Opinie

Deze milieu-actie redt het regenwoud niet

Opinie De Greenpeace-boycot van palmolie is alleen heilzaam voor de gemoedsrust van de Westerse consument en de kas van de milieubeweging zelf, betoogt emeritus hoogleraar milieuaansprakelijkheidsrecht .

Actievoerders van Greenpeace op een tanker in de Rotterdamse haven. Foto ANP / Guido Benschop

Greenpeace heeft onlangs schepen met aan boord palmolie belet in de Rotterdamse haven te lossen. Deze blokkades waren volgens de organisatie gericht op het beschermen van het regenwoud en het uitbannen van kinderarbeid. Palmolieproducenten in Zuidoost-Azië zouden het regenwoud kappen om palmen te verbouwen en kinderen tewerkstellen om goedkope olie te produceren.

Met de actie beoogt Greenpeace de kopers van deze palmolie te bewegen de producent te boycotten. Vrijwillige gedragscodes voor maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen zijn inmiddels door veel grote ondernemingen aangenomen. Op basis van die codes wordt vervolgens beargumenteerd dat er geen zaken moeten worden gedaan met de desbetreffende palmolieproducenten.

Dat is een goede zaak, is men geneigd te denken. Met doelbewuste morele keuzes kan de kap van bos worden voorkomen en kan kinderarbeid worden uitgebannen. Natuurlijk, wij hebben onze oerbossen al lang gekapt, maar dat wil niet zeggen dat de rest van de wereld ons voorbeeld moet volgen. Wij hadden ook kinderarbeid, maar laten kinderen inmiddels naar school gaan. Een boycot van ‘slechte’ producenten resulteert dus in milieuwinst en sociale progressie in de ontwikkelingslanden.

Dat mag moralistisch heten, maar het dient de goede zaak. Of niet? Er zijn gegronde redenen om te twijfelen aan de resultaten van dergelijke acties. Zal de boycot ertoe leiden dat het regenwoud effectief beschermd wordt? En zullen de kinderen in Zuidoost-Azië voortaan naar school gaan in plaats van lichamelijke arbeid te verrichten?

De werkelijkheid is weerbarstiger dan de utopie die de milieubeweging ons voorhoudt. Wanneer een land geen vergunningen meer kan verlenen voor de kap van regenwoud, wil dat niet zeggen dat het regenwoud daarmee beschermd is. Dan dreigt ongecontroleerde illegale kap of wordt een heel woud platgebrand. Tel uit je milieuwinst!

De moralistische moker

Maar in ieder geval beschermt de boycot de kinderen, of niet? Wederom, de werkelijkheid is niet de utopie van de milieubeweging. Een gezin dat eerst kinderen tewerkstelde in de palmolie-industrie moet nu op zoek naar andere arbeid voor hun kinderen om in het bestaan te kunnen voorzien. Als de weg naar reguliere arbeid wordt afgesneden, dan verdwijnen kinderen in de prostitutie of moeten ze voor minder geld langer werken in de horeca. Kortom, de indirecte gevolgen van de goedbedoelde boycot verslechteren de positie van kinderen.

Regenwoud verdwijnt en kinderen zijn de dupe. Maar, zou men kunnen betogen, morele keuzes hebben nu eenmaal consequenties en men moet ergens beginnen om verbetering te bewerkstelligen. Dat is een drogreden. Sociale- en milieuverbetering kan men niet bereiken met hoogdravend moralisme dat op het sentiment van de westerse consument inspeelt, maar niet verder gaat dan een oppervlakkige analyse. De goedbedoelde acties zijn slechts heilzaam voor de gemoedsrust van de consument en fundraising van de milieubeweging zelf.

Verbetering komt alleen van effectieve betrokkenheid bij de ontwikkelingslanden. In plaats van de moralistische moker te hanteren zouden we die landen moeten helpen bij het verwezenlijken van hun algemeen erkende recht op de ontwikkeling van hun natuurlijke hulpbronnen en het recht van de bevolking op economische onafhankelijkheid. Met kleine, realistische stapjes, waarbij steeds goed gekeken wordt naar mogelijkheden en effecten van alternatieven.

Door een utopie voor te spiegelen, misleidt de milieubeweging ons. Dat maakt van maatschappelijk duurzaam ondernemen een schijnvertoning. De hypocrisie van de activisten kan niet langer achter de utopie verscholen blijven. Wanneer de werkelijke effecten van sentimenteel moralisme worden onderkend, kunnen we de weg inslaan naar effectieve ontwikkelingshulp.