De wereldeconomie bouwt weer nieuwe luchtkastelen

Analyse Megaovernames

Het miljardenbod op mediabedrijf Time Warner doet denken aan de internethausse.

Dit zijn weer tijden om luchtkastelen te bouwen.

Het overnamebod van het Amerikaanse telecombedrijf AT&T op mediaconglomeraat Time Warner (CNN, films, betaalzender HBO) klinkt als een staaltje ‘terug naar de toekomst’. Niet alleen vanwege het duizelingwekkende bedrag: bijna 85 miljard dollar (78 miljard euro).

Op 10 januari 2000 deed internetgigant AOL hét bod op Time Warner dat het symbool zou worden voor die knotsgekke tijd. De toenmalige AOL-topman, Steve Case, gebruikte afgelopen weekeinde, toen AT&T zijn bod op Time Warner openbaar maakte, dan ook op Twitter de hashtag #DejaVu.

Het bod in 2000 gaf het signaal dat de grote versmelting van telecom-, internet- en mediabedrijven was begonnen. Die versmelting was de nieuwe wijsheid. Elk bedrijf deed het. Of wilde het doen. Telefoon- en kabelbedrijven waren driftig op zoek naar programma’s, beelden en andere inhoud die hun klanten konden zien en horen.

Fameus Nederlands voorbeeld: televisieproducent Endemol kon zichzelf bij wijze van spreken aan elke telefoon- of internetgigant verkopen. Endemol had z’n internationale hit Big Brother. Endemol koos twee maanden later voor het Spaanse telefoonbedrijf Telefónica. Dat was op dezelfde dag dat tienduizenden particuliere beleggers reikhalzend uitkeken naar de eerste handelsdag op de beurs van World Online, zeg maar ‘onze’ AOL.

In de maalstroom van fusies, overnames en miljardenwinsten was de vorming van AOL Time Warner het luchtkasteel. Glanzende façade, geen stevigheid. De overname was een gewaagde sprong voorwaarts vanwege het bedrag: 164 miljard dollar. Maar de deal trok nog meer de aandacht vanwege de omkering van alle waarden: Time Warner was een gevestigde macht, eigenaar van Amerikaanse middenklassebladen als Time en People. AOL was nog maar net doorgebroken. Nu zou je het bedrijf een ontregelaar noemen, een disruptor.

Kostbare vergissingen

De kopers van toen maakten kostbare vergissingen, voor verkopende investeerders en managers was het een goudmijn. John de Mol, Joop van den Ende en Dik Wessels (investeerder in World Online) hebben daar hun miljard (of meer) aan te danken.

Winnaars waren, met de kennis van nu, niet de opkopers, maar de ondernemingen die stug vasthielden aan hun eigen metier. De beste zoekmachine (Google), de beste consumentenproducten (Apple), het beste internetwarenhuis (Amazon). De meeste overnames uit die tijd maakten de verwachtingen niet waar.

Dat had meerdere oorzaken. Om te beginnen een financiële: de overnames waren veel te duur geweest. De prijs was opgejaagd door krankzinnig hoge koersen die in 2001 werden doorgeprikt. Ontnuchtering volgde, ook al omdat de overnamekoningen de nodige schulden hadden gemaakt voor al hun acquisities. Zij moesten saneren en kosten besparen om die leningen af te lossen. En het bleek lastig om de inhoud uit de media van bijvoorbeeld Time Warner te koppelen aan profijtelijke producten waar consumenten ook voor wilden betalen. Telefónica verkocht Endemol. AOL stootte Time Warner weer af en het mediabedrijf ontmantelde zichzelf.

Is het ditmaal anders?

Terug van weggeweest

De parallellen tussen 2016 en 2000 stapelen zich al een tijdje op. Ook nu zijn de koersen van telecom-, media- en internetbedrijven hoog. Teken des tijds: vorige week passeerde de koers van Microsoft het niveau dat tijdens de internetrecords in 2000 was gevestigd. Een andere grootmacht uit die tijd, de Japanse investeringsmaatschappij Softbank, is weer helemaal terug. Softbank en Saoedi-Arabië gingen onlangs met elkaar in zee om het grootste investeringsfonds in de technologiesector te formeren. Een fonds met maar liefst 100 miljard dollar.

En dan nu het bod op Time Warner. Twee jaar geleden had mediabedrijf 21st Century Fox (van Rupert Murdoch) al een poging gedaan en zelfs een prijs genoemd, maar dat wees Time Warner af. Dit jaar toonde Apple ook belangstelling, maar dat leidde tot niets. Nog niet, in ieder geval. Maar reken maar dat zakenbanken op Wall Street likkebaardend uitkijken naar een biedingsstrijd.

Tegelijkertijd kun je redeneren dat de strategie om mediabedrijven te kopen niet deugt. Het is alsof Ahold een bod doet op zeep- en voedingsbedrijf Unilever, omdat supermarktketen Albert Heijn dan Becel, Knorr en Calvé in de schappen kan leggen. Banken en verzekeraars gingen in de vorige eeuw ook samen om elkaars producten via elkaars verkoopkanalen aan de man te brengen. Geen succes.

Kredietstatus omlaag

Zoals het er nu naar uitziet, zal dat ook het lot zijn van deze fusie. De koers van de aandelen Time Warner bungelt nu al bijna 19 procent onder de geboden prijs. Dat is ongewoon, want doorgaans jagen beleggers de koers snel op tot vlakbij de overnameprijs. Sommigen vrezen een langdurige goedkeuringsprocedure voor de overname, die na de Amerikaanse verkiezingen pas echt op gang kan komen. En dan wellicht verboden wordt.

En er zijn financiële twijfels. AT&T betaalt de helft van de overname met eigen aandelen en de helft in contanten. Daarvoor zal het bedrijf extra schulden moeten maken en daalt de kredietwaardigheid. Een van de bureaus die dat beoordeelt, Standard & Poor’s, heeft daar al voor gewaarschuwd. Dat heeft een paradoxaal gevolg: als de kredietstatus omlaag gaat, moet AT&T wat meer rente op nieuwe leningen betalen. En dat kan extra animo onder beleggers opleveren. Als gevolg van de ultralage rentepolitiek van centrale banken hunkeren talloze vermogensbeheerders naar extra rendement. Dan maar wat meer risico.