Column

Moet Palmyra wel worden gerestaureerd?

Carolien Roelants is Midden-Oostendeskundige en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Foto Joseph Eid/AFP

In 1983 kwam ik voor het eerst in Palmyra, waar je in je eentje tussen de Romeinse zuilen kon dwalen en waar een viezig hotelletje de beroemde koningin Zenobia gedacht. In 2010, mijn laatste keer, was Palmyra een toeristentrekker geworden, en misschien heeft u, lezer, in die tijd wel in het schoongepoetste en uitgebreide Hotel Zenobia gelogeerd. De beruchte gevangenis van het aanpalende plaatsje Tadmor, waar in 1980 wijlen Hafez al-Assad duizend Moslimbroeder-gevangenen liet afmaken, was (tijdelijk) gesloten. Hoefden we dáárover geen ongemakkelijk gevoel meer te hebben.

Intussen heeft de oorlog huisgehouden in Palmyra. Daarom ging ik vorige week met belangstelling naar een bijeenkomst in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, ‘Palmyra 1 jaar later’. Dat wil zeggen een jaar na de vernietiging van de tempels van Bel en Ba’al Shamin door Islamitische Staat. Bij voorafgaande gevechten hadden de partijen, inclusief het regime, zich trouwens ook niet laten hinderen door de aanwezigheid van historisch erfgoed, evenmin als Bashar al-Assads Russische beschermheren bij de verdrijving van IS. Het propagandaconcert van Gergiev moest dat verhullen.

Ik had een bedaarde gedachtenwisseling tussen de Nederlandse en Syrische archeologen verwacht over schade en hoe die te herstellen, maar niets van dat! Om in de stemming te komen kregen wij, de pers, ervan langs. Onder andere werd ons selectieve verontwaardiging ten laste gelegd – niet de vernietiging van antiquiteiten is het probleem, maar de oorlog als zodanig. Niet stenen maar mensen, en als stenen wel aan de orde moeten komen, dan niet alleen oude stenen maar met name huidige.

Ik ben het daarmee niet eens. Die discussie wordt op de krant wel degelijk gevoerd, en je kan toch echt niet zeggen dat de menselijke ellende door de media wordt verdoezeld. En soms zijn oude stenen gewoon groot nieuws.

Er was daarnaast een interessante discussie tussen de Nederlandse en Syrische archeologen over de vraag of Palmyra en andere oudheden wel door de bevolking als erfgoed worden gezien – immers pre-islamitisch, en bovendien een propagandaspeeltje van Assads seculiere regime. Hadden de beeldenstormers van IS niet een beetje gelijk, suggereerden de Nederlanders. Leggen we niet eigenlijk onze westerse mening over het gewicht van Romeinse overblijfselen op aan een andere cultuur?

Dit werd door de Syrische deskundigen met klem afgewezen. De islam zegt helemaal niet dat alles wat niet islamitisch is, moet worden verwoest; en Syriërs geven wel degelijk om hun oudheden. De Nederlanders vroegen zich ook af of Palmyra wel moet worden opgeknapt: is het niet beter alles te laten zoals het nu is? Nee, de Syriërs wilden juist restaureren, met de toestand voor 2015 als maatstaf. „Als de mensen straks terugkomen naar Syrië, willen ze de plek zien zoals zij die kenden.” Ik sta aan de Syrische kant.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt hier elke week de feiten van de hypes.