Interview

Varkensbloedpudding? Mwah

Heiman Wertheim

Medisch microbioloog Heiman Wertheim praat over de verschillen tussen Vietnam en Nederland.

Foto Andreas Terlaak

“We woonden in Hanoi in de stad, met een kleine markt voor ons huis. ‘s Ochtends om zes uur hoorde je het ritmisch gechop van het hakken van het varkensvlees. Dat geluid bij het wakker worden mis ik nu wel.”

Arts-microbioloog Heiman Wertheim woonde negen jaar met zijn gezin in Vietnam. Eind vorig jaar kwam hij terug om hoogleraar en hoofd van afdeling medische microbiologie van het Radboudumc in Nijmegen te worden.

Waar wonen jullie nu?

„Net buiten de stad in de frisse lucht. De vervuiling en de uitlaatgassen van Hanoi en de longontwikkeling van mijn kinderen was ook een reden om weg te gaan.”

Waarom wou je naar de tropen?

„Ik ben een expatkind. Van mijn 13de tot mijn 15de woonde ik met mijn ouders in Panama. Voor we gingen moesten we naar de GGD voor vaccinaties. Er werden landkaartjes bijgepakt om te kijken welke ziekten waar voorkwamen. Dat had iets magisch. Toen we een keer op een reis uit Costa Rica naar Panama terugkwamen had een van ons koorts. Aan de grens werd bloed geprikt om te kijken of het malaria was. Ik vond dat prachtig.”

Dus na de middelbare school meteen voor de microbiologie gegaan?

„Nee. Het kreeg me pas weer te pakken toen ik op de kinder-intensivecare van het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam werkte – ik wilde kinderarts worden. Daar kwamen microbiologen langs, om te adviseren over diagnostiek en behandeling van infectieziekten. Fascinerend. Alles van Panama, die kaartjes, dat bloed, de prikken kwam weer terug. Een paar maanden later begon ik aan de specialisatie en aan een promotie. Maar steeds met het idee dat ik als microbioloog naar de tropen wilde. Gelukkig is mijn vrouw ook erg geïnteresseerd in het buitenland.”

Die is?

„Ze heeft geschiedenis en Ruslandkunde gestudeerd en is uiteindelijk in Wageningen gepromoveerd in de sociologie. Vanuit haar laatste baan had ze contacten in Vietnam. Toen ik daar heen kon, kon zij er ook aan de slag. Dat was wel een eis: mijn gezin, met kinderen van 2 en 5, moest er veilig kunnen leven. En mijn vrouw moest er aan het werk kunnen.”

Wertheim was in dienst van Oxford University. Die universiteit heeft een groot onderzoekslaboratorium gericht op infectieziekten, in Ho Chi Minh-stad in het zuiden van Vietnam. Daar werken ongeveer 300 mensen. Maar hij werd aangetrokken om te helpen een dependance op te zetten in het noordelijke Hanoi, het regeringscentrum. Vietnam is een land van 1.500 kilometer lang.

„In Hanoi zit je vlak bij het ministerie. Dat is goed voor de contacten. Dat bleek al snel, want toen ik er eind 2006 begon, waren er veel gevallen van nekkramp. Wij vonden dat de veroorzaker een bacterie uit varkens was – Streptococcus suis. Er kwamen vlot landelijke richtlijnen om deze infectie in te perken. Dat is precies hoe ik het wilde. Qua onderzoek ben ik gericht op direct nut voor de patiënt. Ik ben niet erg fundamenteel.”

Wat kun je tegen die S. suis doen?

„De bacterie besmet mensen die de varkens slachten of mensen die varkensbloedpudding eten. Die wordt van ongekookt bloed gemaakt. Vietnamezen denken dat die pudding gezond is en dat ze er sterk van worden, zonder te onderkennen dat er risico’s aan kleven, want er kunnen levende bacteriën in zitten. Er is nu iemand in Vietnam die daar sociologisch onderzoek naar doet. Als de overheid bloedpudding domweg verbiedt zal dat niet veel effect hebben. Ze vinden het trouwens ook lekker.”

En? Vind je bloedpudding lekker?

„Mwah. Ik heb een keer geproefd. Het smaakt erg naar ijzer.”

Vier jaar geleden publiceerde Wertheim met een groep collega’s van over de hele wereld een atlas met de wereldwijde verspreiding van infectieziekten.

Dat kwam voort uit die eerste ervaring met reisvaccinaties?

„Beslist. Ik had opgezocht waar die kaartjes vandaan kwamen. De informatie over infectieziekten was erg verbrokkeld. Erg onhandig. Wat zou het mooi zijn als dat allemaal in één boek zat, dacht ik. Dat je er doorheen kunt bladeren en een beetje kunt begrijpen waardoor die verspreiding is bepaald. We bekijken nu met Oxford University of we een wiki-achtige gemeenschap op kunnen zetten die bijhoudt waar welke ziekten zijn.”

Dat kon ook vanuit Vietnam. Waarom dan terug naar Nederland?

„De kinderen gaan naar de middelbare school. Je wilt dat ze ergens wortel schieten. Wij zaten er negen jaar, maar veel andere buitenlandse kinderen gingen na drie jaar weer weg. Het deed wel pijn om het verdriet te zien dat dat voor hen meebracht.

„Ik was na negen jaar ook toe aan een andere omgeving. Alles liep, er werken nu 40 mensen in Hanoi met sterke wetenschappelijke output. Hier in Nijmegen zit je tussen de deskundigen, is alle diagnostiek in huis. Echt rijkdom.”

Is Nederland in 9 jaar veranderd?

„We hebben geen Koninginnedag meer. En geen Zwarte Piet. En binnen de medische microbiologie is de druk toegenomen. Toen ik wegging, werkte iedereen met iedereen samen. Nu is er soms de noodzaak om te concurreren omdat er strikt naar de kosten wordt gekeken. We zijn in Nederland heel goed in beperkt antibioticumgebruik. Maar dat is gestoeld op samenwerking, vertrouwen en informatie-uitwisseling. Dat wordt bedreigd.”

Dat is in Vietnam anders?

„Volstrekt anders. In Azië worden de meeste antibiotica ter wereld gebruikt. Sommige kinderen in Vietnam krijgen wel vijf antibioticakuren per jaar. In de apotheken gaat 90 procent van de antibiotica zonder doktersrecept over de toonbank. Patiënten willen het hebben en klinieken en apothekers willen verkopen. Dat moet je met een maatschappelijke aanpak zien te doorbreken. Met de Nederlandse kennis en ervaring kunnen we wereldwijd nog veel bereiken. En daar ga ik mij komende jaren voor inzetten.”