Jan Beuving excelleert in lichte liedjes en taalspelletjes

Beuvings tweede show ‘Raaklijn’ wemelt weer van de spelletjes met de logica, de rekenkunde en de taal.

Foto Maartje ter Horst

Een lied over de laatste stelling van Fermat. Een ander lied over het levenseinde van de wiskundige Hans Freudenthal. En één over de tangent, nadat in zijn vorige voorstelling al een duet tussen de sinus en de cosinus was gezongen.

Zo’n alinea kan alleen maar over Jan Beuving (1982) gaan, een beginnende dertiger die eerst een bachelor wiskunde en een master wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht afrondde voor hij in 2010 afstudeerde als liedtekstschrijver.

Geen wonder dat hij, met die academische achtergrond, iets over lager opgeleiden wil zeggen, maar dat woord halverwege inslikt en snel vervangt door alfa’s.

Uitgewogen afwisseling

Raaklijn is Beuvings tweede programma. Het wemelt weer van de spelletjes met de logica, de rekenkunde en de taal. Wat dat betreft staat hij fier in de light verse-traditie van Drs. P en Kees Torn, maar op één punt steekt hij zelfs boven zijn voorgangers uit. Hij zingt beter. Zodat hij ook kan overtuigen in een paar meer stemmige en ingetogen liedjes, die een uitgewogen afwisseling vormen voor alle spitsvondigheid.

Enkele voor- en terugverwijzingen onderstrepen nog extra hoe hij als bèta alles kloppend wenst te krijgen.

Beuving doet zich, in de sterke regie van Geert Lageveen, voor als een amusante onderwijzer die af en toe ook in volle ernst uiting geeft aan zijn liefde voor de wiskunde – al of niet met overheadprojector.

Daarbij is Tom Dicke een veelzijdig pianobegeleider, die bovendien de meeste liedjes op muziek heeft gezet. Met een klassiek soort cabaret als mooi resultaat.