Breekt Reve nu alsnog door in Engeland?

The Evenings Reve probeerde het in de jaren vijftig te maken in Engeland, maar zonder succes. Nu wordt ‘De Avonden’ alsnog vertaald

Gerard Reve op het Boekenbal 1955. Foto Ed van Elsken/ Nederlands Fotomuseum/HH

Zal Gerard Reve, met het uitbrengen van The Evenings, dan eindelijk doorbreken in Engeland? In november verschijnt de vertaling van zijn klassieker De Avonden bij Pushkin Press. Vertaler is de Amerikaan Sam Garrett, die eerder Grunberg, Koch en Wieringa vertaalde.

Het zou een late Britse doorbraak zijn voor Reve, tien jaar na zijn dood en zestig jaar na een eerdere poging om het te maken in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren vijftig schreef hij met dit doel zelfs een boek rechtstreeks in het Engels, The Acrobat and other stories.

Nu geldt Reve als een van de grote naoorlogse schrijvers, maar in de jaren vijftig was hij slechts een one hit wonder: zijn debuut De Avonden had in 1947 veel stof doen opwaaien, maar zijn tweede boek Werther Nieland (1949) deed vrijwel niets. Het ging het niet goed met hem, zo blijkt uit de driedelige biografie van Nop Maas: hij had geen geld, worstelde met zijn homoseksuele en religieuze gevoelens, verkocht niet, en publiceerde ook niet.

Reve voelde zich miskend, dus in 1950 besloot hij voortaan alleen nog maar in het Engels te schrijven. Hij meende dat in Nederland alleen ruimte was voor opbouwende maatschappelijk relevante boeken. „In het beste geval kun je een heel klein Multatulietje worden’’, schreef hij aan essayist Rudy Kousbroek.

Later noemde hij zelf de rel rond de novelle Melancholia in 1951 als omslagpunt. Reve zou hiervoor een reisbeurs krijgen, maar een scène waarin de held masturbeert terwijl hij zich schuilhoudt voor een razzia, schoot staatssecretaris J. Cals (Kunsten, KVP) in het verkeerde keelgat. Cals trok de reisbeurs in en een boze Reve verkondigde nooit meer in het Nederlands te zullen schrijven.

Het Amerikaanse literaire tijdschrift 'The Paris Review' plaatste twee verhalen van Reve.

Tussen 1953 en 1957 woonde Reve af en aan in Londen. Hij volgde dramalessen en hij werkte een halfjaar in het National Hospital for Nervous Diseases. Hij moest de patiënten wassen, de vuile was inzamelen, en de doorligplekken insmeren. Het liefst deed hij ze in bad, want dan kon hij een praatje met ze maken. Voor een schrijver die geobsedeerd was door verval en er prat op ging dat er „geen normaal mens” in zijn boeken voorkwam, lijkt een leven tussen de Britse geesteszieken een buitenkansje, maar hij heeft er nauwelijks over geschreven. Over de verpleegsters schreef hij later: „Bleke, geslachtsloze zusters, nakomelingen voor het merendeel van Ierse dronkaards en tandeloze mijnwerkers, vroom als de ziekte en gemeen als de hel.”

Deze jaren vormden hem

Terugkijkend waren de Londense jaren vormend voor Reve. In die tijd ontplooide hij langzaam zijn seksuele aard en zijn geloof. In zijn verhalen onderzocht hij het mengsel van spiritualiteit en sadomasochistische homo-erotiek dat zijn latere werk kenmerkt. Hij kwam uit de kast als homoseksueel, verliet uiteindelijk zijn vrouw, de dichter Hanny Michaelis, en ging samenwonen met ‘Wimie’, de latere journalist Wim Schumacher. Aan vrienden en bekenden legde hij uit: „Ik heb nu een vrouw met een kraantje”

Hij zette dus belangrijke stappen, maar hij voelde zich mislukt. In de roman Oud en Eenzaam (1978) beschrijft hij zijn Engelse tijd: „Ik zou eenendertig jaar oud worden, dit jaar, en ik had een boek geschreven, dat eigenlijk nergens over ging, dat was alles. En ik was een flikker, die zich nog heel wat verbeeldde omdat hij het ook met een vrouw kon ja, als hij daarbij gedachten en beelden opriep die hij niemand ooit zou kunnen toevertrouwen, maar die de vloek vormden die op zijn leven rustte.”

Reve voelde zich mislukt in Londen

Helemaal zonder succes was hij niet. In Londen vond hij aansluiting bij de homoseksuele intelligentsia. Aan de hand van bevriend schrijver Angus Wilson, renaissancist Perkin Walker en illustrator John Minton kwam hij op feestjes latere beroemdheden tegen als schilders Lucian Freud en Francis Bacon. Zijn biograaf Nop Maas schrijft: „Gerard bevocht zich een gerespecteerde plaats in dit gezelschap door zijn geslacht op een bord aan het gezelschap te serveren met een toefje mosterd.”

'The Acrobat and Other Stories' (1955) is de bundel verhalen die Gerard Reve in het Engels schreef.

Een ander succes was dat The Paris Review, een Amerikaanse literair tijdschrift, enkele van zijn verhalen opnam: ‘The Acrobat’ en ‘Gossamer’ (‘Herfstdraden’). Zo stond hij in een belangrijk blad, dat ook werk publiceerde van Beckett, Kerouac, Philip Roth.

Maar toen hij in 1955 een Engelse verhalenbundel wilde publiceren, kon hij geen uitgever vinden. Uiteindelijk gaf zijn Nederlandse uitgever Geert van Oorschot het boek maar uit. In Nederland werd het redelijk besproken en slecht verkocht: het eerste jaar 793 exemplaren. In Engeland bestond het praktisch niet. Het kreeg één recensie van 101 woorden in het vrijzinnig conservatieve opinieblad The Spectator: „Excellent, queer stories they are, mostly about round-the-bend people, written in limpid English.” Het blad prees ook nog de goede kwaliteit van het papier. Eén Londense boekhandel bestelde zes exemplaren.

Eind jaren vijftig zag het er nog steeds slecht uit voor Reve: zijn Engelse avontuur was mislukt, zijn loopbaan zat nog steeds in het slop, zijn moeder was dood, Wimie was ervandoor met „het Loodgietend Prijsdier”. Het zou nog tot 1963 duren voor hij met het brievenboek Op Weg Naar Het Einde een gevierd schrijver zou worden. „Wereldberoemd in Nederland.”