De kansrijken staan vooraan bij vertrek uit de ‘jungle’ van Calais

Migratie

Het migrantenkamp bij Calais moet weg, vindt de Franse president François Hollande. Maar dat is eerder ook al geprobeerd. Waarom zou het deze keer wél lukken?

Foto Thibault Camus/AP

Nee, niemand hoefde hem over te halen de ‘jungle’ te verlaten. „Iedere nacht die je daar doorbrengt, word je een jaar ouder”, lacht de 35-jarige Haitham. Bijna een half jaar geleden vertrok hij uit de Soedanese hoofdstad Khartoum, drie maanden terug kwam hij in Calais aan en nu, maandagochtend even na zes uur, staat hij met een rolkoffertje en een schoudertas vooraan in de rij wachtenden om een bus te nemen naar een opvangcentrum in de Franse provincie. „Wie zegt dat hij in die rotzooi wil blijven, die liegt”, zegt hij over het modderkamp in het havengebied aan de Kanaalkust.

Hulpverleners, autoriteiten en vluchtelingen zijn het over weinig eens, maar dat in een rijk land als Frankrijk de ‘jungle’ niet zou mogen bestaan, vinden ze allemaal. Ruim twee jaar wist de Franse regering zich geen raad met het steeds verder uitdijende migrantenkamp. Nu heeft president François Hollande besloten de grootste krottenwijk van Europa „geheel en definitief” op te doeken.

In een maandagochtend sinds acht uur geopende hangar kunnen de bewoners van het kamp kiezen uit een van de vier rijen voordat ze een plekje in een bus krijgen: die voor alleenstaande volwassenen, voor alleenstaande minderjarigen, voor families of een voor kwetsbare groepen. Vervolgens krijgen ze de keus tussen twee mogelijke regio’s.

„Maar omdat de meeste migranten het verschil tussen Bretagne of de Bourgogne niet weten, is de keus vaak enigszins willekeurig”, zegt een meisje in een oranje hesje. „Vrienden en families willen bovenal bij elkaar blijven en die mogelijkheid geven we”, zegt directeur Pascal Brice van OFPRA, de Franse asieldienst.

Voor de eerste dag zijn zestig bussen gereserveerd om de mensen naar een van de 280 opvangcentra verdeeld over Frankrijk te brengen. Dinsdag komen nog eens 45 bussen, woensdag 40. De belangstelling van mensen die vrijwillig het kamp willen verlaten is maandag zo groot dat al aan het begin van de middag grote groepen mensen worden teruggestuurd naar hun tenten en hutjes met het verzoek het een dag later nog eens te proberen.

Het is de bedoeling dat alle circa 6.800 mensen die de laatste weken nog in het kamp in Calais verbleven deze week ondergebracht worden in fatsoenlijke opvangcentra, vanwaar ze asiel kunnen aanvragen of, als ze dat niet willen, teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Dat verloopt maandag zonder noemenswaardige problemen. Al om half negen vertrok de eerste volle bus richting provincie.

Maar in de rijen staan maandag vooral Soedanezen, Eritreeërs en Afghanen – die allen een redelijke kans hebben om een asielstatus te krijgen of in ieder geval niet worden uitgezet. Ook voor alleenstaande minderjarigen, voorin de rij, gelden speciale regels. Van de naar schatting duizend minderjarigen zou ongeveer de helft vanwege familiebanden het recht hebben om legaal het Kanaal over te steken. Zo’n driehonderd kinderen zijn de laatste weken na afspraken tussen Londen en Parijs al vertrokken. „In Engeland kan ik zonder probleem studeren”, denkt de 16-jarige Abdelhassan uit de Ethiopische regio Oromo. Hij denkt er zelfs direct een huis te kunnen krijgen.

De verwachting is dat later in de week de situatie grimmiger wordt. Volgens Christian Salomé van de plaatselijke hulporganisatie Auberge des Migrants zijn er tussen de 1.500 en 2.000 mensen in de ‘jungle’ die pertinent weigeren het kamp te verlaten. „Als ze een bus nemen, geven ze hun droom op om naar Engeland te kunnen. Als je een lange, gevaarlijke reis hebt gemaakt en een tijdje in het kamp hebt doorgebracht, dan is dat geen optie.”

Veel mensen zijn sinds de aankondiging van de ontmanteling van het kamp al uit eigener beweging vertrokken. Niemand weet waar naartoe. „Onze grootste angst is dat nieuwe wilde kampjes in de duinen ontstaan buiten bereik van hulp”, zegt Salomé, die sceptisch is over het succes van de nu ingezette operatie op de iets langere termijn. Op het Europese vasteland is er geen plek waar je dichter bij het Verenigd Koninkrijk komt en dat zal altijd mensen blijven trekken – en daar verandert een politiek besluit over de toekomst van een schandvlek weinig aan.

„Ik volg de situatie hier in Calais al twintig jaar en het is altijd hetzelfde: een kamp ontstaat, groeit en wordt door de regering voor het oog van de televisiecamera’s ontmanteld. En een paar maanden later is er op een andere plek een nieuw kamp.”