Commentaar

ABN Amro moet kiezen voor ervaren leiderschap (m/v)

nrcvindt

Binnen de top van ABN Amro én tussen de top van de bank en haar grootste aandeelhouder is ernstige verdeeldheid ontstaan over de opvolging van bestuursvoorzitter Gerrit Zalm. Dat is een veeg teken. Verdeeldheid schept intern onzekerheid. Dat kan schadelijk zijn voor de bedrijfsvoering van de bank, voor de kwaliteit van de dienstverlening aan consumenten en bedrijven en dus, op langere termijn, voor winstgevendheid en continuïteit.

Maar verdeeldheid over de keuze van de best gekwalificeerde man of vrouw voor de hoogste positie kan ook een indicatie zijn van onenigheid over de strategie van de bank de komende vijf tot tien jaar. Er zijn signalen die daar op wijzen.

De verdeeldheid draait om de vraag of de nieuwe bestuursvoorzitter primair adequate ervaring bij een grote financiële instelling moet hebben of primair benoemd moet worden op basis van zijn/haar goed afgestelde maatschappelijke antenne. Met dat laatste argument kom je eerder uit op een externe kandidaat, met het eerste op een interne kandidaat.

Gezien de gewenste toekomstige ontwikkeling van ABN Amro kan daar echter geen verdeeldheid over ontstaan. De bank heeft behoefte aan een ervaren en kundige topman (m/v) die ABN Amro laat uitblinken in het digitale concurrentietijdperk. De stand van de economie werkt niet in het voordeel van de banken. De rente is laag, het economisch herstel is niet meer wat het vroeger is geweest en de concurrentie komt van alle kanten.

Dat de nieuwe topman en zijn collega-bestuurders de heersende maatschappelijke scepsis over en aversie tegen normloze banken moeten verstaan is zonneklaar.

In feite heeft de bank de nieuwe koers al vorig jaar ingezet met een heuse beursnotering. Daarmee heeft ABN Amro de fase van ‘staatsbank’ achter zich gelaten. Middenin de kredietcrisis van 2008 had het toenmalige kabinet ABN Amro en Fortis Nederland genationaliseerd. De Nederlandse overheid bezit nog steeds 77 procent van de ABN Amro aandelen. De komende tijd staat verdere vermindering van dat pakket op de politieke agenda.

Dat brengt met zich mee dat minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) zich als grootaandeelhouder met de nodige distantie moet opstellen bij de benoeming van Zalms opvolger. De commissarissen van ABN Amro zijn aan zet, zoals dat gebruikelijk is bij een grote Nederlandse onderneming. Als politieke aandeelhouder moet Dijsselbloem het financiële én het maatschappelijke belang dienen, maar het strategische belang van ABN Amro is gediend met een ervaren opvolger van Zalm.