Column

‘Toen ik rookte, had ik nergens last van’

jannetjekoelewijn0v2

Twee berichten, een paar dagen na elkaar. De winst van Domino’s Pizza is weer flink gestegen en binnen een uur zijn de aandeelhouders van het bedrijf zes procent rijker. De winst van de tabaksindustrie is ook gestegen, ondanks de dalende omzet. Daar hebben fabrikanten wat op gevonden: hogere prijzen. En de rokers maar geloven dat het accijnzen zijn.

Het doet me aan Corrie denken, die me afgelopen zomer over haar leven vertelde – ik schreef erover in deze column. Op haar veertiende werd ze van school gehaald om voor haar moeder het huishouden te gaan doen. Vanaf haar zestiende was ze schoonmaakster, kantoren en particulieren. Ze trouwde, kreeg twee kinderen en bleef de kostwinner, want haar man was altijd overspannen. De stress die ze ervan kreeg bestreed ze met een pakje sigaretten per dag. Hij rookte shag.

Tot hij keelkanker kreeg. Niet al te ernstig, hij kon geopereerd worden en na een paar bestralingen werd hij genezen verklaard, voorlopig. Op dringend advies van de dokter stopte hij wel met roken. Uit solidariteit deed Corrie met hem mee. „Het huis blijft schoner”, zei ze. „Ik ben blij dat ik ervan af ben.” Van het geld dat ze overhielden deden ze leuke dingen met de kleinkinderen. Op woensdagmiddag naar McDonalds. Op zaterdagmiddag, als ze bij hen kwamen spelen, pizza’s bestellen. Die met shoarma en knoflooksaus vonden ze allemaal het lekkerst.

Laatst had ik weer eens met Corrie afgesproken voor een kopje koffie in de stad, en ik schrok toen ik haar aan zag komen lopen. Ze was in een paar maanden tijd zeker twintig kilo aangekomen. „Verschrikkelijk”, zei ze terwijl ze ging zitten en haar sjaal zorgvuldig om zich heen drapeerde. „Mijn hormonen zijn in de war geraakt en nou heb ik medicijnen waardoor ik de hele dag honger heb.”

Ze was naar de diëtiste geweest en die had haar een lijstje laten maken van wat ze zoal at op een dag. Daarvoor in de plaats had ze een lijstje gekregen met wat ze mocht. Crackers. Een boterham met magere smeerkaas. Een aardappeltje met groente en een stukje vlees. „Pizza met shoarma eet ik niet meer”, zei ze. „Ik neem nu de pizza met kip en tomaten. Daar zit verse spinazie op. Dat is toch gezond?”

Ik wilde zeggen dat daar net zoveel calorieën in zaten, maar ze praatte door. „Het helpt me niks. De kilo’s blijven eraan vliegen.” Ze wreef gedachteloos met haar hand over haar buik en staarde een poosje voor zich uit. „Ik vind het oneerlijk”, zei ze toen. „Stop ik met roken, krijg ik dit.”

„Misschien een poosje geen pizza’s meer”, zei ik.

„Of weer gaan roken”, zei Corrie. „Toen had ik nergens last van.”