Kwestie Oekraïne verdrag vraagt om dappere politici

nrcvindt

Nog een week heeft het kabinet om te beslissen hoe het verder wil met de uitslag van het op 6 april van dit jaar gehouden referendum over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Een meerderheid van de 32,2 procent die kwam opdagen wees het verdrag toen af. Het kabinet heeft zichzelf in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd door niet direct conclusies te verbinden aan de uitslag. Nu is het kabinet gehouden aan de deadline van 1 november die de Tweede Kamer vorige maand stelde.

De referendumwet is duidelijk: bij een negatieve uitslag wordt de wet waarover de opgekomen kiezers zich hebben uitgesproken zo spoedig mogelijk óf ingetrokken, óf alsnog ingevoerd. Het kabinet koos voor een eigen interpretatie door niets te beslissen. Eerst zou bekeken worden of de overige bij het Verdrag betrokken partijen – 27 andere lidstaten van de Europese Unie en Oekraïne – bereid waren aan de zorgen van de Nederlandse kiezers tegemoet te komen.

Die bereidheid is zoals viel te verwachten niet bijster groot gebleken. Dat werd premier Rutte eind vorige week ook weer eens duidelijk gemaakt tijdens de reguliere top van de Europese regeringsleiders in Brussel. De rest van Europa stelt niet ten onrechte dat Rutte het vooral zelf moet proberen op te lossen. Het is immers niet hun probleem, maar een probleem van Nederland. Het uitblijven van de Nederlandse handtekening onder het samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne, betekent dat het Verdrag niet in zijn huidige vorm kan doorgaan. Maar in een andere huls kan het overgrote deel van de afspraken gewoon worden uitgevoerd, alleen zonder Nederland.

Rutte moet de komende week in zowel de Tweede als de Eerste Kamer een meerderheid zien te vinden voor een juridisch bindende aanvullende verklaring op het Verdrag waardoor hij kan zeggen dat aan de zorgen van de Nederlandse nee-stemmers is tegemoet gekomen.

In wezen gaat het hier niet om. De kernvraag is of de parlementaire meerderheid die zich eerder uitsprak voor het Oekraïneverdrag het digitale ‘nee’ van het referendum durft te negeren. Iets dat kan omdat de volksraadpleging slechts raadplegend is. In het huidige ‘anti-Den Haag klimaat’ is dit een moeilijke boodschap. Maar angst is hier een slechte raadgever.

Los van het Nederlandse belang schreeuwt het huidige gespannen geopolitieke klimaat om het samenwerkingsverdrag tussen de EU Oekraïne. Dit vergt leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef van de gekozen politici. De zaak is het meer dan waard.