Met Wouda moet ’t weer rustig worden in het zwembad

Zwemmen

Marcel Wouda is al jaren de stille kracht achter vele Nederlandse successen in het zwemmen. Nu wordt hij hoofdverantwoordelijk bij de zwembond.

Foto KOEN VAN WEEL / ANP

Als een kind zo blij sprong hij twee maanden geleden op, hoog boven het warme zand van de Copacabana. Wéér een olympische titel, dit keer voor zijn pupil Ferry Weertman, voor de kust van Rio. De boomlange (2,03 meter) Marcel Wouda grossiert in het verwezenlijken van olympische dromen.

Met de benoeming van Wouda tot hoofdcoach in Eindhoven en hoofdverantwoordelijke voor het Nederlandse zwemmen kiest de zwembond (KNZB), na een uiterst roerig olympisch jaar, vooral voor rust. En voor zekerheid. De 44-jarige Wouda, een stille kracht achter tal van internationale successen in het zwembad en in open water, heeft zich na zijn actieve carrière ontwikkeld tot een absolute vakman, zowel bij het open water als langs de rand het zwembad.

Bescheiden vakman

Zijn aanzien in de zwemwereld is groot. Zelf is de bescheiden, soms wat onzekere Wouda nog altijd de enige Nederlandse man die ooit wereldkampioen langebaan werd, in 1998 (Perth) op de 200 meter wisselslag. Zelfs olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband lukte dat nooit.

Anders dan de meeste Nederlandse zwemmers – sprinters – was Wouda een allrounder pur sang, getuige alleen al zijn wisselslaggoud. Zijn specifieke kijk op de ontwikkeling van talent en zijn kennis van tactiek in het marathonzwemmen leverde Wouda tal van successen op. Een selfmade coach, zoals Roald van der Vliet, manager van het Eindhovense zwemlab, jaren geleden merkte. Toen Wouda tegenover hem zat voor het examen ‘Trainer B’ was Van der Vliet verbijsterd over diens inhoudelijke kennis. „Hij wist alles. Dus ging ik vragen stellen over bewegingswetenschappen, mijn eigen vakgebied. Maar ik kon hem alleen maar een 10 geven.”

In 2008 leidde Wouda Maarten van der Weijden, oud-kankerpatiënt, in Beijing naar goud op de eerste olympische marathon in open water. In 2010 was hij verantwoordelijk voor de wereldtitel van Linsy Heister (25 kilometer) en Europees goud (10 kilometer), ook in open water. En dit jaar baarde hij opzien als kampioenenmaker, tactisch brein achter het olympisch goud van Weertman en Van Rouwendaal aan de Copacabana. „De allerbeste keuze voor het Nederlandse zwemmen”, zei Van der Weijden maandag over zijn oude coach.

Wouda zal geen revolutie ontketenen. „Ik vind dat er veel dingen wel goed gaan”, zegt hij. „Wat er in het open water gebeurt komt uiteindelijk uit hetzelfde trainingsprogramma. Daar hebben we mooie resultaten mee bereikt. Er zullen wat accenten verschuiven. En we zullen heel goed gaan kijken naar de cultuur, en naar de samenwerking tussen Amsterdam en Eindhoven. Dat kan gewoon beter, en dat gaan we ook beter doen.”

De KNZB hoopt dat met de recente benoemingen vooral de rust terugkeert in de Nederlandse zwemtop. De zwemploeg vertrok twee maanden geleden met zeer gemengde gevoelens uit Rio de Janeiro. Voor het eerst sinds de Spelen van Barcelona (1992) haalden de zwemmers in Rio geen enkele olympische medaille in het zwembad. Daar tegenover stonden de twee gouden medailles op de zwemmarathons voor de kust van de Copacabana.

