We kunnen helemaal niet offline, overheid

maximefebruari0

Je vraagt je af of de overheid wel eens televisie kijkt. Niet degelijke televisie, zoals Buitenhof en Humberto Tan, maar echt televisie zoals televisie is bedoeld. Stel dat de overheid ’s avonds vaker in pyjama op de bank met een zak nootjes langs de schimmige kanalen zou zwerven, dan zou ze nooit die potsierlijke waarschuwingsborden langs de weg hebben gezet. ‘Onderweg ben ik offline’, staat op de borden. Ha! Offline! We kunnen helemaal niet meer offline! De overheid moet eens wat minder brave bestuurderscongressen bezoeken en wat vaker doelloos zappen.

Je bent nooit meer offline, want er zijn onderweg camera’s, sensoren, spots en nods; je auto en jij zijn verbonden met het Internet der Dingen. Een politieserie als CSI: Cyber wijst hierop. Al graaft het alarmisme niet erg diep en blijft de gewichtige analyse beperkt tot heel snel praten in de hoop dat de kijker het allemaal niet meer kan volgen. Toch krijg je al kijkend wel mee dat het land wordt bedreigd door malware in de hartmonitor van een ziekenhuis. En je dankt god op je blote knieën dat een CSI-agent, hangend uit het raam van een helikopter, de boel op het laatste nippertje met frisse software komt redden.

Serieuzer is de thrillerserie Person of Interest. Tot voor kort waren televisieseries gefascineerd door kennisontwikkeling op medisch terrein. House, Bones, Body of Proof. Het is goed te beseffen dat de fascinatie in de populaire cultuur inmiddels is verlegd van biologie naar data. Van ‘Body of Proof’ naar ‘Person of Interest’. De thrillerserie voorspelde een paar jaar geleden de afluisterpraktijken van de NSA en toont sindsdien de opkomst van een controlestaat waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is. Camera’s, slecht geluimde kunstmatig intelligente machines, illegaal overheidstoezicht, Stasi-netwerken, tirannie: met de week worden de afleveringen dystopischer.

Zo zie je op de voorgrond dus onze Rijksoverheid. Die de zonnige boodschap brengt dat je offline bent als je even niet twittert; die de geneugten bezingt van mobiel betalen en lyrisch doet over bewaking en controle. Daar achterlangs zie je maatschappelijke angsten razen over gehackte bankrekeningen, filmbeelden van klopjachten, doemscenario’s van dakloosheid na identiteitsdiefstal, onrust over overheidsdwang, verlies aan controle. Geld dat niet meer valt te vertrouwen.

Misschien kan de Rijksoverheid worden gewekt uit haar droom van een offline bestaan door de degelijke televisie. Want ook die toont soms onverwacht een flits van de toekomst. Met beelden van ontslagrondes bij banken liet het nieuws onlangs zien dat software de wereld inderdaad opeet, zoals eenentwintigste eeuwers zeggen.

Software laat organisaties en bedrijven verdwijnen door hun werk over te nemen. Banken krimpen in, taxibedrijven gaan teloor, net zoals hotels, de afdeling personeelszaken, de afdeling inkoop, advocatenkantoren, accountants en ook de IT-afdelingen zelf. Wat rest zijn softwarebedrijven.

Uiteindelijk, en hier word ik filosofisch, komt het erop neer dat geld zelf functies gaat verliezen. Waarom moeten we binnenkort rente gaan betalen over ons spaargeld? Omdat geld niet langer als oppotmiddel fungeert. Software eet ook de markt op, of liever gezegd data eten de markt op, waardoor prijzen van diensten en producten steeds ongrijpbaarder en onbetrouwbaarder worden. In hun honger naar data geven bedrijven hun online diensten gratis weg aan hun gebruikers, wat de markt al lange tijd verstoort.

Daar komt nog bij dat overheden hun publieke diensten inrichten met het technologische aanbod van bedrijven. Denk alleen al aan het verdwijnen van baar geld, cash, en denk aan de verplichting technologie in te bouwen in auto’s, waarmee ze op afstand onder toezicht komen. Zo is de overheid niet alleen klant, ze geeft bedrijven ook royaal toegang tot data; en die data zijn nog welkomer dan de klandizie zelf. De optelsom van deze twee dingen – bedrijven geven diensten gratis weg en de overheid verplicht ze af te nemen – laat weinig over van prijssignalen of markten. Vandaar dat niemand weet wat je nog aan je geld hebt.

Dus daar liepen die bankmedewerkers over straat in het nieuws. Ze raken hun baan kwijt, we raken de bank kwijt, we raken de markt kwijt, we raken de werking van het geld kwijt. Al die veranderingen kunnen best goed aflopen, maar ze leiden vooralsnog tot grote maatschappelijke onrust en onzekerheid. Helaas wil het gesprek daarover niet erg vlotten. De burger is ‘Person of Interest’ geworden, maar de Rijksoverheid doet alsof ze van niets weet. ‘Onderweg ben ik offline.’ Kom nou toch, overheid. Hoog tijd om volwassen te worden.