Opinie

Een echte feminist komt juist op voor moslima’s

De ideeën van sommige feministen lijken zo erg op die van rechts-populistische partijen, dat ze onverenigbaar zijn met het feminisme, schrijven universitair onderzoekers Donya Alinejad, Catherine Black en Domitilla Olivieri.

Illustratie Hajo

Het onlangs verschenen boek Heilige Identiteiten van Machteld Zee heeft onder feministen een tweedeling veroorzaakt. Zee schrijft over wetenschappers en opiniemakers die zich onthouden van kritiek op moslims en daarmee bijdragen aan de groei van de fundamentalistische islam. In een toespraak bij de presentatie prees socioloog Jolande Withuis het boek en ging in de aanval tegen feministen die zij „nuttige idioten” noemt.

Deze feministische ‘multicultigelovigen’ hebben volgens Withuis niet door dat zij worden gebruikt door patriarchale islamisten die de „islamisering van onze samenleving” nastreven. Tegenover deze onwetende feministen staat Machteld Zee die het plan van de fundamentalistische islam „onthult” om de sharia in te voeren in Europa, en ons van onze vrouwenrechten te ontdoen.

Withuis kreeg al snel bijval van onder meer Volkskrant-journalist Elma Drayer, die ook de „islamitisch geïnspireerde misogynie” te lijf wil gaan. Deze nieuwe generatie feministen is volgens Withuis niet „gehinderd door de obsessies van de jaren zeventig” om niet „rechts” te willen zijn. Ontdaan van het juk van links, academisch elitarisme, laten zij zich nu leiden door hun gezond verstand, zij offeren hun feministische idealen niet op aan „politiek correcte blindheid”.

In een poging om feminisme te depolitiseren wordt het debat gepresenteerd als een conflict tussen twee generaties feministen: de jaren-70, linkse multiculturalisten versus de ware en politiek neutrale verdedigers van vrouwenrechten. Wat zij niet willen (laten) zien, is de politieke ideologie achter hun eigen standpunten. Hun ideeën over de islam gaan steeds meer lijken op die van rechts populistische partijen. Hun speerpunten vormen hetzelfde rijtje: Keulen, de sharia, vrouwenbesnijdenis, hoofddoeken.

Zoek de verschillen tussen Wilders’ haatzaaiende woorden over mannelijke vluchtelingen en Withuis’ opmerking dat het seksueel geweld in onder meer Keulen afgelopen jaarwisseling „op schrille wijze” illustreerde „hoezeer de massale aanwezigheid van mannen uit primitief-patriarchale culturen de vrijheid van vrouwen bedreigt”. Is het na de vrouwvijandige uitspraken van Trump echt nodig dat we moeten uitleggen dat seksueel geweld tegen vrouwen stevig geworteld is in de westerse cultuur?

Withuis doet alsof de sharia ingevoerd dreigt te worden en zo zal „moslima’s ook nog het laatste bastion, de bescherming van de wet” worden ontnomen. Rechten van moslims worden inderdaad bedreigd, niet door de sharia, maar door de twee mannen die strijden om het Nederlandse premierschap. Waar is de verontwaardiging van deze feministen over het VVD-verkiezingsprogramma dat oproept om migranten sociale uitkeringen te ontzeggen op basis van hun mate van integratie? Of de PVV-verkiezingsbelofte om migranten na een veroordeling te deporteren?

Lees ook deze column van Jutta Chorus: Waar feminisme botst op het antiracisme

Verder worden we door Withuis met terugwerkende kracht collectief op de vingers getikt voor het niet steunen van Ayaan Hirsi Ali. Zij wordt neergezet als puur en alleen een vrouw met een aangrijpend persoonlijk verhaal, daarbij voorbijgaand aan het feit dat zij de kost verdient als neoconservatieve ideoloog met zeer rechtse praatjes. Haar persoonlijke levensverhaal, en genitale verminking van vrouwen in het algemeen, wordt als voorbeeld gebruikt om het meest barbaarse patriarchale geweld te verbinden aan de islam. Maar steun aan vrouwen die strijden voor het terugdringen van dit geweld, vraagt de bereidheid in te gaan op de complexe werkelijkheid van genitale verminking en de specifieke rollen die het heeft in verschillende culturen en geloven, waar de islam er maar een van is.

Fundamentalistische ideeën zoals die van Hirsi Ali, dat de islam per definitie haaks staat op ‘westerse’ waarden, reduceert discussies over vrouwenemancipatie tot simpele tegenstellingen. Hoofddoek op is onderdrukking, hoofddoek af is emancipatie. Zo’n standpunt geeft alleen blijk van onwetendheid over de context waarin het dragen van een hoofddoek plaatsvindt en gaat uit van superioriteit van westerse interpretaties van islamitische gebruiken.

Dit gedachtegoed past in een traditie van koloniaal denken door de achterstand en afhankelijkheid van ‘oosterse’ vrouwen aan de kaak te stellen. Het soort feminisme waar de heren van GeenStijl zich achter willen scharen, zeg maar.

Maar er is ook een andere feministische traditie, een van solidariteit met onderdrukte groepen en hun strijd. Dit is de traditie waarin wij, en veel jonge vrouwen, zich plaatsen en herkennen. De steunbetuigingen die wij ontvingen na onze actie (en ongegronde arrestatie) in Spijkenisse eerder dit jaar, toen we protesteerden tegen Wilders misbruik van feminisme om haat te zaaien tegen (moslim)migranten, is daar maar een klein voorbeeld hiervan.

Feminisme omvat van oorsprong een brede visie op menselijke emancipatie, en iedereen die dat als ‘verraad’ omschrijft, heeft de basisbeginselen niet begrepen. Het verdedigen van deze traditie van feministische solidariteit is extra belangrijk in het huidige klimaat waarin racisme en islamofobie in opkomst zijn. Waren de feministen die het publieke debat domineren maar slechts ‘nuttige idioten’ van rechts; het probleem is veel erger. Hun standpunten zijn zo verwant aan de racistische, patriarchale, extreem-rechtse nationalisten dat ze onverenigbaar zijn met feminisme.