Spanje heeft eindelijk een regering

Gedoogsteun Socialisten helpen aartsrivaal Mariano Rajoy aan een minderheidskabinet.

Foto Gerard Julien/AFP

Het was voor de Spaanse socialisten een keuze tussen twee kwaden: steun geven aan aartsrivaal Mariano Rajoy of verantwoordelijk worden gehouden voor de derde verkiezingen in een jaar. Zondag stemde het federale comité van de PSOE in Madrid voor gedoogsteun aan de conservatieve Partido Popular. De politieke impasse is daarmee na 307 dagen verbroken. Rajoy heeft nu voldoende steun om een minderheidsregering te gaan vormen. Koning Felipe VI zal hem deze week na een rondje langs alle partijen opnieuw aanwijzen als formateur.

De vrijwel onmogelijke knoop is dan toch ontward. Met de opkomst van nieuwe partijen als het links radicale Podemos en het liberale Ciudadanos kwam op 20 december 2015 een einde aan het aloude tweepartijenstelsel waarbij de PP en de PSOE elkaar vier decennia lang afwisselden. De Spaanse politici die niet gewend waren samen te werken, werden nu gedwongen een coalitie te vormen. Het politieke landschap versplinterde dusdanig dat er op rechts noch op links een meerderheid te vormen was door twee partijen. Een tweede gang naar de stembus loste niets op.

Strijd over de schuldvraag

De publieke opinie keerde zich na meer dan een half jaar tegen de hele Spaanse politiek. Over één ding waren de verschillende partijen het wel eens: voor de derde keer verkiezingen zou een regelrechte afgang zijn. Er ontspon zich een tactische strijd over de schuldvraag. Rajoy vond steun bij Ciudadanos en deed een meesterzet met een kansloze poging het verdeelde parlement steun te vragen voor een nieuwe regering. Rajoy verloor die slag, maar had zijn politieke tegenstander Pedro Sánchez wel neer weten te zetten als bron van al het kwaad.

De hardliner Sánchez wilde hoe dan ook vasthouden aan een ‘nee’ tegen een nieuwe termijn van Rajoy, maar een alternatief had hij niet voorhanden. De PSOE kelderde na twee verkiezingsnederlagen opnieuw in de peilingen en bereikte een historisch dieptepunt. De socialisten raakten in paniek en binnen de partij brak een crisis uit. Opeens zag Sánchez een deel van zijn partijleden als tegenstanders tegenover hem staan. Rajoy kon van een afstandje tevreden toekijken hoe de socialisten elkaar in de haren vlogen. Het kostte Sánchez de kop.

Socialisten ernstig verdeeld

Het stuurloze PSOE had slechts enkele weken om nieuwe verkiezingen te voorkomen. Daartoe moest interim-leider Javier Fernández voor de deadline van 31 oktober de rijen sluiten. Een vrijwel onmogelijke opdracht bij een partij die uiteen was gevallen. Zo wilden Catalaanse en Baskische socialisten niets weten van steun aan Rajoy. Die bleven ook tijdens de bijeenkomst van het federale comité onvermurwbaar. Rajoy zal komende week bij de eerste ronde niet op de dan benodigde absolute meerderheid in het parlement kunnen rekenen. Dan zullen de 85 PSOE-parlementariërs ‘nee’ stemmen. Rajoy heeft bij een tweede ronde voldoende aan meer ‘ja-’ dan ‘nee-’ stemmen. Het is nu al zeker dat dan minimaal elf PSOE-leden zich onthouden, waardoor de premier de benodigde steun krijgt. Rajoy’s minderheidskabinet zal veel wankeler zijn dan zijn eerste regering uit 2011, maar de oppositie is zo mogelijk nog veel zwakker uit de strijd gekomen.