‘Kinderen tot 7 jaar kunnen maar 11 meter vooruitkijken’

Dat zei Hans van Breukelen (technisch directeur KNVB) tegen de NOS.

De aanleiding

Vorige week presenteerde voetbalbond KNVB een plan voor een nieuwe opzet voor het pupillenvoetbal. Minder spelers op het veld, kleinere velden, andere speelvormen. Zo moet het voor de ongeveer 300.000 jeugdspelers van vijf tot en met elf jaar een stuk leuker worden: meer balcontacten, vaker scoren.

Technisch directeur Hans van Breukelen legde aan de NOS de achterliggende gedachte van de plannen uit en zei onder meer dat jonge kinderen in de huidige situatie het overzicht op het veld kwijtraken en kwam vervolgens met een vrij specifieke stelling. „Kinderen tot zeven jaar kunnen maar elf of twaalf meter vooruitkijken met mensen om zich heen. Dat is wetenschappelijk onderzocht.” Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

KNVB-woordvoerder Koen Adriaanse zegt dat Van Breukelen zelf niet meer weet waar hij zijn bewering vandaan heeft. Waarschijnlijk kwam die voort uit het onderzoek dat de bond deed naar een nieuwe pupillenopzet. In het rapport ‘Optimale wedstrijdvormen pupillen’ staat dat er literatuuronderzoek is gedaan naar „wat kinderen kunnen op een bepaalde leeftijd”. Vervolgens is veldonderzoek gedaan, waarbij 204 wedstrijdvormen zijn getest met „250 jeugdspelers uit zes verschillende geboortejaren” en waarbij gekeken werd naar de „dominante voetbalhandelingen” van de spelers.

Adriaanse wil nog verduidelijken dat met het „vooruitkijken” niet letterlijk het zicht van kinderen bedoeld wordt, maar „meer de perceptuele informatie gebruiken voor het maken van beslissingen tijdens het spel”. Het gaat om „de ontwikkeling van perceptueel-cognitieve vaardigheden, zoals anticipatie en patroonherkenning”.

En, klopt het?

De KNVB geeft desgevraagd acht artikelen die gebruikt zijn bij het literatuuronderzoek en als basis dienden voor hun eigen veldonderzoek. Sommige daarvan gaan over voetbal, sommige over andere sport (honkbal) en sommige over de algemene ontwikkeling van kinderen. Alle hebben betrekking op de ontwikkeling van perceptueel-cognitieve vaardigheden. In die verschillende onderzoeken is onder meer gevonden dat jonge kinderen hun aandacht sneller verliezen, maar dat ze naarmate ze ouder worden dit weten in te perken. Dat jonge kinderen gevoeliger zijn voor ‘inattentional blindness’ – iets niet zien omdat je gefocust bent op iets anders. Ook zijn meer ervaren sporters beter in het herkennen van spelpatronen en anticiperen ze sneller en nauwkeuriger.

Hoewel er voor de uitspraak theoretisch wat te zeggen valt op basis van de literatuur, is geen enkel bewijs voor de bewering van Van Breukelen te vinden. Zo beperkt het onderzoek zich tot kinderen vanaf 7 jaar en wordt nergens iets gezegd over specifieke afstand die een kind vooruit kan kijken, in de zin zoals die bedoeld is door de KNVB.

Komt die specifieke bewering dan uit het veldonderzoek? KNVB-onderzoeker Jan Verbeek stuurt desgevraagd de resultaten en legt uit dat bij de groep onder de 7 jaar op het kleinste veld dat ze hebben getest er meer vooruit gedribbeld werd door de spelers dan vooruit gepasst. En dat is inderdaad te zien. „Dat betekent voor ons dus dat kinderen minder ‘over de bal’ heen kijken en dus minder vooruit”, zegt Verbeek. De afstand die de jonge spelers vooruit konden kijken, is niet onderzocht.

Daar komt de uitspraak van Van Breukelen dus mogelijk vandaan, denkt hij. Maar hij geeft eerlijk toe dat de conclusie die van Van Breukelen trok tegenover de NOS niet terug te vinden is in het onderzoek van de KNVB, niet in die specifieke mate.

Conclusie

„Kinderen tot zeven jaar kunnen maar elf of twaalf meter vooruitkijken ”, zei technisch directeur van de KNVB Hans van Breukelen. Hoewel er in de wetenschappelijke literatuur en in het veldonderzoek dat de bond zelf heeft gedaan wel degelijk aanleiding is om te denken dat de gedachte achter de uitspraak, mits algemener genomen, kan kloppen, is deze conclusie niet te trekken uit het onderzoek van de bond waar hij op doelde. We beoordelen de bewering als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt