Werken, zorgen, leren: waar blijft de tijd?

Werktijden

Appen met het thuisfront op het werk, bijscholing thuis. Werk verandert, hoe gaan we daarmee om?

Illustratie Tomas Schats

Nog even snel een appje naar opa of oma. Zij zouden de kinderen vandaag uit school halen: ‘Denken jullie daaraan?’ Toch jammer dat je dat rapport nu niet meer kunt lezen, maar die laptop kan ook wel een keertje mee naar huis. Werk en privé lopen vandaag de dag meer dan ooit door elkaar. Een mixed blessing noemt de Sociaal Economische Raad (SER) die ontwikkeling in een nieuw naar buiten gebracht advies, dat op 31 oktober aan minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zal worden aangeboden. We zullen in de toekomst meer en meer taken combineren, stelt de SER. Werk is één, daarbij komt vaker de zorg voor kinderen, ouderen, of zelfs kennissen, en uiteindelijk zal ook bijscholing in de eigen tijd meer ruimte innemen. Want technologische ontwikkeling is mooi, maar kennis veroudert er ook sneller door. En dat betekent bijleren.

Hoe groter het takenpakket, hoe meer we moeten combineren, hoe sterker we gebaat zijn bij vager wordende grenzen tussen werk en privé. Maar, waarschuwt de SER, die ‘zegen’ heeft twee kanten: stress ligt meer dan ooit op de loer, en combineren is voor de een gemakkelijker dan voor de ander. „Het hogeropgeleide deel van onze samenleving heeft vaak meer middelen om taken te combineren”, zegt Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER. En dat versterkt ongelijkheid.

Waar komt de ontwikkeling van meer zorgen en leren vandaan?

Hamer: „Wat betreft het zorgen is het simpel: mensen worden ouder, gezinnen kleiner. Het huidige beleid zet in op het zelf en onderling regelen van zorg, waardoor de zorg voor zieke ouders of kennissen er steeds vaker bijkomt. Grotere behoefte aan bijscholing komt vooral door snelle technologische ontwikkeling. Je blijven ontwikkelen binnen je vakgebied is meer dan ooit relevant.”

We zijn ondanks de voorspellingen niet minder gaan werken, hoe zorg je ervoor dat combineren toch lukt?

„Kijk je naar de zorg voor kinderen, dan kan er nog veel verbeterd worden. Overblijven is nu bijvoorbeeld nog steeds niet op alle scholen goed geregeld. En ook naschoolse opvang is vaak niet goed afgestemd op het onderwijs. Lokale wethouders initiëren van alles, maar eenduidige regels zijn er niet. Daar valt kortom nog behoorlijk wat winst te behalen.

Daarnaast zou je kunnen denken aan het verruimen van het zorgverlof, om mantelzorgen gemakkelijker te maken. De organisatie van hulp aan huis kan bovendien efficiënter: in de persoonlijke dienstverlening wordt nu vaak zwart of slecht georganiseerd gewerkt. Het goed organiseren van die hulp, waardoor er fatsoenlijke banen ontstaan, kan daarom helpen.”

Is minder werken een optie?

„We hebben nadrukkelijk geen oordeel willen geven over het aantal gewerkte uren. Maar praten we over vrouwen, dan zijn we wel stellig: vrouwen willen nog steeds meer uren werken. Maatregelen die vrouwen uit de deeltijdklem halen, juichen we daarom óók van harte toe.”