‘Er wordt hier echt zaken gedaan’

De Tefaf heeft sinds deze week een halfjaarlijkse satellietbeurs in New York, waarmee het de hoofdprijs najaagt: Amerikaanse kunstkopers. „Hedgefund-managers kopen niet alleen hedendaagse kunst.”

De New Yorkse editie van kunstbeurs Tefaf in de Park Avenue Armory. Foto's Harry Heuts

Het is dringen bij de champagne- en oesterbar, het publiek is overduidelijk zeer bemiddeld en de stands worden bemand door kunstprofessionals die precies schijnen te weten wanneer ze afstand dienen te houden of wanneer het juist tijd is om de potentiële koper vriendelijk gedag te zeggen. Toch voelt deze kunstbeurs niet als andere.

„Ik heb hier aan veel beurzen deelgenomen, maar zo mooi uitgedost heb ik de Armory nog nooit gezien’, zegt Gerard Widdershoven, sinds midden jaren zeventig kunsthandelaar in New York. Hij roemt de decoraties die tot het naar schatting 15 meter hoge plafond lopen - „magnifiek” - en de subtiele wijze waarop de stands samensmelten met het wat bonkige gebouw. Maar de aankleding van de beurs is zeker niet het enige wat hem opvalt. „Er wordt heel veel verkocht.”

Eindelijk een satellietbeurs

Widdershoven is met zijn Maison Gerard een van de 94 kunsthandelaren die deze week in de Park Avenue Armory de crème de la crème van hun deftige koopwaar uitstallen: kunst, juwelen en meubelen uit de Oudheid tot 1920, en dan alleen uit het allerhoogste segment. De gelegenheid is het debuut van Tefaf New York, waarmee de prestigieuze Maastrichtse kunst-en antiekbeurs Tefaf eindelijk zijn gehoopte satellietbeurs heeft. De beurs zal tweemaal per jaar de Armory in Manhattan bezetten: deze week dus met kunst van voor 1920, in het voorjaar met latere kunst.

Na vier drukke beursdagen meldt de organisatie tevreden te zijn: met gemiddeld drieduizend bezoekers per dag voldoet de toeloop aan de verwachting, terwijl de standhouders meer verkopen dan verwacht. Wat de kooplust in het door beroemdheden geobsedeerde New York wellicht verhoogd heeft, was het gretig verspreide nieuwtje dat CNN-presentator Anderson Cooper vlak na de opening van de beurs voor 275.000 dollar een schilderij van Anton Raphael Meng (Portret van Mariana de Silva y Sarmiento) kocht — nota bene tijdens zijn lunchpauze. Op dezelfde dag gingen ook werken van onder meer Edward Hopper en Renoir van hand tot hand.

Teaser voor Maastricht

De commerciële bedrijvigheid is uiteraard ook Tefaf-ceo Patrick van Maris niet ontgaan. „Er wordt hier echt zaken gedaan”, zegt hij. Toch was dat volgens hem niet eens de voornaamste reden om de stap naar New York te zetten. „Voor ons is New York eerst en vooral een teaser voor Maastricht”, zegt Van Maris. „Het doel is om zoveel mogelijk Amerikaanse verzamelaars te bereiken. We willen ze laten zien hoe mooi oude kunst is, dat er meer is dan hedendaagse kunst — met als onderliggende boodschap: in Maastricht bieden we nog veel meer.”

Onder die Amerikaanse verzamelaars in de Armory blijken zich ook veel jongere kunstliefhebbers te bevinden, vertelt Van Maris. „Vooral mensen uit de financiële sector. Jonge hedgefund-managers die misschien geneigd zijn alleen hedendaagse kunst te kopen, zien hier dat kunst veel meer is dan Warhol en Haring.”

Bij Tefaf, en dat geldt voor zowel Maastricht als New York, is kunst ook meer dan louter beeldende kunst. De beurs is veeleer een museale basaar, waar verzamelaars net zo goed terecht kunnen voor juwelen uit de 18de eeuw, een buste van Gustave Courbet of een IJslands zwaard uit de Viking-jaren. Geen wonder dat zich onder de bezoekers de nodige museumcuratoren bevonden — zoals Paul Lang van de National Gallery of Canada. „Het is verrassend goed en het aanbod is niet zo overweldigend groot”, liet deze zich tegen ArtNews ontvallen. „En dat middenin een stad. Als je naar Maastricht gaat, moet je onderweg op een andere trein overstappen, ergens in Luik of zo.”