Opinie

Je bent wit, dus racist. Bewijs maar het tegendeel

Opinie Als alle Turkse Nederlanders zich moeten distantiëren van één treitervlogger, moeten alle witte Nederlanders dan afstand nemen van al die racistische incidenten? Houd op met denken in groepen, betoogt .

Illustratie Dario Castillejos

Onlangs verscheen op Geenstijl.nl een verontrustend filmpje, nogal schokkerig opgenomen met een mobiel, waarin een akkefietje in een Nederlandse bus wordt vastgelegd. We zien hoe vier witte mannen een donkere vrouw omsingelen, haar bezittingen naar buiten gooien en vervolgens haarzelf hardhandig op straat zetten.

Ze had het kennelijk in haar hoofd gehaald kritiek te uiten op de beslissing van de chauffeur. Die had, zo wil het verhaal erachter, eerder een passagier uit de bus gezet die zat te eten. En dat terwijl een ander, die ook at, gewoon mocht blijven zitten. Onrechtvaardig, aldus de donkere vrouw.

Het filmpje ging viral. Ja, er was gelukkig verontwaardiging over het lompe en bedreigende optreden van de chauffeur en zijn witte medestanders. Maar de reacties waren niets vergeleken bij de ophef over de ‘Turkse treitervloggers’. Daar konden media en politiek deze zomer maar geen genoeg van krijgen. Blijkbaar heb je als boosdoener een kleurtje nodig om zoveel ophef te veroorzaken.

Het optreden was niet alleen lomp en bedreigend, het was ook nog eens discriminerend. „U heeft behoorlijk wat praatjes voor een gast”, hoor je een passagier tegen de donkere vrouw zeggen. Dit is dus het denkframe waarin zo’n opmerking wortelt: gasten horen er voorwaardelijk bij, ze moeten dankbaar zijn en het niet wagen om kritiek te uiten op hun gastheer. Net als Zwarte Piet moeten kleurlingen als figuranten fungeren op het toneel van de witte man. Als ze hun eigen teksten oplezen en morele lijnen trekken, dan worden ze net als de donkere buspassagier van het podium geknikkerd. Dan zijn ze niet meer welkom.

(Dit filmpje is van een aantal jaar terug, maar ging onlangs pas viraal.)

Datzelfde denkframe is mogelijk ook verantwoordelijk voor de verrechtsing van de samenleving. Wie is een volwaardig burger en wie niet – de lijn daartussen is vaak etnisch van aard, zonder dat daar een inhoudelijke argumentatie achter zit. In de eerste indruk die witte burgers van gekleurde burgers hebben, gaat er al iets fundamenteel fout. Het gaat zelfs zover dat politici over aantallen kleurlingen in termen van ‘meer of minder’ spreken. Alsof het over de allocatie van goederen gaat.

Kenmerkend aan dit racistische denkframe is dat excessen van individuele kleurlingen telkens aan een geconstrueerde groep toegeschreven worden. Het zijn ‘de’ moslims, ‘de’ Mexicanen, ‘de’ Turken, ‘de’ Marokkanen, noem maar op. Als kleurling kun je het daarom nooit goed genoeg doen. Het is namelijk onmogelijk voor een collectief – geconstrueerd of echt – excessen uit te sluiten. Haalt een medekleurling iets uit bij een supermarkt in Zaandam, dan wordt de kleurling die er niets mee te maken heeft ook daarmee geassocieerd. Witte mensen blijven gevrijwaard van dit mechanisme. Dat is hun voorrecht, hun privilege.

We moeten af van dit verschrikkelijk mechanisme. Of we moeten ook de witte mensen eraan onderwerpen. Hoe zouden zij het vinden als ze op basis van hun huidskleur allereerst voor racist aangezien worden? Bewijs maar het tegendeel, bijvoorbeeld door actief diversiteit in je bedrijf te bevorderen. Of door afstand te nemen van dat racistische incident in de bus. Net zoals van moslims verwacht wordt dat ze zich na iedere aanslag distantiëren van IS.

Mocht dat te ver gaan, erken dan dit: niet kleurlingen, maar witte Nederlanders moeten dankbaar zijn. Zij hebben het voorrecht dat ze hun bestaansrecht niet telkens opnieuw hoeven te legitimeren. Ze hebben vanzelfsprekend meer kansen op de arbeidsmarkt en worden nooit zonder reden staande gehouden door de politie.

Als we per se moeten bepalen wie meer recht heeft op dit land, dan verdient de migrant zo bezien een hoger aanzien: die heeft met pijn en moeite de taal moeten leren, dag in dag uit onnodig zijn loyaliteit aan Nederland moeten bewijzen en zich moeten „invechten” voor zijn plek, zoals premier Rutte van hem verlangt.

De claim van de zich invechtende migrant op Nederland is in dit opzicht sterker dan die van de vier bevooroordeelde mannen die een donkere vrouw hardhandig de bus uitgooien. Zoiets arbitrairs als plaats van geboorte of huidskleur – waar we niets voor hebben hoeven doen – hoort helemaal geen rol te spelen. Noch in de bus, noch in het publieke debat.