Recensie

De ‘Troje Trilogie’ overtuigt opnieuw

Ondanks het onwaarschijnlijke decor van helden, goden, massa- en kindermoord zijn de voornaamste dilemma’s universeel en herkenbaar

Foto Sanne Peper

Een verrukkelijk onuitstaanbaar kindvrouwtje is ze, Keja Klaasje Kwestro als Hermione in Troje Trilogie. Als een ware socialite, type Ivanka Trump, trippelt ze naar voren op haar hakjes, frunnikend aan haar korte rokje. Mooi liggen moet ze dan, want Hermione is dood, vermoord door Andromache (Janneke Remmers), slavin en ex-minnares van haar man Neoptolemos (Loek Peters). Troje Trilogie van Koos Tersptra opent met de uitkomst van een tragedie, waarna hij in flashbacks toont hoe het zover kwam. Hermione is kort daarop dus weer springlevend en heerlijk onhandelbaar.

Kwestro maakt een fijn vet nummer van haar, en later van Cassandra, als verveelde gothic dancemeid in blingblingkledij. Die komische noot is nodig, in dit potentieel topzware stuk, waarin Terpstra drie Griekse tragedies herinterpreteerde en achterstevoren afspeelde, als een ‘whydunnit’: hoe komt Andromache tot de moord?

In het kort: Andromache is gelukkig getrouwd met Hector (George Tobal), nadat Achilles haar familie heeft vermoord. Dan breekt de Trojaanse oorlog uit en sneuvelen Hector en haar zoontje. Zijzelf wordt als oorlogsbuit aan Neoptolemos gegeven. Met hem krijgt ze weer een kind. Maar zijn trophy wife Hermione verdraagt de competitie niet, en laat het jongetje doden. In retrospectief stapelt de ellende van Andromache zich zo op, dat geen andere uitkomst meer denkbaar is dan moord.

Kleine theaterrevolutie

De tekst van Terpstra was in 1994 een kleine theaterrevolutie, en nog steeds is glashelder waarom: ondanks de complexe mythologische stamboom en de zware lading van oorlog en wreedheid is de toon van Troje Trilogie nuchter, aards en licht. Geestige anachronismen maken de personages moeiteloos van deze tijd. En ondanks het onwaarschijnlijke decor van helden, goden, massa- en kindermoord zijn de voornaamste dilemma’s universeel en herkenbaar. Over liefde en vertrouwen gaat het, en de strijd tussen de seksen: vechten en overleven enerzijds, de zachtheid durven omarmen anderzijds. In de ijzersterke acteursregie van Paul Knieriem overtuigt Troje Trilogie 22 jaar later nog altijd.

Vrij statisch staan de vijf acteurs op het voortoneel, in een sober maar vernuftig decor van versnipperde plastic golfplaten, dat net als de tekst filmisch terug beweegt in de tijd. Maar hun tekstbehandeling is virtuoos en fris, en met hun geraffineerde mimiek en expressie, veelal gericht op de zaal, creëren ze prettig transparante personages in een intiem onderonsje met het publiek. Loek Peters is daarbij een innemend verlegen Neoptolemos, Oda Spelbos (Andromache bij Terpstra in ’94) is geestig en droef als strijdbare parelkettingkoningin Hecabe. George Tobal is als Hector een mooi gekwelde charmeur, verscheurd tussen de liefde voor zijn land en voor zijn vrouw. En Janneke Remmers overtuigt volledig als Andromache, die van passioneel en trots, via gekwetst en stuurs onvermijdelijk transformeert naar volkomen immoreel. Voortgestuwd door bezwerende bas- en celloklanken voorzien deze vijf de Troje Trilogie subtiel van nieuwe zuurstof.