Cultuur

Interview

Interview

Foto: Frank Ruiter

‘Ik ben wel een beetje klaar met gek doen’

Interview
André van Duin (69) lijkt drukker dan ooit. Heel Holland Bakt zit er net op, volgende week verschijnt zijn album Van Duin Zingt Sonneveld. ‘Voor mij is het niet zo moeilijk om met een strak gezicht te zingen.’

Een normaal mens zou er tureluurs van worden. André van Duin schrikt er niet voor terug om verschillende projecten tegelijk aan te pakken. Zojuist voltooide de 69-jarige komiek, acteur en zanger een tv-seizoen bij Heel Holland Bakt, waar hij inviel voor presentatrice Martine Bijl, die werd geveld door een hersenbloeding.

Doe maar gewoon

In het theater speelt hij met Kees Hulst de voorstelling The Sunshine Boys, over twee met elkaar in het ongerede geraakte variété-artiesten die nog één keer hun beroemde sketch op de planken brengen. En volgende week verschijnt het album Van Duin Zingt Sonneveld, met liedjes die bekend werden door zijn vakbroeder en grote voorganger Wim Sonneveld (1917-1974).

Als zanger hanteert André van Duin het oerhollandse adagium ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Voor zijn plaatproject maakte hij een keuze uit het serieuzere repertoire van Sonneveld, met nadruk op serene luisterliedjes. Van ‘Zo Heerlijk Rustig’ tot ‘Wat Moet Ik Doen Zonder Jou?’ vertolkt Van Duin het materiaal eerbiedig en doorvoeld, zorgvuldig articulerend met hier en daar wat toegevoegde swing. De evergreens ‘Het Dorp’ en ‘Aan de Amsterdamse Grachten’ mochten niet ontbreken en ‘Vodden/Huis-, Tuin- en Keukenliedje’ zingt hij in een luchtig duet met Claudia de Breij.

De tekst gaat verder na de video

Als geboren Rotterdammer bewoont Van Duin met zijn echtgenoot een fraai Amsterdams grachtenpand, waar hij kantoor houdt en in enkele stappen af kan dalen naar zijn eigen geluidsstudio. Met zijn act als bandparodist stond hij op 8 augustus 1964 in het voorprogramma van de Rolling Stones in het Scheveningse Kurhaus. Geluidsbandjes knippen en plakken was zijn tweede natuur, onder meer voor het radioprogramma De Dik Voor Mekaar Show, dat hij maakte met Ferry (‘Meneer’) de Groot.

Vorig jaar vierde André van Duin zijn vijftigjarige artiestenjubileum, eigenlijk een jaar te laat omdat hij al in 1964 zijn eerste plaatje ‘Hé! Hé! (Ik Heet André)’ uitbracht in de Favorieten Expres van Philips. Ontelbare hitsingles, televisieoptredens en theatershows volgden.

Hoe diep is uw band met het werk van Wim Sonneveld?

„Als kind luisterde ik naar de Showboat op de radio en hoorde ik onder meer zijn creatie Willem Parel, de orgeldraaier. Samen met Dorus had hij mijn bijzondere aandacht, omdat ik op jonge leeftijd al wist dat ik ook komiek wilde worden. ‘Zo Heerlijk Rustig’ en ‘Aan de Amsterdamse Grachten’ waren hits in die tijd. Ik heb Sonneveld nooit persoonlijk ontmoet. Van Corrie van Gorp en Willem Nijholt, die met hem gewerkt hebben, hoorde ik dat hij een chronisch onzekere man was. Een hypochonder, altijd beducht voor kritiek en bezorgd om zijn gezondheid.”

Maakte Sonneveld het onderscheid tussen zijn komische materiaal en serieuze liedjes?

„In zijn shows zat het allemaal. Gekke liedjes, mooie liedjes, humoristische en beschouwelijke conferences. In een theatershow moet je altijd een goede balans zien te vinden. Je kunt niet blijven lachen. Als je soms wat gas terugneemt, gaat het publiek daarna des te harder mee in een nieuwe mop of sketch.”

In de tijd van Wim Sonneveld was het veel moeilijker voor een artiest om uit de kast te komen. Heeft dat hem beperkt in zijn kunstenaarschap?

„Tja, liefdesliedjes als ‘Carolientje’ en ‘Marjolijne’ gingen natuurlijk allemaal over meisjes. Nergens voor nodig als je het mij vraagt, maar Sonneveld was een gevoelige artiest en het waren andere tijden. Hij heeft zelf niet zo veel teksten geschreven. In een lied als ‘Ik Voel Dat Ik Haar Mis’ hoef je geen diepere betekenis te lezen dan Seth Gaaikema erin gestopt heeft. Het was gewoon een vertaling van een lied uit My Fair Lady.”

Hoe zijn Sonnevelds liedjes u soms wel meer dan vijftig jaar bijgebleven?

