Luisteren: Dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

De Deense zangeres Agnes Obel verrast, met onder andere een buitenissig mannenkoor. Traumahelikopter – eigenlijk met een kleine t – doet dat met sterke liedjes en rafelrandjes.

  • ●●●●●

    Bauer: Eyes Fully Open

    cd1

    Pop: Bauer is de bijnaam van Berend Dubbe, ooit drummer van Bettie Serveert. Bauer heeft een voorkeur voor vernuftige liedjes. Eerder hadden de nummers nog een zekere lo-fi-charme, maar op het nieuwe Eyes Fully Open zijn de elegante instrumentaties voldragen. Dubbe werkte er tien jaar aan , in z’n eentje in zijn thuisstudio, en slaagde erin om strijkers uit de computer als strijkers te laten klinken. Nummers als ‘The Alchemist’ en ‘Waterfalls’ zijn als mini-symfonieën, waarbij violen, een ijle percussie-riedel en suizende mellotron luchtig over elkaar heen waaien. Tussen die tere bouwsels is Bauers stem de brommerige, warmbloedige leidraad. Dat streven naar afgeronde esthetiek maakt het soms steriel en te zoet. Dat valt op bij een uitzondering: ‘Little Island Song’ is minimalistisch, met grillig dameskoortje opgetuigd. Dat verhoogt de aantrekkelijkheid. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    The Lemon Twigs: Do Hollywood

    cd2

    Pop: De Amerikaanse broers Brian en Michael D’Addario kleden zich als glamrockers uit de jaren zeventig en halen hun inspiratie van ver voor hun geboorte. 19 en 17 jaar zijn ze, opgegroeid met Beatles en Beach Boys en virtuoos op gitaar, toetsen, drums en alle andere instrumenten die ze in handen krijgen. Debuutalbum The Lemon Twigs Do Hollywood is zwaar beïnvloed door de klassieke popmuziek van The Kinks, Todd Rundgren, T. Rex en Brian Wilson ten tijde van het onvoltooide SMiLE. Geproduceerd door Foxygen’s Jonathan Rado blinken de D’Addario’s uit in overdadige instrumentaties, lastige ritmes, innig verstrengelde zanghangharmoniën en fraaie citaten uit de pophistorie. Hun lo fi-album is tamelijk briljant, totdat ze aan het eind volledig uit de bocht vliegen en hun muziek struikelt over eigen ambitie. Jan Vollaard

  • ●●●●

    traumahelikopter: Competition Stripe

    cd3

    Rock: Rockgroep traumahelikopter uit Groningen voegt zich na DeWolff, Jacco Gardner en Eerie Wanda in het eervolle rijtje van Nederlandse indiebands die hun album parallel uitgebracht zien op een Amerikaans label. Het Californische Burger Records bracht ook hun vorige album uit en met de derde Competition Stripe moet het echt gaan gebeuren, nu het basloze trio de gouden combinatie heeft aangeboord van ruige, melodieuze, toegankelijke en toch uitdagende rockmuziek. Of ze nu opgewonden rammelrock spelen in ‘Nothing There’ of de gitaren op Jesus and Mary Chain-achtige manier laten scheuren in ‘Negative Feelings’, traumahelikopter bewaart het evenwicht tussen sterke liedjes en de rauwe rafels van waarachtige indierock. Zanger/gitarist Mark Lada heeft de nonchalante uitstraling van een authentieke slacker die het allemaal vanzelf komt aanwaaien. Informeel en toch ijzersterk; een winnende combinatie. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Agnes Obel: Citizen Of Glass

    cd4

    Pop: In het nummer ‘Familiar’, op haar nieuwe album Citizen Of Glass, duikt een buitenissig mannenkoor op dat de lieflijke zangstem van Agnes Obel lijkt te beklagen en bespotten. Dit onverwacht ironische commentaar is een van de verrassingen op Obels derde plaat. Want de Deense sirene houdt niet vast aan haar succesformule van ijle liedjes met pianobegeleiding. Op Citizen Of Glass is de piano juist minder prominent. Haar zang wordt nu omkleed door pizzicato bespeelde cello’s en zacht galmende strijkers. Er is getokkel op de harp en een assortiment aan efemere klanken die als waterdamp tussen zang en strijkers hangen. De liedjes zijn gevoelig maar krachtig, met ijle cello’s die hun stoere strijkkracht hervinden, een prachtig mozaïek van percussie en marimba in bijvoorbeeld ‘Golden Green’, en een vanouds kwinkelerende piano in ‘Mary’. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Fuse: Studio

    cd5

    Klassiek/Pop: Fuse komt al sinds begin vorig jaar ’s zondagmiddags op tv bij Podium Witteman, waar het ensemble op z’n DWDD’s huisband is. Je begrijpt waarom de makers voor deze musici zijn gevallen: ze zijn jong, flexibel – ze mixen klassiek, volksmuziek en jazz – en stralen in niets uit een klassiek ensemble te zijn, ze dragen fleurige kleren in plaats van stijf zwart. Maar is Fuse zo bijzonder dat vier seizoenen lang aandacht op televisie gerechtvaardigd is, of zijn de programmamakers daar misschien iets te gemakzuchtig? Op het debuutalbum Studio speelt Fuse bewerkingen van muziek van Dave Bruebeck tot Bartók. Het swingt, soms swingt het zelfs heel hard, maar de improvisaties zijn aan de brave kant en nog niet zo eigen. Op zijn best is Fuse in de lekker uitwaaierende solo’s in ‘Mr. Black’ (Tom Trapp). Merlijn Kerkhof

  • ●●●●●

    Anouk: Fake It Till We Die

    cd6

    Pop:Gelukkig is er het nodige veranderd sinds maart. Het toen verschenen Queen For A Day was nauwelijks herkenbaar als een album van Anouk - te doorsnee, te gepolijst. Ook Fake It Till We Die heeft een gestroomlijnd geluid en klinkt toegankelijk voor een groot publiek. Bovendien werden de nummers weer mede geschreven en geproduceerd door Anouks vaste medewerkers Martin Gjerstad en Torre Johansson.

    Maar dit album pakt anders uit. Vanaf het overrompelende intro van openingsnummer ‘There He Goes’ is duidelijk dat hier wordt geflirt met de soul-, funk- en salsa-traditie. Het intro biedt opgewonden blazers die breed schetterend over de melodie heen rollen, terwijl een ingehouden salsa-ritme zich nog probeert te beheersen. Maar er is geen houden aan, met de zwoel gezongen woorden ‘A perfect night in New York City, I feel alive and kinda pretty’, heeft Anouk de deur naar nachtelijke escapades al opengezet. De swingende stijl wordt volgehouden, in onder meer het kek gezongen ‘Blue Motel’ en het titelnummer. Lees de volledige recensie: Levenslust voert de boventoon bij Anouk. Hester Carvalho