De bedrijfslunch: niet meer schuifelen langs de kipkorns

Catering

De klassieke bedrijfskantine is uit, hip en gezond eten is duurder. Cateraar Albron fuseert met Facilicom om te kunnen groeien.

Foto Olivier Middendorp

De erwtensoep is er nog steeds, in het moderne, frituurloze cateringconcept ‘Pit’ dat Albron exploiteert in de hal van het Amsterdamse ziekenhuis AMC. Teun Verheij, algemeen directeur van Albron, neemt ook een kopje, met veel rookworst.

Erwtensoep was er al in 1899, toen de Rotterdamse afdeling van de Volksbond tegen Drankmisbruik z’n eerste schaftlokaal opende. Dat bood tegen „een zeer lagen prijs koffie, gekookte melk, brood, chocolade, limonade en in den winter erwtensoep”. Geen drank, dat was het punt, er waren al genoeg arbeiders die hun loon in de kroeg opzopen.

De twee bedrijven die ontstonden uit die Volksbond en de Spoorweg-Onthouders-Vereeniging fuseerden twintig jaar geleden tot Albron. Zondag werd bekend dat de cateraar gaat samenwerken met facilitair dienstverlener Facilicom. De beveiliger-schoonmaker-cateraar (omzet 1,2 miljard euro, 28.000 werknemers) neemt stapsgewijs een meerderheidsbelang van 51 procent in Albron (omzet 244 miljoen euro, 4.000 werknemers). Stichting Albron, die 49 procent van de aandelen houdt, zal toezien op de continuïteit van het gezamenlijke cateringbedrijf, waar Verheij de baas van blijft. Overigens serveert Albron inmiddels wel alcohol – met mate.

Soep blijft altijd

Verheij is naar Amsterdam gekomen om uit te leggen waarom de samenwerking nuttig is voor Albron en hoe de toekomst van catering er uitziet.

Eerste vraag: wat wil de hongerige werknemer van nu om 12.00 uur?

In ieder geval soep. Soep heeft afgelopen eeuw elk cateringconcept overleefd. Verheij: „Soep is het icoonproduct van de kantine.” Vooral tomatensoep, een evergreen, maar dan niet meer uit een pakje. En aangevuld met de hippe bloemkool-dragon-, rucola-spinazie- en wortel-citroenmelisse-soepen van deze tijd.

Wat mensen steeds minder willen is het klassieke bedrijfsrestaurant waar je met je dienblad langs bakken fijngesneden rauwkost, „tien soorten kaas in een plasticje” en een ruime collectie nasischijven, loempia’s en kipkorns richting de kassa schuifelt. Verheij denkt dat nog maar 20 procent van Albrons bedrijfsrestaurants zo is. Verheij: „Werkgevers willen steeds minder de lunch van werknemers subsidiëren. Dan kun je twee kanten op. Of je aanbod wordt nóg goedkoper. Of je zet iets neer waar mensen voor willen betalen.”

Albron kiest voor dat laatste, met foodconcepten als ‘Flavors’ en ‘Onze Keuken’. Vers, gezond, met veel spelt en smoothie en elke dag wat anders. Al werkt dat niet voor iedereen, weet Verheij. „Voor de groep grote eters, die zwaar werk in ploegendiensten doen, wordt dit gauw duur. En je hebt nog steeds wat we de traditionele eters noemen. Die willen bruine boterhammen met kaas, een glas melk en een kop soep, en daar niet te veel voor betalen.”

Een greep uit de horeca-concepten van Albron:

Fuego Adventure Grill

Wie denkt dat catering betekent dat je met een heftruck overal hetzelfde concept naar binnen schuift, zit er naast, vindt Verheij. Elk bedrijf, elk kantoor is anders.

Albrons voordeel is, zegt Verheij, dat het zich de laatste jaren sterk op horeca in publieke ruimtes en recreatieplekken heeft gericht en daar van heeft geleerd. Vanaf 2010 exploiteert Albron restaurants als de Fuego Adventure Grill op de parken van Center Parcs. In de eerste jaren leed Albron daar zwaar verlies op. Verheij: „We hebben echt leergeld betaald. We hadden moeite met de enorm wisselende patronen. Weekend, midweek, vakantie of niet? Komen mensen met of zonder kinderen?” Door Center Parcs leerde Albron om te gaan met wisselende bezettingsgraden, openingstijden en inkoop. En daardoor, denkt Verheij, kan het nu beter dan de concurrent formules bedenken die passen bij verschillende plekken: in de zorg, bij bedrijven, bij overheden.

Fusie met Facilicom biedt Albron allerlei voordelen, vindt het bedrijf. De cateringtak Prorest van Facilicom runt al een aantal bedrijfsrestaurants – die groei is dus binnen. Facilicom heeft een zorgtak en Albron wil ook meer in de zorg groeien: catering in ziekenhuishallen en „à la carte” op bed. En Facilicom doet schoonmaak en beveiliging, wat Albron de mogelijkheid geeft mee te dingen naar grote alles-in-één-contracten.

Albron, dat z’n omzet van 321 miljoen euro in 2011 naar 244 miljoen nu zag krimpen, moet groeien, zegt Verheij. „We hebben bij bedrijfsrestaurants concurrentie van iets kleinere horecabedrijven zoals Vermaat. En bij de geïntegreerde opdrachten hebben we concurrentie van grotere bedrijven als Sodexo. Zonder Facilicom is het gevaar dat we in een middenpositie belanden.”

Verheij, die al 26 jaar bij Albron werkt, ziet alleen maar mogelijkheden voor groei. Een Starbucks in een universiteit. Een dame die met bewoners kookt in een woongroep. Een bar met veel groen voor een hip marketingkantoor. En voor dat bedrijf in de zware industrie nog gewoon broodjes bal, melk en erwtensoep.