Opinie

Iemand moet betalen voor de vele geneesmiddelen die de markt niet halen

Opinie Farmaceutische bedrijven zijn veel meer geld kwijt aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen dan critici beweren. Innovatie heeft een hoge prijs, betoogt Henk Jan Out, vooral bij ‘biologische’ medicijnen.

In de discussie over medicijnprijzen lijkt de vraag naar de kosten van onderzoek en ontwikkeling centraal te staan. Fabrikanten voeren aan dat miljardeninvesteringen noodzakelijk zijn om nieuwe geneesmiddelen naar de markt te brengen maar critici, ook bij herhaling in deze krant, stellen dat deze cijfers veel lager zijn. Wat zijn de feiten en hoe belangrijk zijn die kosten eigenlijk in het vaststellen van een redelijke prijs?

Het valt op dat de critici bij herhaling dezelfde argumenten gebruiken, zo blijkt ook weer uit het filmpje dat deze krant op haar website zette. De recente studie van Dimasi die de kosten per goedgekeurd geneesmiddel op 2,6 miljard dollar schatte, zou niet deugen omdat de industrie zijn instituut sponsort. De CEO van GSK, sir Andrew Witty zegt dat de miljard dollar kosten een van de grootste mythes in de industrie is. Dus met andere woorden, de industrie geeft ook zelf toe het veel lager is. En tenslotte wordt ook altijd de publicatie van Light en Lexchin uit The BMJ (2012) geciteerd, die zelfs beweren dat het voor 50 miljoen dollar kan. Beiden zijn bekende auteurs in de ‘anti-farma’-literatuur.

Als een bedrijf echt voor 50 miljoen dollar een nieuw geneesmiddel kan maken, zullen de investeerders in de rij staan. Maar zo eenvoudig is het niet

De uitspraak van Witty is uit zijn verband gerukt, want hij voegde er aan toe dat de miljard dollar ook de mislukkingen includeert. En dat is precies de kern van de verwarring. De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is notoir inefficiënt met een afvalpercentage van zo’n 90 procent na eerste toediening bij de mens. En iemand moet dat betalen.

Een goeie poging om de werkelijke kosten in kaart te brengen staat beschreven in het zakenblad Forbes. Van 98 beursgenoteerde farmaceutische bedrijven werd het aantal goedgekeurde medicijnen in tien jaar gedeeld door de onderzoekskosten in de voorafgaande tien jaar. Zesenzestig bedrijven registreerden maar één geneesmiddel in die periode. De kosten daarvan bedroegen gemiddeld 350 miljoen dollar.

Bij grote bedrijven komen mislukkingen wel in de boeken terecht

Maar naarmate bedrijven groter waren namen ook de investeringen exponentieel toe. De kosten per goedgekeurd geneesmiddel van bedrijven die 8 tot 13 nieuwe medicijnen in 10 jaar naar de markt brachten, liepen op tot 5,5 miljard dollar. Grote bedrijven hebben immers ook te maken hebben met alle mislukkingen. Een klein bedrijf dat er niet in slaagt haar enige product naar de markt te brengen bestaat daarna niet meer. Terwijl bij grote bedrijven dergelijke mislukkingen natuurlijk wel in de boeken terecht komen.

Daarnaast onderhouden die een enorme infrastructuur. Bij Johnson & Johnson, één van de grootste farmaceutische bedrijven ter wereld, zijn er bijvoorbeeld alleen al 1.000 werknemers actief in het opsporen, invoeren en rapporteren van bijwerkingen van middelen die al op de markt zijn. Die kosten vallen onder het onderzoeksbudget.

Vooral de ontwikkeling van ‘biologische’ medicijnen is duur

De vraag is hoe relevant dit alles is voor de prijsbepaling. Een middel dat veel gekost heeft maar weinig toevoegt, verdient geen hoge prijs die de samenleving als collectief moet opbrengen. Maar het is evident dat innovatie een hoge prijs zal hebben gezien de onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen. En dan hebben we het nog niets eens over de investeringen in industriële productiecapaciteit gehad. Die is met name erg hoog bij zogenaamde biologicals, medicijnen die worden gemaakt uit levend materiaal, vaak gekweekte cellen.

Discussies over onderzoekskosten zijn belangrijk, maar ze moeten wel gebaseerd zijn op de feiten. Bedrijven kunnen helpen door hier meer openheid over te geven. Maar zolang we niet weten hoe we die kosten logisch gaan vertalen in een redelijke prijs en de politici geen criteria definiëren, is deze informatie maar van beperkt belang. Als een bedrijf werkelijk voor 50 miljoen dollar een nieuw geneesmiddel naar de markt kan brengen dan zullen de investeerders in de rij staan en zouden we overspoeld worden met nieuwe medicijnen. Maar zo eenvoudig is het helaas niet, zo is wel gebleken.

Henk Jan Out is farmaceutisch arts en werkte jaren lang in de farmaceutische industrie. Onlangs verscheen zijn boek ‘Leve het geneesmiddel!’