volgens Kagan nu de steun van veruit de meeste Republikeinen die met buitenlandse politiek te maken hebben.

Vijftig van die Republikeinen, die samen het geraamte van de Bush-jaren vormden, namen in augustus afstand van Trump. Ondanks ,,twijfels” over Clinton was de afkeer van Trump te groot, schreven ze in een open brief:

,,Hij prijst onze vijanden, en bedreigt onze bondgenoten en vrienden.”

De rollen zijn omgekeerd

Neocons zijn de trekvogels van de Amerikaanse politiek. Aan hun gedrag zie je welk klimaat er heerst in Washington. Zij zien een enorme ideologische ommezwaai bij de Democraten en Republikeinen. De rollen zijn, vergeleken met de tijd van Bush, volledig omgekeerd.

Onder Republikeinen waait een wind van isolationisme, van ‘America First’. Dit heeft met Trump te maken, maar Trump verwoordt een sentiment dat allang breed leefde. Er wordt anders dan voorheen gedacht over Amerika’s rol in de wereld. De vanzelfsprekende steun aan de NAVO, en soms zelfs aan Israël, wordt in twijfel getrokken. Rusland geldt niet langer als een tegenstander, maar als een mogelijke bondgenoot. Terwijl de vorige Republikeinse kandidaat Mitt Romney Rusland nog ,,onze grootste geopolitieke bedreiging” noemde, is Trump een stuk vriendelijker.

,,Ik geloof dat we de spanning moeten verminderen. Ze zeggen dat Rusland onredelijk is, ik moet dat nog maar zien.”

De Democraten hebben de oude plek van de Republikeinen ingenomen. In deze partij hoor je de luidste pleidooien om militair in te grijpen in Syrië, of om een harde Rusland-politiek te voeren. Op de Democratische Conventie in Philadelphia liet de partij de ene na de andere generaal op het podium aan het woord. Er was vlagvertoon, en Amerika’s ‘exceptionalisme’ werd benadrukt.

Obama is een twijfelaar

Hillary Clinton is de belichaming van die verandering. Hoewel haar beleidsmatige verschillen met president Barack Obama klein zijn, heeft ze een heel ander idee over hoe de invloed van de VS in de wereld gehandhaafd moet worden. Obama is een twijfelaar op buitenlands gebied, bleek onlangs in een groot interview in The Atlantic. Hij gelooft meer in geheime diensten, drone-oorlogen en stille diplomatie om de hegemonie te handhaven, niet in militair machtsvertoon. Hij zei dat hij ‘controversieel’ was bij de gevestigde orde in Washington, de denktanks en buitenlandse experts, omdat hij niet ‘volgens de heersende normen’ denkt.

Clinton is meer een volger van de Washington-traditie. Zij gelooft, zoals haar adviseur Vali Nasr onlangs in The New York Times zei, ,,in het belang van het leger, in de aanpak van terrorisme, in het handhaven van de Amerikaanse invloed in de wereld”. Ze staat daarmee volgens Nasr in de traditie van Ronald Reagan en John F. Kennedy. En, maar die noemde Nasr niet, die van George W. Bush.

Als minister van Buitenlandse Zaken botste ze soms met Obama over buitenlandse kwesties. Ze was woedend toen Obama op het laatste moment afzag van militaire actie tegen de Syrische president Assad, ondanks dat die een ‘rode lijn’ had overschreden. ,,Als je zegt dat je gaat aanvallen, val je ook aan”, zei Clinton achter de schermen. Ze was in 2011 een groot pleitbezorger van militair ingrijpen in Libië, en kreeg uiteindelijk Obama’s kabinet mee. Ze pleitte, ook tegen de zin van veel leden van Obama’s regering, voor een harde koers tegen het assertievere China. Al aan het begin van hun politieke carrière waren Clinton en Obama het oneens: in 2002 stemde Clinton voor de Irak-oorlog, Obama was als senator in Illinois tegen. Clinton noemt die stem nu overigens haar grootste fout als senator.