Studenten meer tevreden over het hoger onderwijs

Onderwijs

Universiteiten en hogescholen stellen op grond van hun prestatieafspraken met de overheid hogere eisen aan hun studenten en docenten. Dat leidt tot grotere tevredenheid maar bij het hbo tot meer uitval en langer studeren.

College in de Oudemanhuispoort in Amsterdam. Foto ANP / Robin Utrecht

Studenten zijn nu tevredener over de kwaliteit van het hoger onderwijs dan vier jaar geleden. Ook de kwaliteit van het onderwijs is vooruitgegaan.

Dat rapporteert een reviewcommissie over de prestatieafspraken die 18 universiteiten en 36 hogescholen vier jaar geleden met de overheid hebben gemaakt. Zouden de beloftes niet worden waargemaakt, dan kan dat de instellingen tot 7 procent van hun budget kosten. De minister van Onderwijs oordeelt hier komende maand over.

De reviewcommissie toont zich tevreden in haar toelichting.

„Bij zowel hogescholen als universiteiten is niet alleen de aandacht voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit aanzienlijk toegenomen. Ook blijkt uit de vooruitgang die is geboekt dat sprake is van een daadwerkelijke kwaliteitsverbetering van het hoger onderwijs.”

De hogescholen en onderwijsinstellingen zijn beoordeeld op doelen die ze zelf hebben gesteld, en op afspraken over kwaliteit en studiesucces die de verenigingen voor hogescholen en universiteiten hebben gemaakt. Zo is de deelname aan honours-programma’s door getalenteerde studenten gestegen van 2 naar 6 procent.

Docenten hoger onderwijs zijn beter opgeleid

251016BIN_hbo_IG152

De tevredenheid van studenten wordt gemeten in de Nationale Studentenenquête, een jaarlijks grootschalig onderzoek naar meningen van studenten over hun opleidingen. Frans van Vught, voorzitter van de reviewcommissie en hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Twente: „Studenten realiseren zich dat een studie hun veel geld kost, dus ze denken goed na over wat ze ervan vinden.”

Wat is er de afgelopen jaren verbeterd in het hoger onderwijs? Bij vrijwel alle universiteiten en hogescholen is de overhead verminderd. Het aandeel docenten in het totale medewerkersbestand is hoger geworden. Het aantal docenten met een onderwijskwalificatie – een bewijs van onderwijsvaardigheid – is bij universiteiten gestegen van 20 naar 72 procent.

Meer studie-uitval

Bij hogescholen is het aantal docenten met een master’s degree of een doctorsgraad gestegen van 61 naar 70 procent. Ook het contact tussen docent en student is verbeterd: vrijwel alle instellingen hebben nu minimaal twaalf ‘contacturen’ per week voor studenten.

Hogescholen hebben wel een prijs betaald voor de hogere eisen die ze aan studenten stellen: de gemiddelde studie-uitval is toegenomen. Dat geldt vooral bij de zes hogescholen in de Randstad, met veel studenten uit achterstandsgroepen. Ook speelt een rol dat hbo-studenten verschillende vooropleidingen hebben (vwo, havo, mbo), die niet altijd even goed aansluiten bij de gekozen hbo-opleiding. Nog maar 67 procent van alle hbo-studenten haalt een bachelor binnen vijf jaar, tegenover 70 procent vier jaar geleden. Bij de zes randstedelijke hogescholen haalt slechts 55 procent een bachelor binnen vijf jaar, tegenover 63 procent vier jaar geleden.

Hogescholen hebben wel een prijs betaald voor de hogere eisen die ze stellen: meer studie-uitval

De reviewcommissie heeft bij haar oordeel rekening gehouden met de omstandigheden van hogescholen die op aandringen van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie hun eisen aan eindwerkstukken en onderzoeksvaardigheden van studenten hebben verhoogd. Wie veel studenten toelaat en de eisen verhoogt, krijgt meer uitval, aldus de Commissie. Dat de tevredenheid van studenten toch groter is geworden, betekent volgens Van Vught dat ze de verhoogde kwaliteit op prijs stellen.

Drie hogescholen uit de Randstad (Inholland, de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Leiden) hebben wegens tegenvallend studiesucces toch een negatief oordeel van de commissie gekregen, net als Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Fontys en de Vilentum Agrarische Hogeschool. De Rijksuniversiteit Groningen, de Technische Universiteit Eindhoven, Wageningen Universiteit, Tilburg University, de Christelijke Hogeschool Ede, de Design Academy Eindhoven en de Hotelschool Den Haag hebben al hun ambities gehaald.

Minder uniformiteit

Uit de goede resultaten blijkt dat de prestatieafspraken werken, vindt voorzitter van Vught. „De hogeronderwijsinstellingen zijn met grote sprongen vooruitgegaan. We zijn daar zeer aangenaam door verrast.” Ook de Tweede Kamer hecht sterk aan de afspraken.

Toch willen zowel universiteiten als hogescholen van die afspraken af. Ze willen meer gedecentraliseerd werken en van de dwang van die collectieve afspraken worden verlost. Met name de regelmatige visitaties en de enorme hoeveelheid administratie ervaren ze als een grote belasting.

Van Vught vindt dat universiteiten en hogescholen meer vrijheid moeten krijgen om „zelf ambities te formuleren.

„Er moet minder uniformiteit van bovenaf worden vastgelegd. Maar je moet er wel financiële consequenties aan verbinden, als stok achter de deur. De afspraken zijn op zichzelf een stevig instrument, dat werkt.”