Juliana zocht toevlucht in vrouwenclub

In haar biografie over Juliana onthult Jolande Withuis het bestaan van een vriendinnenclub waarvan de koningin lid was. Er werden “typische damesdingen” besproken, maar ook feministische onderwerpen.

Koningin Juliana voor Paleis Soestdijk in 1979. Foto Benelux Press

Koningin Juliana is tijdens haar hele regeerperiode, en nog lang daarna, lid geweest van een vrouwengezelschap waarbinnen zij „met enige regelmaat haar toevlucht zocht”.

Het bestaan van dit gezelschap – GSS, Gooische en Stichtse Schonen – onthult Jolande Withuis in haar biografie Juliana. Vorstin in een mannenwereld. Het was een clubje van zo’n twintig vriendinnen, waar elk drie weken lezingen werden gegeven, literatuur werd besproken, waar muziekmiddagen, filmavonden en excursies werden georganiseerd. „GSS (verdiepte) Juliana’s blik op de samenleving”, schrijft Withuis. „Ze maakte kennis met ideeën en vraagstukken die Bernhard, ministers en hofhouding niet alle dagen aandroegen”. Op de bijeenkomsten werden „natuurlijk traditionele damesdingen” behandeld als „bloembollen, kantklossen, kerstgebruiken”, maar ook maatschappelijk relevante onderwerpen als abortus, psychotherapie, zwakzinnigenzorg en ‘De psychologie van de hedendaagse vrouw’.

Ontdekking in schoot geworpen

Withuis kreeg de ontdekking „in de schoot geworpen” door de dochters van een van de leden, vertelt ze in een interview met NRC. „Die hadden een plastic tas thuis met multomapjes en schriftjes met aantekeningen.” Blijkens de aantekeningen bood de club volgens de biografe „veel ‘dolle’ pret en gezelligheid met een hoog Joop ter Heul-gehalte, inclusief rebellie tegen de sekseverhoudingen”.

Lees ook het hele interview met Withuis: De ware Juliana was geen feminist

Dat laatste onderstreept Withuis, die in haar biografie Juliana door een feministische bril bekijkt. Dat in 1951, veertien jaar voor er een Nederlandse vertaling van zou komen, Le Deuxième Sexe van Simone de Beauvoir (eerste zin: „Men wordt niet als vrouw geboren, men wordt tot vrouw gemaakt”) werd besproken in de club, is voor haar een teken dat de koningin en haar vriendinnen de controverse niet schuwden. In de jaren zeventig verscheen een van de leden in een ‘broekpak’.

Bij de 250ste bijeenkomst, in januari 1963 werd teruggeblikt op de oorsprong van GSS:

„Toen de club werd opgericht

in de contreien van Het Sticht

was het in hoofdzaak onbehagen

dat onze vrouwen ertoe bracht

het er samen op te wagen.”

Drie jaar voordat feministe Joke Kool-Smit een geruchtmakend artikel in tijdschrift De Gids voorzag van de kop ‘Het onbehagen bij de vrouw’ en daarmee verondersteld wordt de tweede feministische golf te hebben opgewekt, gebruikten de koningin en haar vriendinnenclub hetzelfde begrip – en kennelijk was hun onbehagen toen al minstens vijftien jaar oud.

Loopgravenoorlog met Bernhard

Een sketch uit de jaren vijftig – jaren waarin Juliana van crisis naar crisis ging en een loopgravenoorlog met haar echtgenoot Bernhard uitvocht – is een berijmd telefoongesprek met zinnen als: „Nou, dat leven van ons vrouwen / vind ik niet meer om uit te houwen!” Of, klagend over de oneerlijk verdeelde last van het huishouden: „We zijn geen vrouwen, we zijn meiden! Studeerden we daarvoor in Leiden?”

GSS zou vijftig jaar bestaan, de leden kwamen 823 maal bij elkaar. Ook Juliana gaf er soms lezingen. Ze sprak over vliegende schotels, over haar reis naar de Antillen in 1983 en in 1992 over Raisa Gorbatsjov en de positie van vrouwen in de Sovjet-Unie. De laatste bijeenkomst was op 21 oktober 1999. „Er was toen nog maar een handjevol leden in leven”, schrijft Withuis, onder wie de toen 90-jarige Juliana.