SER: alleen subsidie voor duurzaam werkende boeren

Dat advies is dinsdag aangeboden aan staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken, PvdA).

Door experts opgestelde criteria moeten een schone en eerlijke productie garanderen, met oog voor dierenwelzijn en omgeving. Foto: Flip Franssen

Alleen echt duurzaam werkende boeren moeten nog steun van de overheid krijgen. Uitsluitend deze ‘voorhoede’ van naar schatting 30 procent krijgt leningen van banken, voorrang bij de verdeling van dierrechten en fosfaatrechten, en financiële steun bij uitbreiding van hun bedrijf. De rest van de boeren moet in staat worden gesteld te stoppen.

Zo luidt het advies van de commissie duurzame veehouderij van de Sociaal Economische Raad (SER). Dat is dinsdag aan staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken, PvdA) aangeboden door SER-kroonlid Ed Nijpels, prominent VVD’er en onder meer voormalig minister van Milieu. In de commissie zaten wetenschappers, ambtenaren, bankiers én werkgevers en werknemers uit land- en tuinbouw. Staatssecretaris Van Dam noemde het voorstel tijdens een presentatie dinsdag “buitengewoon interessant”.

Fundamentele breuk

Een groep experts moet elke anderhalf tot twee jaar “criteria” opstellen waaraan de boeren in de toekomst moeten voldoen, op basis van de best beschikbare technieken in Europa. Die moeten een schone en eerlijke productie garanderen, met oog voor dierenwelzijn en omgeving. Ook mest moet “volledig” worden hergebruikt; boeren worden verplicht hun mest af te leveren bij een mestverwerkend bedrijf, dat er een hoogwaardige grondstof van kan maken. “Een fundamentele breuk met de huidige praktijk”, aldus Nijpels. Wie op deze manier werkt, is maatschappelijk verantwoord bezig en belast niet overmatig de “draagkracht” van het milieu. De SER-commissie schat dat ongeveer 30 procent van de bedrijven in Nederland daartoe in staat is. “Maar het kan ook meer zijn”, aldus Nijpels. “Bedrijven maken uiteindelijk zelf uit of ze bij de voorhoede willen horen.”

Een “versnelling” van een andere manier van werken in de landbouw is “onontkoombaar”, aldus het advies. De overlast en de risico’s van de veehouderij zijn “maatschappelijk niet meer aanvaardbaar”. Bovendien is de economische positie van een grote groep bedrijven “dramatisch”. Bijna de helft van alle varkens- en kippenhouders leeft al vijftien jaar onder de armoedegrens, blijkt uit een rapport van ING. Nijpels: “Je kunt wachten op het moment dat ze er op een nette manier mee kunnen stoppen.” Ook drijven veel bedrijven op subsidies. Het inkomen van varkensbedrijven bestaat voor ruim 37 procent uit subsidies, dat van melkveebedrijven voor bijna 60 procent, en vleeskalverbedrijven zijn zelfs voor ruim 92 procent afhankelijk van subsidies.

Het advies beoogt de “patstelling” te doorbreken in de veehouderij, veroorzaakt door de tegenstelling tussen het belang van de sector voor de export en de volksgezondheid en milieuoverlast. “Er is een karrenvracht aan rapporten en onderzoeken gedaan, maar een echte omslag is tot nu toe te weinig voortvarend van de grond gekomen”, zegt Nijpels.

Voorhoede en achterblijvers

De ‘voorhoede’ krijgt in de SER-plannen financiering van banken, en de regelgeving van de overheid wordt “uitsluitend” gericht op deze innovatieve bedrijven. “Die keuze moeten we maken om de sector te behouden”, zegt Nijpels. Dat laatste is zeker de moeite waard; vlees- en zuivelbedrijven dragen 17,5 miljard euro bij aan de 82,4 miljard euro van de hele agrarische sector. Wat de SER voor ogen staat is, is een “moderne, gewaardeerde boer die een prachtig product maakt” en die weer “midden in de samenleving” staat.

De achterblijvers krijgen niks. Voor wie niet aan de voorwaarden kan of wil voldoen, moet een financiële regeling worden getroffen. Zoals men in de varkenssector al van plan is. Het advies geeft een aantal suggesties waar het kabinet en de Tweede Kamer een keuze uit kan maken. Nijpels: “Als de politiek geen keuze maakt, kun je de verduurzaming op je buik schrijven.” Eén van de vijftien mogelijkheden uit het advies is het opleggen van heffingen aan en door de sector zelf via een ‘algemeen verbindend verklaring’, zodat die samen met de banken een sanering kan uitvoeren. Nijpels: “De banken hebben daar belang bij. De Rabobank heeft twaalf miljard euro financiering uitstaan. Dat is geen kattenpis. Als bedrijven failliet gaan, is de bank veel geld kwijt.” Een andere mogelijkheid is de overheveling van het lage naar het hoge btw-tarief voor zuivel en vlees. “Dat levert 750 miljoen euro per jaar op, maar maatschappelijk zal dat op grote weerstand stuiten.”

Nationale regisseur

Een “nationale regisseur” moet het karwei op zich nemen, bij voorkeur iemand van buiten de sector, zegt Nijpels. “Die moet volkomen onafhankelijk zijn en jaarlijks rapporteren aan het kabinet over de voortgang. Het kabinet stuurt dat verhaal door naar de Kamer.” Ongeveer zoals het gaat met de voortgang van de uitwerking van het Energieakkoord, zegt Nijpels, die dat laatste proces zelf begeleidt.

Hoe het advies ook zal worden ontvangen, de SER is in elk geval verheugd dat óók de veehouderij zelf met de aanbevelingen akkoord is. Nijpels: “Dat de sector heeft meegepraat is me uitstekend bevallen. Er was geen sprake van eindeloze strubbelingen in de commissie. We hebben het advies unaniem vastgesteld, zonder veto’s en nare njets, en zonder dat het een waterig poldercompromis is geworden.”

Ook de verkopers en handelaren zouden de handen uit de mouwen steken. Europa verbiedt weliswaar het opleggen door een land van hogere eisen aan duurzaamheid dan de Europese eisen, maar op basis van vrijwilligheid zouden overheid en supermarkten daarover wel afspraken kunnen maken.

Van Dam: voorstel buitengewoon interessant

“Buitengewoon interessant”, vindt staatssecretaris Martijn van Dam de suggestie om de noodzakelijke verduurzaming van de landbouw te versnellen door te werken met een ‘voorhoede’, zei hij dinsdag bij de presentatie van het “belangwekkende” SER-advies. Van Dam: “Ik ben een liefhebber van wielrennen. Het werken met een voorhoede is een prikkel voor de rest om samen te werken, en om de kopgroep op die manier in te halen.”

Van Dam zei zich verder te kunnen vinden in de aanbeveling één centrale regisseur te benoemen om de landbouw stap voor stap sneller duurzaam te maken. Volgens de bewindsman is het “moeilijk geworden” voor boeren hun bedrijf “draaiende te houden”, en is er alleen een toekomst voor een sterke landbouw “als die duurzaam is”.

Milieuorganisatie Natuur & Milieu noemt het “terecht” dat de commissie wil werken met een ‘voorhoede’, maar vindt het spijtig dat er geen concretere sanering wordt voorgesteld voor de achterblijvers. “Zonder sanering is het ambitieuze beleid voor duurzame koplopers gedoemd te mislukken”, aldus een verklaring. “De commissie moet maatregelen voorstellen om de achterhoede te saneren in hun dierenaantallen: 30 procent minder varkens, 10 procent minder koeien en 5 procent minder kippen.”