Column

Onder daklozen heeft Beau eindelijk zijn vorm gevonden

Het programma waarin Beau van Erven Dorens Amsterdamse daklozen volgt past hem een handschoen. De presentator gaat in ‘The Amsterdam Project’ diep door de knieën.

Beau van Erven Dorens en Lolle in 'The Amsterdam Project' (RTL4).

Beau van Erven Dorens heeft in zijn lange televisiecarrière al heel wat zenders, omroepen en formats uitgeprobeerd, maar afgezien van de begindagen van RTL Boulevard was er nooit een programma dat hem als een handschoen paste. Na de eerste aflevering van The Amsterdam Project (RTL4) kun je al vaststellen dat hij het eindelijk gevonden heeft.

Op papier lijkt het de zoveelste variant op de hulptelevisie, waarin een BN’er onmachtige landgenoten de weg wijst naar een oplossing. Samen met het Leger des Heils werden vijf Amsterdamse daklozen geselecteerd op hun potentie er weer bovenop te komen. Enkele weken na een eerste ontmoeting met Beau, gevolgd door een of twee camera’s, krijgt elk van hen een uniek aanbod: een boekje met telefoonnummers van hulpverleners die dag en nacht klaar staan en een pinpas met een limiet van 10.000 euro, in ruil voor de bereidheid zich minimaal een half jaar te laten filmen.

Zoals bij elke variant van deze toverstaf-tv wordt benadrukt dat ze het uiteindelijk helemaal zelf moeten doen, na dit genereuze opstapje, toegekend door een empathische ster.

Toch is The Amsterdam Project net even anders. We zijn getuige van de eerste kennismaking van Beau met zijn hoofdpersonen, als er nog helemaal geen sprake is van hulp. Alleen een kopje koffie en een biertje, en een gewillig oor. De emotie die de ontmoeting teweegbrengt bij de presentator komt zeer authentiek over. Als Beau met een minder bedeelde stadgenoot praat, geloof ik meer in zijn betrokkenheid dan in die van voorbeeld Wendy van Dijk of Natasja Froger. Die blijven een ster.

Tekst gaat verder onder de video

Beau gaat diep door de knieën. Het eerste gesprek met Lolle (67), een Friese schipperszoon met hernia en een verleden waar hij niet over wil praten, is heel goede televisie. Lolle voert de duiven bij zijn vaste slaapplek, onder een treinviaduct. Hij is charmant, open en heeft gevoel voor humor. Zelfmedelijden ligt op de loer, maar krijgt niet veel kans. Zijn hele bezit bestaat uit een halflege plastic zak, waarin een tondeuse zit die hij oplaadt in de bibliotheek: „Je bent nu eenmaal een valse nicht,” zegt hij meerdere keren over zichzelf, net als de krachtterm „krijg de tandjes!”

Ook bij de tweede deelnemer, Marco (34) met een verleden als student economie en bedrijfskunde en gokschulden („in de zes cijfers”), zie je de waakzaamheid van iemand die op straat woont. Beiden kijken veel om zich heen en naar de camera, want je moet nu eenmaal ogen in de rug hebben.

Het overhandigen van de pinpas, bedoeld als een tranenmomentje, emotionaliseert vooral Beau. Hij realiseert zich tegelijk met zijn gesprekspartner dat die voor het eerst weer verantwoordelijkheid voor zijn leven kan gaan nemen. Het is een sleutelmoment, dat de betrokkene licht verdoofd ter kennisgeving aanneemt, maar Beau (en dus ook ons) aan het denken zet. Of in televisietaal: „Dat komt wel even binnen!”

Je wilt eigenlijk meteen weten hoe dit verder gaat, ook met de jonge moeder Chayenne en haar kleine zoontje, dat van Beau fietsles krijgt. Een gouden format met precies de juiste ‘presentator’.