Kapsalon openen? Dan moet Wang Jie eerst dokken

De correspondent Een ambitieuze Chinese middenstander kan geen bedrijf beginnen zonder allerlei inspecteurs onder tafel geld toe te schuiven.

Foto Nicolas Asfouri/AFP

LOGO Garschagen Oscar NEXT

Sissend van ergernis over de corrupte bureaucratie werpt Wang Jie haar mobiele mobieltje op tafel. „Ayiaaa, wat haat ik dit gedoe om een simpele vergunning te bemachtigen.” Een van mijn beste Chinese kennissen, een ondernemende dertiger, heeft drie kapperszaken, een modewinkel, een schoenenzaak en een taalopleiding.

Voor een van haar nieuwste projecten – een kapperszaak voor kinderen in een van de grootste warenhuizen van Shanghai – heeft zij een vergunning nodig van de brandweer in de metropool, een dienst die valt onder het Volksbevrijdingsleger. En dat is weer een erfenis uit de vorige eeuw. Een van de inspecteurs die over de brandveiligheid gaat in dit gebouw van glas, marmer en staal heeft haar laat weten dat zij naar haar vergunning kan fluiten als zij hem niet ‘compenseert’ voor zijn moeite. Het gaat om 5.000 yuan (709,79 euro), een bedrag dat bovenop de 20.000 yuan (2839,16 euro) komt die zij al betaald heeft aan het agentschap dat officieel is belast met het regelen van allerlei vergunningen voor de bijna 300 middenstanders in de Shanghaise Bijenkorf.

Pisnijdig snuift Wang Jie: „En het is ook nog een vieze man.” Er volgt een tirade in Shanghainese straattaal die hier niet voor herhaling vatbaar is. Wel erg leerzaam trouwens, de uitbreiding van mijn Chinese vocabulaire aan scheldwoorden. Maar daar gaat het nu even niet over.

‘Corruptie is kankergezwel’

Op het ogenblik staan de media weer vol met verhalen over hoe daadkrachtig de partijautoriteiten onder aanvoering van partijleider en president Xi Jinping het „kankergezwel van de corruptie uit de samenleving snijden”. Miljoenen Chinese tv-kijkers zagen maandagavond de eerste aflevering van een nieuwe achtdelige serie met als titel ‘Met ijzeren wil voor het volk vechten’. Het is opmerkelijk dat daarin alle vuile corruptiewas van de Communistische Partij op straat wordt gegooid. Huilend vertellen voormalige partijtijgers hoe zij zich hebben verrijkt door steekpenningen aan te nemen in ruil voor overheidscontracten, bouwvergunningen en benoemingen. Het zijn onversneden maffia-praktijken.

In komende afleveringen zullen de gevreesde inspecteurs van de Centrale Discipline Commissie van de Communistische Partij uit de doeken hoe zij alleen al vorig jaar 336.000 corrupte ‘tijgers en vliegen’ (Mao Zedong) hebben gevangen. Onder deze bureaucraten bij wie in hun kelders voor miljoenen euro’s aan goud, jade, auto’s en horloges zijn aangetroffen bevinden zich vice-premiers, ministers en zelfs twee hoofdofficieren van de Militaire Commissie.

‘Allemaal propaganda’

Natuurlijk heeft Wang Jie de eerste aflevering gezien. „Allemaal propaganda, ik merk niets van de campagne tegen corruptie of het moet zijn dat de ambtenaren nog voorzichtiger zijn geworden dan zij al waren en dat is niet positief bedoeld.” En:

„Iedere ondernemer, iedere winkelier moet betalen voor vergunningen. Zelfs als ik in het kader van een verfraaiing in een van mijn kapperszaken een blusapparaat of een sprinkler verplaats, heb ik een nieuwe vergunning nodig en moet ik opnieuw een inspecteur een enveloppe met inhoud geven.”

Vaak vindt de transactie plaats via een tussenpersoon en worden niet traceerbare cadeaubonnen gebruikt. „Wat je nooit mag doen is in het openbaar iemand een enveloppe met inhoud geven. Beste is de cadeaubon in een enveloppe met de bouwtekeningen van je zaak te stoppen.”

Naar de politie gaan of een klacht indienen bij het bedrijf dat het winkelcentrum exploiteert, heeft geen enkele zin. De naïeveling die dat wel doet – vaak zijn dat jonge buitenlanders die een zaak willen openen in de metropool – ziet dan al heel snel zijn investering verdampen, dan sluit de brandweer de zaak. Wang Jie wil dat risico niet lopen, met de kapperszaak die al in vol bedrijf is, is een investering van 150.000 euro gemoeid. De betaling aan de brandweerinspecteur is een kostenpost. „En zo doet iedereen in China mee, ik ook”, zegt zij schouderophalend.