Rutte en de koning: dat gaat altijd soepel. Toch?

Geld en Oranje

Opnieuw is er in en buiten het parlement discussie rond de uitgaven en belastingen van de Oranjes. De premier moet pal staan voor het koninklijk huis, vindt de ChristenUnie.

Premier Mark Rutte en koning Willem-Alexander in de Ridderzaal bij de viering van het 200-jarig bestaan van het parlementaire tweekamerstelsel in Nederland, oktober vorig jaar. Foto ANP / Olaf Kraak

Dries van Agt ging er soms met lood in de schoenen naar toe. „Op examen” bij de koningin, zo karakteriseerde de premier ooit zijn wekelijkse ontmoetingen met Beatrix. Zijn opvolger, Ruud Lubbers, had er duidelijk meer zin in. Hij zag de koningin vaker dan zijn eigen vrouw, klaagde Ria Lubbers.

Nu het parlement zich roert in allerlei koninklijke kostenkwesties, staat het zoeklicht als vanzelf op de belangrijkste as: de verhouding tussen staatshoofd en minister-president. De huidige doet er alles aan om te laten zien hoe soepel – en informeel – de twee schakelen. Bij de laatste persconferentie van premier Mark Rutte, bijna twee weken geleden, leidde dat zelfs tot een opmerkelijk tafereel. Mark Rutte vertelde toen dat koning Willem-Alexander en prinses Beatrix tegenover hem hadden verklaard niets te weten van de financiële compensatie die de Oranjes vanaf 1973 zou zijn gegeven voor de vermogensbelasting die ze moesten gaan betalen. RTL Nieuws had dit nieuws een paar dagen eerder gebracht. Rutte vertelde over de koning: „Hij zei: Joh, ik wist nergens van.”

Verboden is het niet wat Rutte deed, riskant wel. Door te verwijzen naar de mening van het staatshoofd, wekt een premier al snel de indruk zijn eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Gert-Jan Segers, leider van de Oranje-gezinde ChristenUnie, had dan ook zich geërgerd aan het optreden van Rutte. „Dat was echt een uitglijder van de premier”, zegt hij. „Op die manier trek je de koning ín het debat, terwijl het juist je taak als premier moet zijn hem er buiten te houden en pal te staan voor het koningshuis.”

En was het niet Rutte zelf die zeven jaar eerder een fractiegenoot (Arend-Jan Boekestijn) had weggestuurd omdat die het staatshoofd in een besloten overleg had geciteerd? „Wie streng is voor anderen, moet dat ook voor zichzelf zijn”, oordeelt Gert-Jan Segers.

Rutte wees monarchie vroeger af

Maar goed, vanaf het begin geldt de verhouding tussen Willem-Alexander en Rutte dus als soepel en informeel. Wie in Haagse kringen rondvraagt, stuit op telkens terugkerende symbiotische karakteriseringen. Leeftijdsgenoten (1967 als geboortejaar), studiegenoten (geschiedenis), dezelfde geloofsachtergrond (Nederlands-Hervormd), alle twee praktisch en pragmatisch ingesteld. Dat Rutte als JOVD-voorzitter in 1988 de monarchie ‘in principe’ afwees, maar uit „praktische overwegingen” toch tolereerde, geldt inmiddels als te vergeven jeugdzonde.

De klemtoon op persoonlijke overeenkomsten tussen staatshoofd en minister-president suggereert dat die nodig zijn voor een goed functionerend tandem. Dat is maar tot op zekere hoogte het geval. Te veel symbiose of zelfs vriendschap kan leiden tot ongewenst grote ruimte voor het staatshoofd om zijn gang te gaan, schreef koningskenner Harry van Wijnen al in De Macht van de Kroon (2000). Bovendien: op maandag zitten niet alleen twee personen tegenover elkaar, maar ook twee delen van de staatsmacht: het ‘verheven deel’ (zoals de Britse staatsrechtsgeleerde Walter Bagehot de koning noemde) en het uitvoerend deel – de premier. Dat vergt een professionele en zorgvuldige omgang tussen de twee. Al te gezellig moet het niet worden in het Paleis. Toen een bezoeker bij het weggaan Beatrix ooit eens groette met ‘Graag tot ziens’, riposteerde Beatrix met: „Dat valt nog te bezien.”

