Column

Waarom agile werken helemaal niet slim is op kantoor

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

japke0

Wat ik steeds vaker hoor op kantoor, is dat ik „agile” moet gaan werken. De eerste keer dacht ik nog dat het wel weer zou overwaaien, net als al die andere managementhypes. Maar toen mijn baas me had ingeschreven voor een seminar ‘agile werken’ en zelfs mijn katten erover begonnen te miauwen, ben ik het toch maar even gaan googelen.

Agile betekent „slagvaardig en wendbaar”, zo vond ik op honderden websites. Het houdt in dat je „snel op veranderingen kan reageren”, „kortcyclisch werkt”, „veel bijstuurt naar aanleiding van klantfeedback” en dat je „weinig documenteert maar vooral veel DOET”. Verder is het dat je „ergens aan kunt beginnen zonder dat het eindresultaat helemaal vaststaat” en dat je „zelfsturend bent”. O ja en dat je „kansen moet kunnen én willen pakken” natuurlijk.

Toen ik dat las dacht ik: hee, dan ben ik dus allang agile! Want ik weet zelden vooraf waar ik aan begin, werk vet kortcyclisch en ik maak inderdaad zelf wel uit wat ik doe, qua zelfsturing. Maar dat was dus weer eens te makkelijk gedacht, mevrouw Bouma. Want als het zo eenvoudig zou zijn, zouden er dan zoveel „verschilmakers”, „agile academy’s” en „change agents” op de markt zijn om ons te leren hoe je agile kunt worden? Precies.

Wat zij doen is geen kattenpis hoor. Organisaties in beweging krijgen „door een continue strategische dialoog in combinatie met agile talentmanagement” bijvoorbeeld. En dat „met als doel om iedereen in de organisatie te ‘alignen’ met de strategie, en de organisatie klaar voor de toekomst te maken”. Pfjieuw. Ga er maar aanstaan. Dat zou mij nooit lukken.

261016X_japke_agile

En dan moet je ook nog eens voortdurend in beweging blijven als je agile bent – en niet zo’n klein beetje ook. Als je googelt op afbeeldingen van ‘agile’ krijg je rennende luipaarden, brekende golven, draaiende cirkels en zelfs straaljagers met witte condenssporen. En je moet ook superlenig zijn! Want ik zag ook veel plaatjes van mensen in een vogelnestje naast hun laptop. Ik weet het, plaatjes zijn slechts beeldvorming en het gaat natuurlijk om de inhoud, maar ik dacht al wel: dit gaat mij allemaal nooit lukken met mijn oude, stramme lichaam.

Toch heb ik op de inhoud ook nog wel wat bedenkingen bij agile. Want als je steeds wendbaar moet zijn, word je dan niet zo’n pop waar de wind vanonder in blaast? Want hoezo zou je „alle veranderingen moeten omarmen” zoals de agilecoaches willen? Ik zou eerst eens kijken of die verandering eigenlijk wel nodig is. Wat is er gebeurd met de good old standvastigheid in al die agile businessmodellen?

Want we zijn toch juist standvastig, als Nederlanders? We bouwen een dijk in plaats van op een boot te gaan wonen, we leggen zeeën droog, in plaats van een zwembroek te kopen. Als we vroeger agile waren geweest, hadden we nu kieuwen moeten hebben. Om nog maar te zwijgen over hoever de VOC was gekomen als ze als agile team met alle winden was meegewaaid.

Ik denk dus dat het zeker handig is om wendbaar en slagvaardig te zijn op kantoor. Maar dan niet om je projecten agile te alignen, maar om je baas met zijn nieuwe managementideetjes te kunnen ontwijken. Want in een razendsnel kolkende markt zit ik liever op een mammoettanker, dan in een zelfsturend sloepje.

Lees ook de kantoorcliché van vorige week: Je zal maar manager van een holistisch bedrijf zijn

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked