Cultuur

Interview

Interview

Het uitlekgewicht

Feyenoord-Ajax is als het opkloppen van eiwit. Het roeren maakt enorme herrie, je gaat geloven in een almaar rijzende substantie. Zolang je blijft opkloppen is er niets aan de hand. Maar laat het eiwit een tijdje staan en zie: er ligt een onbestemd plasje op de bodem.

Dirk Kuijt sprak vooraf over het kippenvel en over het uitdelen van een doodschop met respect. Davy Klaassen kreeg een kick van schreeuwende Feyenoordsupporters op de eerste rijen rond het veld.

Ieder jaar laat ik me weer opnaaien door die praatjes vooraf. Als Rotterdammer bezorgt de Klassieker me bij het opstaan al een verhoogde hartslag. En het bijgeloof speelt op: de laatste jaren scoort Ajax steeds als ik koffiebonen maal in de keuken.

Voor aanvang van het duel keek ik naar Peter Bosz. Een buikje achter een grijs vest. Daar plaatste hij zijn armen voor, als slagbomen die een emotionele eruptie moesten voorkomen.

Achter Bosz stond een dikke supporter met een colaflesje. Er zat een rietje in. Een rietje, rudimentair hulpmiddel uit de tijd van Coen Moulijn en Sjaak Swart.

In de eerste helft was het tempo vaak laag. Feyenoord leunde op de verdediging, Ajax speelde slordig. Een spannende wedstrijd met matig voetbal. Ik liet me afleiden door de lage herfstzon; de spelers zaten met hun voeten vast aan lange schaduwen. Feyenoord ging te wild met de kansen om. Vijftigduizend mensen grepen op identieke wijze naar hun hoofd. Twee handen op het haar of de kale schedel.

Het eiwit werd flink opgeklopt, het schuimde zowat over de rand.

Langs het veld wiegde Giovanni van Bronckhorst met zijn heupen in een winterjas die zo strak zat dat de materiaalman na afloop waarschijnlijk moest helpen bij het uittrekken.

De tweede helft was begonnen. Ik had trek in koffie. Durfde ik te gaan malen? Niet aanstellen. Terwijl de koffiebonen sprongetjes maakten om de draaiende mesjes te ontwijken, hoorde ik dat Ajax had gescoord.

Kasper Dolberg toonde zich in de herhaling een beheerste spits. Zo op het eerste oog leek hij me een koele espresso-drinker.

De glasharde Karim El Ahmadi gaf een Marokkaanse vriendendienst aan de geblesseerde Hakim Ziyech. De Feyenoorder pakte een voet van Ziyech en probeerde de kramp uit het been van zijn Amsterdamse collega te krijgen. Ik zag dit tafereel liever dan het UEFA-woordje ‘respect’ op een reclamebord.

Kuijt kwam los van zijn schaduw en dook naar de bal. 1-1. Het opgeklopte eiwit klotste weer over de rand.

De Klassieker was afgelopen. Mijn hart hervond het normale ritme. Ik rekte – afgekeken van Ajax – een beetje tijd, begon aan het tikken van deze column en vroeg me af wat het netto uitlekgewicht was van deze Klassieker.

Beide clubs waren er niets mee opgeschoten.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.