„Hij had een hele aangename, aansprekende stem. Zijn dictie en motoriek waren typisch Sonneveld; een bijzondere man om naar te kijken en te luisteren. Hij articuleerde altijd heel precies. In mijn tijd als bandparodist leende ik soms kleine stukjes uit zijn conferences. Hij had van die rare typetjes en zo’n losse kreet als ‘Kroketten!’ kon ik goed gebruiken.”

Hoe meer hits, hoe populairder je bent, hoe beter je te verkopen bent en hoe makkelijker je de zalen vol krijgt.

U en de Rolling Stones: was dat een logische combinatie voor het toenmalige poppubliek?

„Dat weet ik niet. Ik had erg veel succes. Maar dat kwam misschien doordat ik mijn eigen publiek altijd bij me had, want het applaus stond al op de tape. Mijn act paste beter bij de Stones dan de keurig nette Fouryo’s, die daar ook stonden. Ik maakte in ieder geval een hoop herrie. Van de rellen daarna heb ik niet veel meegekregen, want ik had diezelfde avond nog een andere schnabbel. Pas de volgende dag vernam ik uit de krant dat het uit de hand was gelopen.”

Hoe belangrijk was het voor u om in de hitparade te staan?

„Ik vond het vooral leuk. Een hit is je visitekaartje. Hoe meer hits, hoe populairder je bent, hoe beter je te verkopen bent en hoe makkelijker je de zalen vol krijgt. In het begin deed ik graag Nederlandse bewerkingen van buitenlandse hits. Het voorbeeld was er al en dan was het aan mij om er een leuke tekst op te verzinnen. Ik heb altijd naar gekke liedjes gezocht, zoals ‘Cry’ van Johnny Ray dat bij mij ‘Als Je Huilt’ werd. Er zat altijd wel een gimmick in, zoals ‘Swiss Maid’ van Del Shannon, waar ik met heel veel jodelodelo het nummer ‘Angelique’ van maakte.”

Men zegt dat u de lach aan uw kont hebt hangen. Moet u een grote omschakeling maken als u serieuze liedjes vertolkt?

„Het is natuurlijk anders wanneer ik met een rare jas of een alpinopet een typetje neerzet. Hoe langer je in het vak zit, des te sneller gaan mensen om je lachen. Zelfs als ik gewoon doe, moeten ze vaak lachen vanwege een flashback van dingen die ze eerder van me gezien hebben. Voor mij is het niet zo moeilijk om met een strak gezicht een mooi liedje te zingen. Diep in mijn hart ben ik het liefst iemand die gewoon doet. Ik heb veel succes gehad met gek doen en daar ben ik dankbaar voor. Maar nu ik wat ouder word, ben ik daar ook wel een beetje klaar mee. Al die flauwekul, het moet niet zielig worden.”

‘Heel Holland Bakt’ en uw toneelrol in ‘The Sunshine Boys’: nieuwe uitdagingen?

„In The Sunshine Boys heb ik een bloedserieuze rol, die uiteindelijk toch weer heel erg om te lachen is. Ik speel een ouwe chagrijnige komiek die constant ruzie maakt met zijn tegenspeler. Dat heeft een hilarische uitwerking, terwijl ik niet constant gek loop te doen. Heel Holland Bakt was een goede ervaring. Ik hoefde eigenlijk alleen mezelf te zijn. Je kunt daar niet veel aan voorbereiden, want het verloop van de uitzending is afhankelijk van wat die bakkers ervan maken. Het was vooral lang wachten tot er weer eens een taart inzakte. Als ik naar ze toe liep met een kleine opmerking, werd het vaak opgevat als een kwinkslag.”

Begeeft u zich als geboren Rotterdammer niet op glad ijs met het lied ‘Aan de Amsterdamse Grachten’ en de strofe ‘Niemand kan zich beter wensen dan een Amsterdammer te zijn’?

Heel Holland Bakt was een goede ervaring. Ik hoefde eigenlijk alleen mezelf te zijn

„Ik heb me nooit bemoeid met die zogenaamde rivaliteit tussen 010 en 020. Buiten het voetbal om hoor ik nooit van Rotterdammers en Amsterdammers die een hekel aan elkaar hebben. Zo’n wedstrijd loopt nog weleens uit de hand. Ik heb niks met dat maffe voetbal, dus ik begrijp die hysterie niet.”

Uw Sonneveldalbum wijkt behoorlijk af van carnavalsliedjes als ‘De Heidezangers’ en ‘Er Staat een Paard in de Gang’. Valt er in dat genre nog iets van u te verwachten?

„Sinds het niet meer op de radio gedraaid wordt is er nog maar weinig animo om zo’n plaatje te maken, voor mij of andere zangers van carnavalsrepertoire. Ik heb me er weleens over verbaasd hoe een nummer als ‘Paard in de Gang’ een eigen leven is gaan leiden. Zelf vond ik mijn liedjes meestal maar niemendalletjes. Zeker vergeleken bij ‘Een Bloemetjesgordijn’ van Wim Kersten, het beste carnavalsliedje ooit gemaakt.”

Van Duin zingt Sonneveld verschijnt 4 november bij Universal. Speeldata The Sunshine Boys: zie delamar.nl