Recensie

Bach, boormachine en rock op het leukste cellofeest ter wereld

De Cellobiënnale Amsterdam bewijst dat er wel degelijk publiek is voor avontuur, diepgang en focus – mits goed gebracht.

Jean-Guihen Queyras Foto Keke Keukelaar

Tachtig concerten in negen dagen én twaalf wereldpremières: de Cellobiënnale Amsterdam is niet alleen het grootste cellofestival ter wereld, maar bewijst ook dat er wel degelijk publiek is voor avontuur, diepgang en focus – mits goed gebracht.

Deze zesde editie ligt die focus op ‘the acting cello’, maar het festival begon vrijdag met een flitsoptreden van het duo Bartholomey Bittman; cello beyond Bach, Beethoven en alle andere klassiekers die het festival afstoft.

Precies in dat kader viel vrijdag het openingsconcert, met twee ijzeren klassiekers die je zelden hoort: Blochs Schelomo en het Celloconcert van Lalo. Ed Spanjaard slaagde er niet overal in het Nederlands Philharmonisch Orkest voldoende te beteugelen, waardoor het Muziekgebouw soms krap leek voor het (overweldigend luide) gebodene. Maar er waren sterke solopartijen: Antonio Meneses vol romantisch en rapsodisch in Bloch; Pieter Wispelwey in Lalo met een edele, bedachtzame toon, individueel vertolkte hunkering en lekker stroperige dansmotieven.

Van Vivaldi naar AC/DC

Nieuwe muziek is één van de pijlers van de biënnale. Van ‘componiste des vaderlands’ Mayke Nas was er een wereldpremière: Unraveled, losjes gebaseerd op Ravel maar vooral herkenbaar door de geestige wijze waarop het dagelijks leven – i.e. een irritante boormachine – ritmisch het solerend cellokwartet penetreerde. Nas benadrukte met tremoli en glissandi fraai de weerbarstige kant van de cello, maar haar stuk kwam vooral tot leven waar het kwartet in gesprek ging met orkest en slagwerk achter gordijn.

Het lelijkste geluid van de biënnale bleek zaterdagnacht ook het populairste: het Kroatische duo 2Cellos verzorgde een concert onder Amsterdam Dance Event-achtige omstandigheden. 1350 veelal jongere bezoekers vulden de stoelenvrije grote zaal, waar cellisten Stjepan Hauser en Luka Šulić zich bewezen als dampend coverbandje dat de genres overstijgt.

Terwijl het begeleidende strijkorkestje op eieren moest lopen om de vrije timing van de Kroaten bij te houden, speelde het duo op doorzichtige elektrische cello’s eerst een half uur klassieke hits van Vivaldi tot Piazzolla. Šulić, de meest virtuoze van de twee, demonstreerde solide duimposities in de Czardas van Monti.

Maar écht los ging men toen het strijkorkest werd vervangen door een drummer, en de cello’s in distortion mode tot hun recht kwamen in hits als Thunderstruck, Highway to hell en Let me entertain you. Met multi-tracks werd nauwelijks geëxperimenteerd; het was een veilig maar zeer effectief optreden.

De volgende ochtend klonk naar goede traditie een serene Bachsuite voor een wat ouder publiek; de Biënnale is begonnen.