Recensie

Ontdekkingsreis naar de eindeloze afwisseling van licht en kleur

Vage tijdgenoten, dat waren Hodler, Munch en Monet op zijn best. Toch is de expositie ‘Peindre l’impossible’ die de drie vergelijkt geweldig.

Edvard Munch, De zon (1912, olieverf op doek, 123 x 176,5 cm) Foto Munch Museum

Een Fransman, een Zwitser en een Noor gingen naar buiten en maakten schilderijen. Veel meer dan dat hebben Ferdinand Hodler, Edvard Munch en Claude Monet op het eerste gezicht niet gemeen.

Ook het Parijse museum Marmottan Monet geeft in hun expositiecatalogus ronduit toe dat het eigenlijk een willekeurige greep is. Persoonlijke ontmoetingen hadden de drie niet. Vage tijdgenoten met maar deels de zelfde idealen en zorgen, dat waren ze op zijn best. Maar door de nadruk te leggen op de thema’s ‘bergen’, ‘water’ en ‘zon’ is Hodler, Monet, Munch. Peindre l’impossible een geweldige tentoonstelling geworden.

Het helpt natuurlijk dat het Marmottan de grootste en misschien wel mooiste collectie Monets ter wereld heeft (de vaste opstelling is op zich al een bezoek waard). Ook een plus is dat het Munch Museum vanuit Oslo topwerken naar Parijs stuurde.

Een aantal schilderijen uit de tentoonstelling. Het artikel gaat verder na de afbeeldingen.

Ferdinand Hodler (1853-1918), de onbekende Zwitser tussen de beide megasterren, houdt van bergen en meren. Toppen als de Mont Blanc en de Stockhorn schildert hij vele malen, steeds bij ander licht en ander weer. Hetzelfde doet hij met het Meer van Genève, elke keer legt hij vast hoe het water golft en in welke kleuren het meer oevers en hemel reflecteert.

Drang naar perfectie

Dat is wat de drie kunstenaars gemeen hebben: een niet aflatende drang naar perfectie, naar ‘het schilderen van het onmogelijk’, zoals de ondertitel van de tentoonstelling luidt. Van Claude Monet (1840-1926) is dat streven het bekendst. In talloze schilderijen legt hij vast hoe het licht speelt met de kathedraal van Rouen, op hooimijten, of op de Thames in Londen, om maar een paar voorbeelden te noemen. Ook Edvard Munch (1863-1944) grijpt steeds weer terug op zijn onderwerpen; van De Schreeuw maakt hij bijvoorbeeld vier versies en ook in zijn houtsneden neemt hij nooit genoegen met een bereikt resultaat.

De prachtige reeksen van Hodlers bergen en meren laten zien dat hij vooral de werkelijkheid wil registreren. Hoe hij zich daarbij voelt, doet er niet toe. Bij Munch is het vaak omgekeerd. Voor Monet blijft schilderen een ontdekkingsreis naar de eindeloze variatie van licht en kleur.

De verbanden en verschillen tussen Munch, Monet en Hodler geven de expositie spanning. Dat er van alle drie uitzinnige meesterwerken hangen, maakt van een bezoek een onvergetelijke gebeurtenis. Hodlers schilderij over de oerkracht van water, De moedige vrouw (1886), is een openbaring met zijn onverwachte onderwerp en perspectief: roeiende vrouw met wapperende haren in stormachtig water van schuin boven gezien.

Meesterwerken met sneeuw

Ook bij het thema sneeuw – licht op wit is altijd uiterst moeilijk om te schilderen - hangen topstukken, zoals Noors landschap. De blauwe huizen, dat Monet in 1895 maakt tijdens een schildertrip in Noorwegen. Maar vooral Munch weet met sneeuw meesterwerken te maken. Zoals het witte straatbeeld met de vreemde poses van een gele en een zwarte man in de sneeuw, zijn wilde sterrenhemel boven een landschap met sneeuw, en zeker het besneeuwde laantje waar sneeuwvlokjes vallen op de hoedjes van twee meisjes.

De expositie bereikt zijn hoogtepunt bij het thema zon. Daar hangt Monets schilderij Impression, soleil levant (1872) van de opkomende zon boven de haven van Le Havre dat het impressionisme zijn naam gaf. Munch grijpt in De zon (1912) de bron van het licht bij de keel in een magistraal landschap waarin hij recht in de zon kijkt. Vanaf de bergen kijk je uit over een baai met vlak boven het water een fel bleke zon in een wijde krans van vette stralen. Het doet pijn aan de ogen, zo mooi.