Recensie

Bij Dubois krijgt ditmaal de melancholie de overhand

In bijna alle romans van Jean-Paul Dubois (1950) – zo’n twintig inmiddels – heet de hoofdpersoon Paul: Paul Blick, Paul Peremüller, Paul Osterman, Paul Sneijder, en in zijn recentste roman, Paul Katrakilis. Doorgaans heet de vrouwelijke hoofdpersoon – afstandelijk, ijzig of juist onbereikbaar – Anne. Meestal komt Paul uit een krankzinnige familie met volstrekt verstoorde verhoudingen en probeert hij er desondanks het beste van te maken. Vaak ook wonen de personages met een been in Frankrijk, Toulouse, en met het andere in Amerika, heen en weer geslingerd tussen twee verschillende levens, twee uiteenlopende passies.

Dat is in La succession niet anders. Paul Katrikilis woont in Miami en is daar een professioneel speler van pelota vasca, de Baskische kaatsvariant, waarvoor hij als kind al een passie had. Vanuit Toulouse ging hij zo vaak hij kon naar Baskenland om er aan zoveel mogelijk toernooien deel te nemen – totdat hij gespot werd door een Amerikaanse talentenjager die hem een contract in Miami aanbood. Het zijn de gelukkigste jaren van zijn leven: hij doet waar hij goed in is, heeft vrienden, wordt verliefd.

Zijn vader, huisarts, heeft nooit één wedstrijd van hem bezocht. Hij eiste dat zijn zoon ook het artsdiploma haalde en keurt diens keuze professioneel pelotaspeler te worden volstrekt af. Als de vader van het balkon springt, is Paul gedwongen naar Frankrijk terug te gaan. Daar wordt hij opnieuw geconfronteerd met zijn gestoorde familie: iedereen, inclusief moeder, ooms en tantes, pleegde vroeg of laat zelfmoord. Hij zet de huisartsenpraktijk van zijn vader voort en ontdekt stapje voor stapje wat voor iemand er schuil ging achter de man die na de zelfmoord van zijn vrouw rustig en koelbloedig een heerlijk maal verorberde.

Ook deze Paul, is, net als zijn naamgenoten uit het eerdere werk van Dubois, op zoek naar zijn plek in de wereld. Ook hij heeft ‘nooit enig gevoel van een thuis’ gehad, ‘niet bij een vaderland, een familie, een gebied’. Hij zoekt naar een plek waar hij zich geborgen voelt, knokkend met de demonen uit zijn familie, vechtend tegen zijn destructieve genen. In de VS, zogenaamd het land van kansen en onbegrensde mogelijkheden, heeft hij een paar jaar het gevoel vrij te zijn, baas te zijn over zijn eigen lot, eenmaal terug in Frankrijk is het verleden onontkoombaar.

Amerika is populair in de Franstalige literatuur van nu, de ene na de andere auteur stuurt zijn personages naar de VS. Dubois doet dit al jaren, zijn romans hebben vaart, een navertelbare plot, humor en een flinke dosis absurdisme – al heeft in deze roman de melancholie de overhand.