Die mondkapjes zijn nog jaren nodig

China

De Chinese economie wordt groener. Maar de sanering van de kolen- en staalindustrie gaat traag, uit angst voor sociale onrust.

Foto Getty Images

De „oorlog tegen de luchtvervuiling” die premier Li Keqiang heeft aangekondigd, is nog maar net begonnen. Maar de eerste resultaten mogen er zijn, althans volgens nieuwe gegevens van het Internationaal Energie Agentschap. Wereldwijd werden vorig jaar dagelijks 500.000 zonnepanelen in bedrijf genomen, waarvan 40 procent in China. In winderige woestijnprovincies als Xinjiang en Binnen-Mongolië staan inmiddels 92.981 van de mondiale 314.000 windmolens; de turbines worden in China in een tempo van twee per uur geïnstalleerd.

Het nieuwe IEA-rapport maakt duidelijk dat het China ernst is met de omschakeling van ‘zwart’ (fossiele brandstoffen en kernenergie) naar ‘groen’ (zon, wind en water). Alleen merken de inwoners van miljoenensteden als Beijing, Shanghai, Chengdu, Chongqing en Hefei daar nog weinig van, net zomin als de bewoners van het tussen de uitdijende steden gelegen platteland met reusachtige industriecomplexen.

Vorig jaar werd meer hernieuwbare energie dan ooit opgewekt (wereldwijd 153 gigawatt, 61 gigawatt in China, een stijging van 15 procent) maar nog lang niet genoeg om aan de vraag naar elektriciteit te voldoen. De 61 gigawatt van China is amper genoeg voor de helft van de jaarlijks stijgende vraag, laat staan dat de duurzame energie kolen, gas en olie kan vervangen.

Feit is wel dat het aandeel van fossiele brandstoffen, vooral kolen, ook in China daalt (vorig jaar met min 2,3 procent tot 73 procent) en dat het aandeel van water, wind en zon met 9,3 procent is gestegen tot 24,6 procent. Maar dat zijn, hoe juichend de IEA en de Chinese staatspers ook moge zijn, kinderstapjes.

Sociale onrust

De Chinese economie, waarin dit jaar meer elektriciteit zal worden verbruikt dan in de VS en de EU samen, blijft voorlopig op ‘zwart’ draaien en krijgt alleen aan de randjes een ‘groene’ tint, concludeerden onderzoekers van milieunieuwssite CleanTechnica. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat de economie blijft groeien. Niet met dubbele cijfers zoals in het begin van dit decennium, maar toch in een stevig tempo (6,7 procent in 2016).

Voor groei zorgen was en is de hoofdtaak voor de Communistische Partij. Zonder groei dreigt sociale instabiliteit en daar zijn de machthebbers zeer beducht voor. Weliswaar stijgen de investeringen in groene energie, vorig jaar met 17 procent tot 110 miljard dollar. Ter vergelijking: de investeringen in de EU reikten tot 40 miljard dollar. Uit alle plannen en toespraken van de autoriteiten blijkt dat deze trend in groene investeringen wordt vastgehouden. Overigens rekenen zij daar nucleaire energie ook toe.

Maar ondanks deze technologische en financiële inspanningen zullen kolen de belangrijkste brandstof blijven. Veelzeggend is dat de sanering van de grote kolen- en staalindustrieën veel trager verloopt dan vorig jaar was aangekondigd. De autoriteiten schrikken ervoor terug om hard in te grijpen in sectoren waar acht miljoen banen in het geding zijn. De kolenprijzen stijgen zelfs weer doordat de vraag is gestegen.

Sjoemelen met gegevens

Het gaat dus nog decennia duren voordat Chinese stadsbewoners hun mondkapjes kunnen opbergen. Op zijn vroegst vanaf 2030, en waarschijnlijker vanaf 2040, kunnen zij vrijer ademhalen. Het zal ook nog lang duren voordat de trend is omgebogen dat in China steeds meer mensen sterven aan de gevolgen van vuile lucht. Volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO was dat aantal in 2012 een miljoen.

Dat zijn cijfers die in China worden gecensureerd. Tegelijkertijd proberen de nationale autoriteiten – met name het niet al te machtige ministerie van Milieubescherming – greep te krijgen op het meten van de luchtvervuiling. Woensdag werden drie inspecteurs van het meetstation in Xian, wereldwijd bekend van het Terra Cotta-leger, ontslagen omdat zij de meetinstallatie op de universiteit van de metropool met wol hadden afgedekt om de vervuilingsdata te manipuleren. De installatie was als het ware van een mondkapje voorzien.

De inspecteurs waren bezorgd over de bar slechte meetgegevens in de stad met China’s belangrijkste toeristische attracties. Zij waren ook beducht dat hun loopbaan in gevaar zou komen als zij voortdurend slecht nieuws moesten melden aan hogere milieu-autoriteiten, meldde het plaatselijke ochtendblad. En voor onrust onder de bevolking, die met speciale apps precies kan volgen hoeveel fijnstof er in de lucht zit. Het plan om alle 1436 meetstations die worden bediend door provinciale en stadsbesturen onder centraal gezag te plaatsen, wordt versneld uitgevoerd.

Greenpeace China juicht deze stap toe, omdat er ook in zeven andere steden gesjoemeld is met meetgegevens uit angst voor „sociale instabiliteit” onder de bevolking die zich inmiddels zeer bewust is van de keerzijde van de industriële revolutie. „Betrouwbare data is het begin van de oorlog tegen de vervuiling”, aldus Dong Lansai van Greenpeace in Beijing.