Belangrijker dan de persoonlijke overeenkomsten tussen staatshoofd en premier, is het feit dat Willem-Alexander en Rutte in ongeveer dezelfde tijd in hun huidige functie begonnen (in 2013 en 2010), Rutte zelfs iets eerder. Zijn positie is daarmee gunstiger dan die van zijn opvolgers. Het overwicht dat een langer zittende koning en koningin met hun constitutionele kennis en enorme netwerken kunnen krijgen op toekomstige premiers, laat zich nu nog niet voelen. Ook heeft Rutte geluk dat de troonopvolger en haar zussen nog te jong zijn om in liefdesperikelen verzeild te raken, een erkend risico-onderwerp in de relatie tussen staatshoofden en premiers.

Strikt geheim

Hoe een en ander uitwerkt in de huidige gesprekken op Paleis Noordeinde, is onbekend. De inhoud van de gesprekken is strikt geheim, en bleef, enkele uitzonderingen daargelaten, de afgelopen decennia ook geheim. Zelfs over de aanspreekvormen doet de RVD geen mededelingen (‘je’, dus, volgens Rutte). Onder Beatrix zei Ruud Lubbers ‘majesteit’ tegen Beatrix, en hoorde Ruud als aanspreekvorm terug.

Notulen van het wekelijks beraad worden niet gemaakt. De premier brengt hoogst zelden verslag uit in de ministerraad. Als hij een idee van de koning overneemt, brengt hij dat op eigen titel in. Wim Kok deed dat toen hij, ondanks eigen reserves, Willem-Alexander voordroeg als lid van het IOC.

Hoewel geheim, laten de gespreksonderwerpen zich gemakkelijk raden. De lopende politieke zaken (de koning moet immers alle wetsontwerpen ondertekenen en is voorzitter van de Raad van State), de agenda van optredens en toespraken van de koning, aanstaande belangrijke benoemingen (zoals nu bij het vacante burgemeesterschap van Den Haag). Maar ook: staatsbelangen, zoals de positie van KLM tegenover Air France, en de deelname van de Nederlandse krijgsmacht aan de strijd tegen IS.

Naast alle verhalen over de tandem Willem-Alexander-Rutte is inmiddels onmiskenbaar ook een tweede laag van verhalen aan het ontstaan. Die gaan niet over soepel samenwerken, maar over de „typische risico-onderwerpen”. Onderwerpen waarbij het private Oranje-belang botst met het publieke belang. Bijvoorbeeld als de nieuwe speedboot van de koning aanpassingen aan haventje en aanlegsteiger bij de Griekse vakantievilla vergt en er een extra speedboot ter beveiliging mee moet gaan varen – allemaal op kosten van de Oranje-onderdanen. Of als die Griekse villa een duur beveiligingshek nodig heeft. Dan kan het schuren tussen koning en premier, zeggen bronnen.

Riskant wordt het ook als Rutte de koning in een rol verzeild laat raken, waarvan de consequenties niet helemaal te overzien zijn. Bijvoorbeeld toen de premier vorig jaar Willem-Alexander liet lobbyen voor een VN-zetel in de Veiligheidsraad, dit samen met een assistent van koningin Máxima, Bahia Tazib Lie. „Daarmee was de premier te veel een brievenbus van Buitenlandse Zaken dat op die lobby bij de VN had aangedrongen”, zegt een bron in de buurt van de premier. „Maar een minister-president moet ook een eigen afweging maken wat constitutioneel gezond is voor een staatshoofd.” De lobby lukte maar half. Nederland moest de begeerde zetel uiteindelijk delen met Italië.

