Waarom scoort Rwanda beter op gelijkheid m/v dan wij?

4 vragen over (on)gelijkheid m/v Nederland zakt drie plaatsen op de jaarlijkse ‘gelijkheidslijst’. Vrouwen werken vooral parttime en er is een loonkloof.

Foto iStock

Nog 170 jaar, zolang gaat het duren voordat wereldwijd sprake kan zijn van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat blijkt uit de woensdag gepubliceerde Global Gender Gap Index, een jaarlijks rapport van het World Economic Forum. Het betreft een lijst van landen met de minste ongelijkheid tussen beide seksen. IJsland is net als vorig jaar koploper, gevolgd door Noorwegen en Zweden.

Nederland is drie plaatsen gezakt op de ranglijst en staat nu op de 16e positie. Een slechte score: in de tien jaar dat de lijst bestaat is het maar een keer eerder voorgekomen dat Nederland buiten de top-15 viel. Dat was in 2010, toen we op de 17e plaats stonden.

1 Waarom scoort Nederland slechter dan voorgaande jaren?

De daling komt vooral doordat Nederland het relatief slecht doet op het gebied van arbeidsparticipatie en inkomensgelijkheid. De scores liggen weliswaar boven het wereldwijde gemiddelde, maar Nederland loopt steeds meer achter op landen als Finland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland.

In Nederland werkt bijna driekwart van de vrouwen. Op zich geen slechte score, zegt hoogleraar Henk Volberda van de Erasmus Universiteit, die het onderzoeksteam leidde. Maar: „64 procent van hen werkt parttime. Onder mannen is dat maar 30 procent.”

Nederlandse vrouwen, zo constateerden de onderzoekers, doen bijna twee keer zoveel onbetaald werk en vervullen meer gezinstaken. Er is nog altijd sprake van een loonkloof: gemiddeld verdienen vrouwen de helft minder. Bij gelijkwaardige functies is dat bijna eenderde. Ook hebben vrouwen in Nederland minder vaak een leidinggevende functie: slechts één op de vier managers is een vrouw.

2 Landen als Rwanda en Burundi doen het beter dan Nederland. Hoe kan dat?

Eerst een kanttekening: Rwanda (plaats 5) en Burundi (plaats 12) hebben een beroepsbevolking die uit meer vrouwen dan mannen bestaat. Ze scoren daarom goed op arbeidsparticipatie. Volberda: „Maar vrouwen werken daar ook uit noodzaak, om het hoofd boven water te houden.” Wel hebben deze landen grote sprongen gemaakt. Zo heeft Burundi, dat vorig jaar nog 23e stond, recent maatregelen doorgevoerd waardoor meisjes en jongens dezelfde kansen krijgen in het onderwijs.

Een ontwikkelingsland is natuurlijk niet te vergelijken met een welvarend land als Nederland, zegt Volberda. „Maar het feit dat landen als Burundi en Namibië ons hebben ingehaald, toont wel aan dat Nederland weinig progressie maakt.”

De index rangschikt landen niet op hun ontwikkelingsniveau, benadrukken de onderzoekers. Gekeken wordt naar gezondheidszorg, onderwijs, economische participatie en politieke invloed.

Beleid of cultuur worden niet meegenomen. Zo wordt wel gekeken naar de kloof tussen mannen en vrouwen in hoge (politieke) functies, maar wordt de duur van het zwangerschapsverlof in een land buiten beschouwing gelaten.

De meest recente Gender Gap Index:

3 Waarom doen IJsland, Finland, Noorwegen en Zweden het zo goed?

Dat Scandinavische landen de lijst al jaren aanvoeren heeft alles te maken met de goede sociale voorzieningen, zegt Volberda. „Het is in die landen gemakkelijk om gezin en werk te combineren. In Zweden is het niet ongebruikelijk om je kind mee te nemen naar het werk. Zwangerschapsverlof is er veel beter geregeld, ook voor partners.”

Overigens hebben ook ‘harde maatregelen’ een rol gespeeld: in Noorwegen is al in 2003 de regel ingevoerd dat 40 procent van de raad van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen uit vrouwen moet bestaan.

4 Wat moet er gebeuren om de verschillen tussen mannen en vrouwen te verkleinen?

Hoewel het er nog niet van is gekomen, zou het invoeren van een vrouwenquotum ook in Nederland wenselijk zijn, zegt Volberda. „We hebben hier te maken met een old boys network dat zichzelf in stand houdt. Wil je dat doorbreken, dan lukt dat alleen met quota.” 

De onderzoekers waarschuwen voor een ‘nieuw moeras op de werkvloer’: vrouwen hebben vaker dan mannen administratieve banen die straks door digitalisering en automatisering verloren gaan. In snel groeiende sectoren zijn zij juist ondervertegenwoordigd. Volberda: „Als we niks doen gaat het zeker tot 2186 duren tot we gelijkheid hebben tussen mannen en vrouwen.”