Column

Vernietiging van een schitterend leven

peterwinnen0
Maandagochtend. Koffie, en mijn ochtendblad De Limburger. Ik lees een verslag van de veldrit in Valkenburg en opeens borrelen een paar vragen op. Moet de motor van een Formule 1 racewagen eigenlijk aan bepaalde emissie-eisen voldoen? En als dat zo zou zijn, welke renstal beschikt dan over de beste sjoemelsoftware?

Een kort elektronisch onderzoekje leverde op dat in die wereld „groen” gedacht wordt. Over reglementering kon ik zo snel niets terugvinden.

Terug naar mijn ochtendblad. Het nieuwe parcours waarop in 2018 het WK veldrijden wordt verreden oogstte veel lof van de deelnemers. Het publiek was er minder gelukkig mee. Geen mens was welkom op een paar interessante stroken. Een paar nog interessantere dieren schenen zich daar op te houden.

Klachten waren ingediend door een klein aantal fanatieke natuurliefhebbers. Sommige stukken van de omloop vallen onder de Natuurbeschermingswet, en aan die wet kon niet worden getornd volgens de klagers.

Ik heb een zwak voor dieren. Ze mogen niet worden gestoord in hun middagdutje of paringsrituelen. Als er in mijn tuin gepaard wordt loop ik om.

De verslaggever getroostte zich veel moeite om te achterhalen om welke al dan niet beschermde dieren het ging in Valkenburg. De geïnterviewde burgemeester wist het ook niet, maar hij schatte in dat het om de regenworm ging. Maak van een regenworm maar eens een spraakmakend verhaal. Met de Korenwolf zou het geen probleem zijn.

De Groene Brigade, de Limburgse natuurpolitie, is nog in Valkenburg gaan inspecteren maar bedreigde diersoorten heeft ze niet aangetroffen. Maar goed ook, de beestjes zouden terstond in de boeien zijn geslagen.

Vermoedelijk, en ik durf er veel geld op in te zetten, gaat het in Valkenburg om de breedbekkikker, het meest onzichtbare amfibie in de Limburgse, zo niet de Nederlandse natuur. Niet voor niets richtte Herman Brood ooit de band De Breedbekkikkers op. Het nummer Maak Van Uw Scheet Een Donderslag bereikte in 1979 plaats 10 in de Nationale Hitparade.

Ja, ik sta altijd aan de kant van de dieren. Ooit, diep in de jaren tachtig – ik was nog professioneel wielrenner – zag ik een Franse adder waar er toen nog heel veel van waren. Het beestje was onvoorzichtig geweest met oversteken en richtte zich op als een zot geworden cobra. Een voorrijauto was over het achterlijfje gewalst; het zat als een koek op het asfalt gekleefd. Als de adder me niet had aangekeken gedurende een fractie van een seconde had ik het als een kosmisch ongelukje beschouwd, en had ik me niet medeplichtig gevoeld aan de vernietiging van een schitterend leven.

Intussen ben ik recreatief fietser. Soms, als ik mijn fiets schoonmaak, vind ik tegen de onderkant van het frame wel eens een halve regenworm geplakt. Omdat het restje ingedroogd is wordt identificatie heel erg moeilijk.