Hoge kosten voor paleizen, onverwachte uitgaven voor het oplappen van Gouden Koets en Groene Draeck. De ene kwestie is nog niet opgelost…

Belasting betalen

Terug naar de geldkwesties die volop op het menu staan, ook aanstaande donderdag weer tijdens de behandeling van de begroting van de Koning. In feite is er weinig nieuws onder de zon. Zelfs in de vriendschappelijke relatie tussen Beatrix en Ruud Lubbers speelden al geldzaken. De laatste blokkeerde bijvoorbeeld pogingen van Beatrix om de staat te laten opdraaien voor de aankoop van een onderkomen voor Willem-Alexander naast Paleis Noordeinde. Daar had de kroonprins nu juist een eigen uitkering voor, zei Lubbers.

Ook in de jaren zestig van de vorige eeuw vormden de financiën een erkend probleem in de relatie tussen Paleis en Binnenhof. De Oranjes moesten belasting gaan betalen op hun privé-inkomen. Niet leuk, vonden de Oranjes. „Ik heb altijd begrepen”, vertelt historicus Jan-Willem Brouwer van het Nijmeegs Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, „dat premier De Jong na zijn vertrek geen minister van Staat [een eretitel toegekend door het staatshoofd] mocht worden vanwege irritatie bij de Oranjes over de nieuwe belastingen.” Mogelijk, zegt Brouwer, hebben de Oranjes na het vertrek van De Jong een compensatie geregeld voor hun belastingplicht via de nieuwe premier, Barend Biesheuvel.

Hoe dan ook: drieënveertig jaar na de financiële regeling van De Jong – en diens opvolger – met het koningshuis, lijkt de kracht ervan te zijn uitgewerkt. Opnieuw wordt er gesteggeld over hoge kosten voor de paleizen, onverwachte uitgaven voor het oplappen van Gouden Koets en Groene Draeck, mogelijk geheime compensatie voor de belastingheffing. De ene kwestie is nog niet opgelost (voor het onderhoud van de Groene Draeck is inmiddels een regeling getroffen), of de volgende komt er al weer aan. Afgelopen vrijdag reageerden diverse Kamerleden gepikeerd op de hoge kosten (250.000 euro) van het – leeg – laten overvliegen van regeringstoestel KBX naar Australië voor het komend staatsbezoek aan dat land.

Tijd voor een nieuwe deal?

De als hoog ervaren uitgaven passen volgens veel parlementariërs in het beeld van een monarchie die tot de duurste van Europa behoort. Ze staan daarin niet alleen. In een enquête die de NOS in april hield ter gelegenheid van Koningsdag, bleek 59 procent van de ondervraagden de kosten te hoog te vinden.

Op zijn beurt zegt Gert-Jan Segers van de ChristenUnie:

„Als iemand die het koningshuis een warm hart toedraagt en die vindt dat koning en koningin hun taak uitstekend uitvoeren, vind ik de terugkerende discussies onaangenaam. Ze zijn slecht voor het draagvlak voor de monarchie. Het is de taak van de premier om de logica van bestaande regelingen met de Oranjes duidelijk te maken. Als hij daar niet in slaagt, moet hij ze aanpassen.”

Sinds zijn aantreden in 2010 bediende Mark Rutte zich van een rijk repertoire om de koning uit de vuurlinie te houden. Hij rekte enkele keren tijd via nader onderzoek (onderhoud Groene Draeck), stelde de zaken mooier voor dan ze bleken te zijn (de kosten van de verbouwing van de paleizen), hield zaken klein („containertje”, „bootje”) of koos voor botte weigering (niet-uitvoeren van een Kamermotie die oproept tot belastingheffing op de toelages. „Toch is het de premier niet gelukt daarmee de hypes rond het koningshuis de kop in te drukken”, constateert historicus Brouwer.

Wordt het daarom tijd voor een New Deal van de politiek met het koningshuis, zoals destijds door De Jong? Een soort nieuwe pacificatie? Gert-Jan Segers van de ChristenUnie vindt dat „een mooie gedachte”. Hij zegt:

„Het zou goed zijn als we met een nieuwe regeling van de kosten van het koningshuis een nieuwe start zouden kunnen maken, en van het gezeur afraken.”

Houdt het gedoe daarna op? Segers is sceptisch. „Incidenten worden door sommige partijen gemakkelijk aangegrepen om twijfels over het instituut koningshuis te zaaien. En daarmee het republikeins sentiment te versterken.”