Recensie

Tokkelen op het lichaam van een vrouw

Voorstelling

Met ‘Huid’ maakt regisseur Boukje Schweigman de overstap naar de grote zaal. Haar show met dans en muziek is een zintuiglijke beleving.

Scène uit de voorstelling foto Sofie Knijff

In het begin is het donker, zo donker als het nog nooit in het theater is geweest. Scenograaf Theun Mosk verduisterde zelfs de groenverlichte bordjes bij de uitgang. Het is een even eenvoudige als effectieve ingreep – doordat het zicht je is ontnomen, springen de andere zintuigen onmiddellijk op scherp. Opeens word je je bewust van dat lichaam in die stoel, en alle andere lichamen, die je ritselend en ademend omringen in het duister. Dat is de winst van een carrière in het ervaringstheater: regisseur Boukje Schweigman, die met Huid nu de overstap maakt naar de grote schouwburgzaal, weet haar publiek middels fysieke sensaties nauwer bij haar werk te betrekken.

De tekst gaat verder na de video

Kippenvel

Die beleving werkt door. Kippenvel bij de volgende scène, waarin een performer, fraai uitgelicht op een soort altaar, in embryonale houding met rug en billen naar de zaal ligt. Ze kronkelt haar rug, we volgen de beweging van haar spieren. Haar huid golft mee. Het duurt niet lang of we zien alleen die huid, dat grootste orgaan, hier een op zichzelfstaand organisme. Een schitterend beeld is het, dat aandacht en concentratie afdwingt, en een verbluffend esthetische, bijna spirituele ervaring biedt.

Daarna verandert de voorstelling echter ingrijpend van toon. Huid is een samenwerking met Slagwerk Den Haag, en Schweigman plaatst de drie muzikanten nadrukkelijk op de voorgrond. Voorzien van microfoontjes plukken zij aan het lichaam van de vrouw, tokkelen met huidplooien, trommelen luid op spier en bot. Slim en geestig is het, maar de clowneske koddigheid van de scène verhoudt zich moeizaam tot het voorgaande. Echt samensmelten willen de werelden niet – die van de robuuste, in het zwart gehulde slagwerkers enerzijds, en de halfnaakte, fragiele dansers anderzijds. En tot een spannende confrontatie komt het evenmin. Zo wordt Huid een wat onsamenhangend geheel.

Woest krabbende dansers

Ook al omdat de voorstelling daarna in losse ideetjes uit elkaar lijkt te vallen. Alsof Schweigman en haar performers gewoon een beetje hebben geassocieerd op het thema ‘huid’. Waar kom je dan op? Jeuk, bijvoorbeeld. Maar dat ligt erg voor de hand en is in zijn alledaagsheid zelfs een beetje plat, al levert de minutenlange toewijding van de zich woest krabbende danseres, voortgestuwd door hevig aanzwellend slagwerk, alsnog een mooie scène op.

Foto’s door Sofie Knijff

Vervolgens raakt Schweigman het spoor bijster, of dat geldt in elk geval voor de recensent. Wat doet die man vermomd als schoonmaakborstel op toneel? En hoe verhoudt die ongemakkelijke Aziatische stereotypering (de Japanse danser Kenzo Kusuda, vurig trommelend op het bekken op zijn hoofd), zich tot het thema?

Huid mist aldus de samengebalde energie en het coherente, consequente universum van Schweigmans eerdere werk, zoals Spiegel (2012) en Blaas (2013). Maar wat resteert is niet niks: de sensationele prestatie van de performers, de spannende livemuziek, een paar buitengewoon esthetische beelden, en, niet te vergeten: een voor de schouwburgzaal unieke zintuiglijke beleving.