Huur in het hofje blijft laag

Ze kon het nét bolwerken. De stichting die de 24 huizen in het hofje verhuurde, deed alleen het noodzakelijke onderhoud en werd beheerd door vrijwilligers van de protestantse gemeente. In de tweede helft van de 19de eeuw was het hofje gesticht om ‘armlastige weduwen van hervormde gezindheid’ onderdak te bieden. Nog steeds lagen de huren van de huisjes laag – tussen de 200 en 400 euro per maand – om zo tegemoet te komen aan ‘de meest behoeftige groepen in onze samenleving’.

Door de lage huren en het dure onderhoud aan de monumentale huisjes was de financiële speelruimte beperkt, maar meestal net voldoende. Totdat in 2014 de verhuurdersheffing werd ingevoerd, bedoeld om de woningmarkt beter te laten functioneren en het begrotingstekort terug te dringen. Verhuurders die meer dan tien sociale huurwoningen verhuren, betalen sindsdien een heffing over de waarde van de huurwoningen.

De stichting kon dit niet opbrengen zonder – in strijd met haar doelstelling – de huren drastisch te moeten verhogen en maakte bezwaar. Maar de inspecteur zag het probleem niet: de huren konden best iets omhoog en de uitgaven aan onderhoud omlaag.

De rechtbank Gelderland heeft meer begrip voor de specifieke situatie. Om de verhuurdersheffing te kunnen compenseren moet de stichting de huren met zo’n 10 tot 15 procent verhogen. Zo komt de doelstelling in gevaar. Volgens de rechtbank is dit een onevenredige last ten opzichte van andere verhuurders, die niet dezelfde ideële doelen hebben. De stichting wordt dan ook vrijgesteld van het betalen van de verhuurdersheffing.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBGEL:2016:5131