Cultuur

Interview

Interview

©

‘Onze figuranten vochten echt’

De Egyptische regisseur Mohamed Diab laat in zijn actiefilm Clash een busje met daarin 26 arrestanten door Caïro rijden tijdens de gewelddadige rellen in de zomer van 2013.

‘Iedereen zei: begin er niet aan. De situatie is heel gevaarlijk, alles staat op scherp, de gevangenis zit vol kunstenaars. Maar ik moest het doen, zelfs als het mijn laatste Egyptische film wordt.”

De Egyptische regisseur Mohamed Diab (38) zit in mei op het puntje van zijn stoel: vol adrenaline, ratelend. Zijn film Clash (Eshtebak) opende zojuist onder luide bijval het programma Un Certain Regard. „Ik voel me zoals een vrouw zich moet voelen als ze na negen maanden zwangerschap bevallen is”, zegt Diab. „Zo opgelucht. Dit was bloed, zweet en tranen.”

Clash speelt zich volledig af in een arrestantenbusje, waar in de julimaand van 2013 rellende aanhangers van de moslimbroederschap en het leger per abuis samenkomen: president Morsi is zojuist afgezet.

Mohamed Diab is een bekende Egyptenaar. In 2007 schreef hij het gangsterepos El Gezira, de grootste Arabische blockbuster aller tijden. Drie jaar later debuteerde hij als regisseur met Cairo 678, waarin drie vrouwen hun dagelijkse portie seksuele intimidatie niet langer pikken. In 2011 was Diab een van de gezichten van de revolutie tegen het bewind van president Mubarak op het Tahirplein.

Lees ook de recensie van Clash: Helse busrit in Egyptisch mijnenveld

Maar twee jaar later voelde hij zich gedwongen de machtsgreep van de militairen tegen president Morsi te steunen. „Een heel gecompliceerde situatie, je staat in feite schaakmat. Onder Morsi werd het een keus tussen militaire dictatuur of theocratie. En nu krijgt iedereen die de revolutie tegen Mubarak steunde, zijn halve familie over zich heen, ik ook. Wat heeft dat gedoe nou opgeleverd? Je mag het zelfs niet meer een revolutie noemen, maar een opstand of een complot.”

U noemde de film Clash zelftherapie

„Ja, ik ben best getraumatiseerd. Onder mijn vrienden overheerst depressie en zelfhaat, een halve generatie is aan de antidepressiva. Ik ben nog 38, weet u, maar veel betogers waren 17, 18, 20. Zoveel hoop, en nu ziet de toekomst er weer erg grauw uit. Schrijf op Facebook iets tegen de status quo, en je zit al in de gevangenis. Veel mensen die ik ken uit de revolutie zijn nu dood, gevangen of in het buitenland. Een vriend van me pleegde zelfmoord.”

Hoe kreeg u deze film gemaakt? Het onderwerp moet toch gevoelig liggen.

„De censor heeft mij een vergunning gegeven op basis van een nepscenario. Had ik eerlijk geschreven: ‘de politie schopt een moslimbroeder dood’, dan was Clash nooit gemaakt. In de context van de film begrijp je hun gedrag pas: ik hoop dat ik ermee wegkom.

„Daarna kostte het me twee jaar om het geld bij elkaar te krijgen. Die tijd hebben we nuttig gebruikt. De film speelt zich af in een arrestantenbus, mijn referenties waren de Duitse onderzeebootfilm Das Boot en de Israëlische film Lebanon, die zich helemaal in een tank afspeelt. Twee films die ik diep bewoner, maar ik wilde nog veel extremer gaan. In Clash acteren 26 mensen op acht vierkante meter, met de cameraman er tussenin. Een hel op aarde.

„We hebben een exacte replica van een politiebusje in een studio gebouwd om alles uit te proberen. Hoe film je dat er nieuwe arrestanten in het busje komen? Hoe hou je ze visueel uit elkaar? Al repeterend ontdekten we wat werkte en wat niet en veranderde het script. Zo speelde Clash zich eerst op een lange, snikhete dag af, tot we in de studio ontdekten welke visuele mogelijkheden de nacht bood: straatlicht, vuurwerk, rook, laserpennen. Die nachtscènes bleken voor de film essentieel te zijn.”

Uw straatgevechten ogen levensecht…

„Ze vochten ook echt! Een van de rellen is in de studio opgenomen, met vijfhonderd man. Ik had een geweldige stunt-coördinator, maar de figuranten waren niet getraind. Zo snel we ‘actie’ riepen, sloegen ze op elkaar in, en ze stopten niet als we ‘cut’ riepen. Als u goed oplet, ziet u mij met een megafoon in elke rel staan: ik schreeuwde me schor om ze weer uit elkaar te halen.”

Andere rellen moeten op straat zijn opgenomen. Hoe kreeg u dat voor elkaar?

„Met flashmobs. De scène waar achthonderd betogers stenen en vuurwerk van viaducten naar de politie gooien was een flashmob. De omwonenden raakten in paniek, de halve politie van Caïro kwam met sirenes aanrijden, maar ik had een geweldig shot van ruim twee minuten. Op die avond is mijn line producer wel door de geheime dienst gekidnapt en zijn anderen gearresteerd, maar we praatten ons eruit.”

Die laserpennen ’s nachts, is dat authentiek?

„Dat was realiteit, bij de protesten van 2013 zag je honderden, duizenden met laserpennen. Dat gaf betogingen iets van een popconcert, maar suggereerde ook oorlog, catastrofe. Ik had nog nooit zoiets gezien. Het maakt de visuele chaos in de laatste scène compleet, als het busje in een legergezinde betoging belandt. De zombiescène noem ik dat, want dat is het.”

Waar komen uw personages vandaan?

„Ze zijn allemaal echt. Fotograaf Zein is een kennis van me die al drie jaar zonder proces gevangen zit, Mahmoud Abu Zeid. Een ander personage is gebaseerd op een moslimbroeder die auditie deed voor Clash, maar zich vlak voor de opnames bij IS aansloot in Syrië. Hij wilde bij mij acteren, nu zie je hem in IS-filmpjes: zo gek is de wereld geworden.”