Mark Faber coach in Amsterdam

Behalve Wouda maakte de bond maandag ook de benoeming bekend van Mark Faber tot hoofdcoach van het Nationaal Trainingscentrum in Amsterdam. Faber, acht jaar lang coach van de paralympische zwemmers, wordt opvolger van de naar Denemarken vertrokken Martin Truijens. Eerder werd André Cats al aangesteld als technisch directeur bij de bond. Cats, jarenlang verantwoordelijk voor de paralympische topsport in Nederland, gaat bij de KNZB over alle topsportdisciplines, dus ook waterpolo, schoonspringen en synchroonzwemmen.

Zo zet de zwembond twee maanden na het debacle van Rio in hoog tempo een nieuwe topsportstructuur in de steigers. Daarmee moet de ontstane onrust onder de topzwemmers worden weggenomen.

In de nasleep van de tegenvallende zwembadprestaties in Rio concludeerde een evaluatiecommissie onder leiding van oud-hockeyinternational Marc Delissen dat de zwemmers in het olympische jaar gebukt gingen onder slechte verhoudingen binnen de begeleidingsstaf. Vooral tussen teammanager Aad van Groningen en technisch directeur Joop Alberda boterde het niet. Die ruzie leidde tot het vertrek van Alberda, vlak voor Rio, ook al concludeerde de evaluatiecommissie dat hem geen blaam trof. De onrust in de staf kostte wel „veel energie” bij zwemmers en coaches. Hoewel de zwemmers volgens de commissie-Delissen fysiek in orde waren in Rio was van teamgeest geen enkele sprake.

Vacuüm na vertrek Verhaeren

In wezen waren de strubbelingen in de aanloop naar Rio nog rimpels die moesten worden glad getrokken na het vertrek van Jacco Verhaeren. De oud-bondscoach en technisch directeur verhuisde na de Spelen van Londen (2012) naar de Australische zwembond, en liet daarbij een vacuüm achter dat de KNZB nauwelijks wist op te vullen. Zijn vertrek, na ruim twintig jaar zwemmen in en rond de absolute wereldtop, sloeg een diep gat in de Nederlandse zwemwereld. Drievoudig olympisch kampioene Ranomi Kromowidjojo, die sportief en persoonlijk door een diep dal ging na de verhuizing van haar mentor en coach, zal dat als eerste zal beamen.

Met Wouda aan het roer van het Nederlandse zwemmen valt de KNZB in elk geval terug op vertrouwde gezichten. Wouda, zelf opgeleid in de Verenigde Staten en bij Verhaeren, begeleidde in Eindhoven tal van topzwemmers en is van onbesproken gedrag. Hetzelfde geldt voor technisch directeur Cats, die voor zijn paralympische avonturen ook al uitgebreid werkzaam was als bondscoach bij de zwembond. Als coach begeleidde hij onder anderen Marcel Wouda bij diens eerste stappen in het trainersvak.

Wat dat betreft past het bij de zwembond, waar drastische veranderingen zeldzaam zijn. Ondanks tal van aanvallen van criticaster Van den Hoogenband staat de KNZB nog altijd onder leiding van directeur Jan Kossen en voorzitter Erik van Heijningen, oudgedienden die hun functies al ruimschoots langer dan een decennium bekleden. Na de Spelen in Rio riep Van den Hoogenband beide bestuurders op om op te stappen omdat „de trein ontspoord” is.

De benoeming van Wouda als het nieuwe gezicht van het Nederlandse topzwemmen roept ook nog een aantal vragen op. Onduidelijk is nog wat de gevolgen zullen zijn voor het boegbeeld van het topzwemmen, Kromowidjojo. Zij stapte na het vertrek van Verhaeren over naar coach Wouda, maar verbrak na enige tijd die band omdat ze „geen klik” had met hem. Inmiddels traint zij bij Patrick Pearson, ook in het Nationaal Trainingscentrum in Eindhoven.

Mogelijk blijft Pearson als assistent van Wouda werkzaam in Eindhoven. De gesprekken daarover zijn gaande, zegt Wouda. De komende weken verwacht hij meer duidelijkheid. „Ik ga met Ranomi in gesprek en kijken wat voor haar een hele goede omgeving en trainingssituatie is. Vandaar uit kijken we verder.”