Recensie

Jauffrets vrouwen nemen de man gruwelijk te grazen

Régis Jauffrets Cannibales beluisterde ik eind september als een avondvullend programma op een literair festival in Manosque: een acteur en een actrice droegen een deel van de brieven voor waaruit het boek bestaat. Dat deden ze voortreffelijk. Zó voortreffelijk dat het zevenhonderdkoppige publiek hardop reageerde, soms met applaus, soms met boe-geroep. Achteraf bleek meer dan de helft de voorstelling ‘afschuwelijk’ had gevonden, ‘pervers’, ‘niet te harden’. Iets minder dan de helft had Régis Jauffrets absurdisme, zijn keiharde humor en zijn fabelachtige taalgebruik weten te waarderen.

Jauffret (1955) is een omstreden auteur, hij baseert zijn romans graag op beroemde affaires (DSK, Fritzl, de moord op bankier Stern), waardoor hij nogal eens in processen raakt verzeild. Hij interesseert zich, kort gezegd, voor mensen met psychische stoornissen, voor wat in de wereld taboe is, ‘not done’, hij schopt tegen schenen, prikt door clichés heen, belastert, beledigt en zorgt er vooral voor dat zijn lezer of toehoorder zich knap ongemakkelijk voelt. Lezers verwijten hem de arrogantie waarmee hij honderd procent aandacht van hen vraagt; uren zitvlees om het universum te verkennen van een psychopaat – waarom zou je?

In die zin is Cannibales niet anders dan Jauffrets eerdere werk. En toch is dit boek geslaagder dan de andere: het bevat humor, bittere zwarte, nare, perverse humor, maar toch. De roman bestaat uit brieven. Die van een 24-jarige vrouw aan de moeder van de 52-jarige minnaar die ze net heeft verlaten, en haar antwoorden. Die van de zoon aan zijn moeder en aan zijn gewezen vriendin. Hoewel de twee vrouwen elkaar maar twee keer hebben ontmoet, en er geen enkele reden meer is voor contact, bloeit er tussen beiden een intense, hartstochtelijke correspondentie op. Een van het giftigste soort, gemeen, onder de gordel, kwaadaardig, pervers, walgelijk, maar in prachtig verfijnd taalgebruik en vooral volstrekt absurd. Hoe pittiger de brief, hoe onheuser de belediging, hoe gelukkiger de ander ervan wordt.

De vrouwen vinden elkaar in hun frustratie en afschuw van mannen en smeden een plan om Geoffrey (de zoon respectievelijk de ex) te vermoorden, te grillen, lekker klaar te maken en te verorberen. De vraag is alleen nog met welke kruiden en met welke saus hij het best zou smaken. En passant bloeit er ook een heuse liefde tussen de vrouwen op die duurt totdat iedereen zijn/haar laatste adem uitblaast. In de geest van Marquis de Sade, van Choderlos de Laclos (Les liaisons dangereuses) en Silence of the lambs (naar het boek van Thomas Harris), opent Jauffret opnieuw een psychologische beerput voor zijn lezer, gruwelijk én fascinerend.