IS is verjaagd, de kerkklokken luiden weer

Slag om Mosul

Iraakse special forces en Koerdische peshmerga-strijders veroverden de afgelopen dagen in de slag om IS-bolwerk Mosul de dorpen waar veel christenen en andere minderheden woonden.

Foto Emanuele Satolli

‘Islamitische Staat houdt stand, in de naam van Allah.” Is getekend: Abu Anas al-Kurdi (de Koerd) en Abu Ahmad al-Masri (de Egyptenaar).

De graffiti op een verlaten huis in Bartella is wensdenken. De IS-strijders hebben dit stadje op zo’n 10 kilometer ten oosten van Mosul zaterdag moeten prijsgegeven aan de coalitie van Iraakse regeringstroepen en Koerdische peshmerga-strijders. Het is een van de tachtig plaatsen rondom Mosul die op IS zijn veroverd sinds het offensief vorige week maandag van start ging.

Het huis met de graffiti ligt pal tegenover een Syrisch-orthodoxe en een katholieke kerk. De katholieke kerk is van binnen uitgebrand. In de Syrisch-orthodoxe kerk had IS een improvisatorisch voetbalveld aangelegd. Een kruisbeeld in de kerkmuur is opgeblazen maar dat had niet het beoogde effect: het gat heeft precies de vorm van een kruisbeeld waardoor het licht naar binnen stroomt.

Zie ook de In Beeld-serie: Onderweg naar Mosul van fotograaf Emanuele Satolli, die met Gert Van Langendonck meereist.

Soldaten van de eerste divisie van de Iraakse special forces, de ‘gouden divisie’, doorzoeken de kerk op verborgen explosieven. Ze vinden er geen. „We zijn te snel opgetrokken”, zegt een van hen. „IS is ervandoor.” Een bevolking is hier niet meer: die sloeg massaal op de vlucht toen IS in de zomer van 2014 eerst Mosul, en vervolgens het hele achterland onder de voet liep.

Christenen vieren feest

Dit deel van Irak is een lappendeken van religieuze minderheden: christenen (250.000 mensen in heel Irak, tegen 1,5 miljoen in 2003), shabaks (250.000) en kakais (70.000) wonen er al eeuwen met de dominantere Koerden en sunnitische Arabieren. De gruweldaden die IS beging tegen de yezidi’s (650.000), aan de uiterst westelijke kant van de provincie Nineveh, liet bij de minderheden hier weinig twijfel over het lot dat hen beschoren zou zijn onder IS.

Toen woensdag het offensief werd ingezet in Bartella en in Qaraqosh, met 50.000 inwoners de grootste christelijke stad in Irak, vierden de vluchtelingen meteen een straatfeest in de christelijke wijk van de Koerdische hoofdstad Erbil, waar zij na hun vlucht neerstreken.

De eerste soldaten die Bartella binnendrongen maakten een video waarin ze de klokken luidden van een andere Syrisch-orthodoxe kerk. „Dat was hartverwarmend”, zegt de katholieke broeder Basim al-Wakil (52) daags tevoren in Erbil. Hij wil zo snel mogelijk terug naar zijn parochie. Maar dat gaat nog even duren.

Voorlopig worden alleen journalisten mondjesmaat toegelaten. En de manier waarop dat gaat zegt veel over de uitdagingen die deze regio nog te wachten staan. Officieel werken de Iraakse regeringstroepen en de Koerdische peshmerga samen in de strijd om Mosul te heroveren op IS. Maar zowel Bagdad als Erbil wil na het verjagen van IS ook zijn eigen invloedgebied veiligstellen of uitbreiden.

Bij het laatste checkpoint voor Bartella maken de Irakezen en Koerden om het minst ruzie. Het wordt snel duidelijk dat de peshmerga weinig te zeggen hebben: wie binnen wil moet vriendjes worden met de Iraakse special forces.

De christenen en andere minderheden die de Nineveh-vlakte bevolken voelen zich de speelbal in deze machtsstrijd. „Iedereen wil dit land hebben en niemand bekommert zich om ons minderheden”, zegt een shabak uit Bartella die zijn naam niet in de krant wil bij het checkpoint.

De shabakken zijn vergelijkbaar met de yezidi’s: hun godsdienst bevat elementen van zowel de islam als het christendom, wat wil zeggen dat ze door IS worden beschouwd als ketters die gedood mogen worden.

Van alle kanten beschoten

Wat de minderheden gemeen hebben is dat ze zich verraden voelen door zowel Bagdad als Iraaks-Koerdistan. Eerst ging in juni 2014 het Iraakse leger op de loop voor IS. Vervolgens beloofde de peshmerga’s bescherming. Maar in augustus vertrokken zij ook. „Ze hebben niets gezegd, zelfs niet tegen de christenen en shabakken die samen met hen patrouilleerden”, vertelt een jonge shabak. De overgrote meerderheid wist te ontsnappen, anderen werden wakker onder IS.

Rabee Soran, een dierenarts uit Qaraqosh, vluchtte naar Erbil. Daar is hij nu de manager van een centrum voor christelijke vluchtelingen. Soran denkt dat de meeste christenen die in Erbil zijn gebleven terug willen naar hun steden.

„Het vijfde deel of zo dat al naar andere landen is vertrokken komt wellicht niet meer terug.”

Maar Soran heeft een boodschap voor het Westen. „Als jullie niet willen dat wij naar jullie landen komen dan moet de internationale gemeenschap ervoor zorgen dat wij ons opnieuw veilig voelen in Irak.”

Dat wil zeggen: een provincie voor de Nineveh-vlakte, zonder Mosul, waar de meeste sunnieten wonen. En een internationale troepenmacht om de minderheden daar te beschermen. „Want de sunnitische Arabieren, die kunnen we sinds IS echt niet meer vertrouwen”, zegt Soran.

De kwestie komt terug in bijna alle gesprekken met christenen en andere minderheden hier. „Wij christenen zijn een bedreigde soort”, zegt majoor Firas (41) lid van de Nineveh Plains Protection Unit, de militie van de Assyrische christenen, bij het checkpoint. „Als er voor ons geen bescherming komt zijn wij straks een uitgestorven soort.

De kans dat dit ooit gebeurt is klein, zegt Dave van Zoonen, een Nederlander die voor het Middle East Research Institute in Erbil werkt. „Ik begrijp goed dat zij noch de regering in Bagdad noch de Koerdische regio vertrouwen. Maar dit is gewoon geen haalbare optie.” Er is ook de vraag of we dit wel moeten willen.

„In plaats van de relaties met de sunnieten te verbreken is het misschien beter om te kijken hoe we die relaties kunnen verbeteren.”

De shabak bij het checkpoint vertrouwt de zaak niet. „De Koerden zeggen dat de shabaks Koerden zijn. Ze willen dat ik mijn naam verander in de Koerdische naam voor mijn stam.”

Het is een kwestie die de shabakken intern verscheurt. „Ik weet dat ze ons hier alleen willen omdat ze het land niet gunnen aan de Arabieren.” De jonge shabak in Erbil zegt dat hij een steeds terugkerende droom heeft.

„Ik ben terug in Qaraqosh maar ik ben helemaal alleen. En ik word van alle kanten beschoten: door de Koerden, door het Iraakse leger, door IS.”