Kiezer gebaat bij idee Klaver

nrcvindt

Linkse dan wel, progressieve politieke samenwerking. Het blijft in Nederland altijd weer een onderwerp om het over te hebben, niet om te praktiseren. Ook de jongste poging op dit gebied lijkt al weer in de knop gebroken.

Het was dit keer GroenLinks leider Jesse Klaver die het idee opbracht. Tijdens een toespraak stelde hij maandag zijn collega’s van PvdA, SP en D66 voor zich te verenigen op vijf progressieve principes: terugdringen van ongelijkheid, vergroten van kansen voor kinderen, vermindering van de marktwerking in de zorg, vergroenen van de economie en het stoppen van de „doorgeslagen flexibilisering” op de arbeidsmarkt. Onderwerpen waar alle vier de partijen opvattingen over hebben, maar die bij nadere bestudering toch flink van elkaar verschillen. Zo laat het collectieve zorgfonds dat de SP propageert zich maar moeilijk verenigen met de opvattingen van D66.

Het voorstel van Klaver lijkt dan ook niet zozeer ingegeven door inhoudelijke argumenten, maar door strategische. Met een progressief blok wil hij de VVD klem zetten. Die partij kan dan na de verkiezingen voor het vormen van een meerderheid niet één kleine progressieve partij selecteren maar zal genoegen moeten nemen met een getalsmatig grotere combine. Zo kan dominantie van de VVD in een nieuwe coalitie worden voorkomen. Rekenkundig klopt deze redenering, hoewel er natuurlijk wel eerst verkiezingen moeten worden gehouden die dit moeten bevestigen.

Het kan nooit kwaad als in het zwaar verdeelde Nederlandse partijenlandschap gekeken wordt naar mogelijkheden voor samenwerking. Maar het probleem is dat het gesprek over politieke fusies meestal niet ontstaat uit overtuiging maar uit nood. Niet echt een goede basis. De huiver bij de andere door GroenLinks geselecteerde partijen is dan ook wel verklaarbaar.

Dit neemt allemaal niet weg dat de keuze voor de kiezer aanzienlijk vergemakkelijkt kan worden wanneer hij of zij reeds voor de verkiezingen weet waar de coalitievoorkeur van de diverse partijen ligt. Een stembusakkoord waarin partijen uitspreken na de verkiezingen bij een kabinetsformatie gezamenlijk op te trekken zou de nodige duidelijkheid kunnen verschaffen. Vooral als daarbij ook programmatische punten worden genoemd.

De veel gehoorde en ook al decennia oude kritiek is dat de Nederlander bij verkiezingen wel mag stemmen maar niet mag kiezen. De keuze wordt pas na de verkiezingen gemaakt in de beslotenheid van de kabinetsformatie. Afspraken vooraf tussen partijen over samenwerking maakt de keuze minder vrijblijvend.